Tag Archives: Ruth Lillegraven

Urd: 23

En opnieuw een gedicht uit Urd.
Het is inmiddels 1938. Seselja naait en vermaakt kleren voor iedereen. Er is verdriet in haar leven na de dood van haar broertje en later haar ouders. Man en kinderen komen er nooit. Misschien omdat ze licht gehandicapt is. Er was wel ooit een keer een vrijer, maar die werd door haar moeder de deur gewezen. Als we tenminste moeten geloven wat Seselja vele jaren later vertelt aan haar neefje. Het neefje dat gek op haar is en later zijn dochter naar haar zal vernoemen.
Seselja lijkt gelukkig met haar kleine katje en al haar naaiwerk. Maar bij het geluid van de naaimachine droomt ze van een heel andere, exotische wereld. Stel je voor dat ze kon dansen als Anna Pavlova!

Dit gedicht was misschien wel de grootste uitdaging voor ons om te vertalen. Niet alleen moesten we inhoud en klanken zo goed mogelijk overbrengen, maar ook de grafische vorm van het gedicht. Dat gold trouwens ook voor de andere gedichten, dat de vorm associaties oproept. Zwanger buiken bijvoorbeeld.
Dit gedicht is weergegeven op twee bladzijden, vandaar die grote witruimte in het midden. Waar doet deze vorm aan denken?

singermaskina mi
ei svart svane, så
slank og smekker
og sundagsblank

med gullbroderi
rundt halsen og
ratt i edlaste tre

ho syng for oss
syng det vi vil ho
skal syngje, syng om
amerika, new york og
broadway, om gatene og
folka og musikken og kjolane
om prima ballerina anna pavlova
ho eg las om i urd, anna som spinn
over scenen, langlemma og tynn om
anklane, ho er også ei svane, først
kvit så svart så kvit så svart
rundt og rundt

som ein augestikkar i
piruett på vasskorpa, inn
i sivet, inn i graset, og opp
i lufta, rundt og rundt i
prestekragekjolen
ei kjole laga
før eg vart fødd
likevel vil eg sy
han, kjenne
han mellom
hendene

høyre
bruset frå
publikum, slik
anna høyrde det
anna, i ivy house
anna, med svaner i
hagen, anna som gjer
tretti piruettar oppå
ein elefant som
skrir gjennom
kina

anna
som rattet på
singermaskina
rundt og rundt
rundt og rundt

 

En hier onze herdichting:

singertje van me
zwarte zwaan, zo
slank en sierlijk
in zondagsglans

goudborduursel
rond de hals en
wiel van edelhout

ze zingt voor ons
zingt wat wij willen
dat ze zingt, zingt over
amerika en new york en
broadway, over straten en
mensen en muziek en jurken
en prima ballerina anna pavlova
over wie ik las in de urd, anna tolt
op het toneel, langbenig en dun aan
de enkels, ook zij een zwaan, eerst
wit dan zwart dan wit dan zwart
rond en rond

als een waterjuffer in
pirouette op het water, hup
het riet in, hup het gras in, hup
de lucht in, rond en rond in
margrietjesjurkje

 

een jurk gemaakt
al voordat ik er was
toch wil ik hem
naaien, voelen
hem onder
handen

horen
gedruis van
publiek, zoals
anna dat hoorde
anna, in ivy house
anna, met zwanen in
de tuin, anna die draait
dertig pirouettes op
een olifant die
schrijdt door
china

anna
als wiel van
het singertje
rond en rond
rond en rond

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, Oslo, 2013.
Herdichting door Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Urd: 17

Hier weer een gedicht uit Urd. Dit komt uit deel 2, soga om seselja. Wie was toch die Seselja? Verteller Cecilie heeft slechts een paar gegevens. Seselja leefde van 1897 tot 1975. Ze kreeg toen ze ongeveer acht jaar was een broertje, dat overleed na een jaar of twee. Zij kon als meisje niet erven, en na de dood van haar ouders kreeg een broer van haar vader de boerderij. Seselja mocht in een klein huisje op het erf blijven wonen.

Seselja werd een kundig naaister en kwam erg bescheiden over, weet Cecilie van haar opa.
Op een gegeven moment vindt Cecilie een hele verzameling papieren poppen die aan de zoldering van het hoofdhuis hangen. Het zijn plaatjes van modellen uit het oude tijdschrift Urd, die Seselja van jurken heeft voorzien.

Cecilie moet verder veel gebruikmaken van haar verbeelding als ze het leven van Seselja reconstrueert.
Ze noemt het een soga, maar in tegenstelling tot een traditionele heldensaga met veel wraak en wapengekletter wordt hier een ¨gewoon¨leven beschreven, een leven in de marge. Seselja maakt twee wereldoorlogen mee, tegelijk is ze ver van het strijdtoneel. Daarmee betoont de verteller hulde aan alle onbekende, onopvallende vrouwen die ook hun bijdrage leverden aan het leven.

Het levert een verzameling ontroerende gedichten op, zoals onderstaande.
bror ballblom
ligg i syrinseng
med salmeboka
under haka, og
huda hans er
så blå

ei fluge
på kneet, ei
på augelokket
eg viftar dei
vekk, legg
handa på
bringa
hans

mor
sit ved
vindauga
og er blitt
til mold

nærare deg
min gud

etterpå
luktar eg
syrin

eg er
syster sorg

eg går
på løa

gjennom
plankane
ser eg kvite
bølgjer på
vatnet

førtito
kjolar no

christina raud
catharina svart
kristiane blå

johannes
er død

de
må vere
systrene
mine

snart skal
eg sy dykk
liv

Onze herdichting:

broer boterbloem
in zijn seringenbed
met een psalmboek
onder zijn kin, en
zijn vel is
zo vaal

een vlieg
op zijn knie
op zijn ooglid
ik wuif ze
weg, leg
op zijn borst
mijn
hand

moeder
zit voor
t venster
en verwerd
tot molm

nader tot u
mijn god

naderhand
ruik ik naar
sering

ik ben
zuster smart

ik ga de
schuur in

dwars door
de planken
zie ik witte
golven op
het water

tweeënveertig
jurken nu

christina rood
catharina zwart
kristiane blauw

johannes
is dood

jullie
moeten nu
mijn zussen
zijn

straks naai
ik jullie
levend

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, Oslo, 2013.
Herdichting: Karin Swart-Donders en Geri de Boer.

Urd: 4

Zwangere Cecilie en haar man gaan het huisje van Seselja opknappen. Die woonde in een bijhuisje op het erf en naaide voor het hele dorp. Nu, in 2012, staat het huisje al bijna veertig jaar leeg.
Cecilie praat met haar opa over Seselja.

Dit is gedicht nummer 4 uit Urd.

seselja, ja
ho var her
så var ho
ikkje her

det er
sånn det er
det er sånn det
blir, seier
besten

skjelv
på handa, i
røysta og i knea
men har framleis
fjell i blikket

sessa
gjorde så
lite ut av seg
men ingen
kunne sy
som ho

huset, ja
det vesle
huset

det har
berre blitt
stående, seier
besten

så ta det, du
bruk det, du

skriv det
til liv

Onze herdichting:

seselja, ja
ze was hier
toen was ze
niet hier

zo is
het gegaan
zo gingen die
dingen, zegt
opa

bevend
zijn handen
stem en knieën
maar nog immer
rotsvaste blik

sessa
nam maar zo
weinig plaats in
maar niemand
kon naaien
als zij

t huis, ja
dat kleine
huisje

dat staat
daar nog maar
te staan, zegt
opa

neem jij het toch
gebruik het toch

schrijf het
tot leven

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, 2013, Oslo.
Herdichting door Karin Swart-Donders en Geri de Boer. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Urd: 59

Het is weer de tijd voor ons jaarlijkse herdicht-project. Dit jaar ontrafelden Geri de Boer en ik een paar gedichten uit Urd, waarmee Ruth Lillegraven in 2013 de prestigieuze Brageprijs won.
Ontrafelden? Nee, natuurlijk niet. We bekeken dit kleurige, ingewikkelde tapijt van gedichten, probeerden zachtjes de draden te volgen, gebruikten een vergrootglas en een verrekijker. Vervolgens broddelden we schaamteloos een soort Nederlandse remake.
Broddelden? Nee. We legden elkaar onze versies voor, discussieerden, we konden ook met de schrijfster overleggen. Dank, Ruth! Natuurlijk werden onze weeropnieuwweefsels niet zo mooi als de oorspronkelijke. Toch zijn we ook dit jaar weer trots op het resultaat. En we hopen dat Nederlandse lezers nu ook kunnen ervaren hoe goed Urd is.

Urd (Urðr) was in de oudnoordse mythologie een van de drie schikgodinnen die bij de bron Urdarbronn bij de wereldboom Yggdrasil zaten. Urd (verleden), Skuld (toekomst) en Verdande (heden) spinnen de lotsdraden van alle mensen en goden. Ze zijn altijd aanwezig als er een kind wordt geboren en ze bepalen wat voor leven dat kind zal krijgen.

Urd was ook de naam van een van de eerste weekbladen voor vrouwen in Noorwegen. In dit blad werd onder andere geschreven over algemene educatieve onderwerpen, kunst en cultuur. Het bestond van 1897 tot ergens in 1958.

In de bundel ontmoeten we Cecilie in de tegenwoordige tijd. Aangespoord door haar vader en opa knappen Cecilie en haar man een huisje op. Een bijhuisje van de boerderij waar haar opa nog woont, ergens aan de westkust van Noorwegen. Eerder woonde Seselja in het huisje, een soort oudtante naar wie Cecilie is vernoemd. Ze naaide voor het hele dorp, tot ze stierf in Cecilies geboortejaar 1978. Maar wie was ze eigenlijk?

Ondertussen, zo begrijpen we na een tijd, verwacht Cecilie een tweeling. Vanwege complicaties in de zwangerschap moet ze een tijd in het ziekenhuis verblijven “ter observatie”. Onnodig te zeggen dat ze daar niet alleen geobserveerd wordt, maar ook zelf het een en ander observeert.

De levens van de beide vrouwen, hoe verschillend verder ook, raken met elkaar verweven. Liever gezegd, Cecilie (of schrijfster Ruth, ik weet niet goed wie) verweeft de beide levens met elkaar. Het proces van reconstrueren is een belangrijk thema. Hoe je dingen tot leven kunt naaien, weven, of dichten, en dat ze dan waar worden.

Van de flaptekst: “Urd vertelt over de tijd die door het landschap en de mensen vloeit, over kinderen die worden geboren en over de dood die op bezoek komt. ”

Het volgende gedicht, 59, staat bijna aan het einde van de bundel. Cecilie en haar man zijn inmiddels in het blijde en vermoeiende bezit van een gezonde tweeling.
Al deze tegenstrijdige gevoelens zijn denk ik herkenbaar voor iedereen die zelf kleine kinderen heeft. Ik heb in elk geval zelf wel wat zulke leuke dekentjes op mijn geweten.

Eerst komt de Noorse versie en dan onze herdichting.

eg vev meg
eit tjukt trevlete
teppe av kranglar
og klager og krav
smular og støv

vev inn
listene mine
husarbeidslister
handlelister og
helgelister

slår inn
sarkasmane
ironien, alt
det tause

knyter
trådane
stramt

før eg med
hard og kjærleg
hand breier teppet
over far dykkar

kviskrar
god natt

ik weef me
een dikke dradige
deken van eisen
verwijten en strijd
scherven en stof

weef er
mijn lijsten in
werklijsten
wenslijsten
waslijsten

sla in
sarcasmen

ironie, al
het ongezegde

knoop
de draden
strak

voor ik met
harde en zachte
hand de deken spreid
over jullie vader

fluister
goede nacht

Ruth Lillegraven: Urd. Tiden norsk forlag, Oslo, 2013.

Herdichting uit het Noors: Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.