Tag Archives: poëzie

Monica Aasprong: ik geef je een huil

ik geef je een huil die gaat spuiten
die moet je gebruiken
als iemand zich binnendringt
dan moet je deze huil er uit laten spuiten
laat buitenst je tranen dansen
als de bollen in een fontein

dan geef ik je een hiksnikhuil
die komt over je
als je hem het minst verwacht
(en is moeilijk te stoppen)

Uit: Monica Aasprong: Et diktet barn. CappelenDamm 2010.
Vertaling gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Dit is het origineel:

jeg gir deg en gråt som spruter
den skal du bruke
når noen trenger seg inn
da skal du la denne gråten sprute ut
la tårene danse ytterst
som kulene i en fontene

så gir jeg deg en hikstegråt
den kommer over deg
når du minst venter det
(og er vanskelig å stoppe)

Eerdere blogposts over Monica Aasprong:
Het kind is nog dicht
Een kind gedicht
Nog geen soldatenmarkt

Monica Aasprong – een kind gedicht

Aasprong_EtDiktetBarnEt diktet barn is een stevig boek – Bijna 300 bladzijden, wel met veel ‘lucht’, en 744 gram.

De kaft is petrolkleurig en metaalachtig glanzend, licht spiegelend, en gaat over voor- en achterkant en rug.
De kleur is in werkelijkheid dieper dan op dit plaatje.
Blauw als de hemel, blauw als water. De kleur blauw komt vaak terug in het boek.

Het design is door Judith Nærland.

 

 

Maar eens verder prakkizeren over wat die kaft nog meer kan vertellen.

Bezoeker bij Cathedra (1951) van Barnett Newman in het Stedelijk Museum. Fotograaf: Autopilot. Van Wikipedia.

Bezoeker bij Cathedra (1951) van Barnett Newman in het Stedelijk Museum. Fotograaf: Autopilot. Van Wikipedia.

Monica Aasprong – Nog geen soldatenmarkt

Binnenkort is het weer Poetry International. Met ook weer een Noorse gast. Het verheugt me dat de organisatie naar mijn gebrom van vorig jaar heeft geluisterd 🙂 . Want dit jaar is er een heuse vrouwelijke dichter!

Net examens gehad in Oud-Noords en literatuur vanaf Eddagedichten tot 1880. Dat was mooi en tijdrovend. Nu dan eindelijk tijd voor moderne poëzie. En wat voor poëzie!

Op de website staat een uitgebreid verhaal over Aasprong en haar project Soldatmarkedet. Hoe experimenteel het allemaal wel niet is.

Eerst maar eens de hele bundels zien. Eerst maar eens een bezoek aan de bibliotheek.

Het gebied waar wij wonen, Midt-Troms, kun je zonder overdrijven een soldatenmarkt noemen. Mannen uit heel Noorwegen komen hier hun dienstplicht vervullen, trouwens ook aardig wat meisjes die vrijwillig in dienst kunnen. Ze oefenen op al die oefenterreinen en schietvelden hier in de omgeving. Soms tot irritatie van de civiele bevolking, die aan de andere kant goed weet dat het leven hier veel moeilijker zijn zonder die militaire aanwezigheid. Defensie is de grootste werkgever en maakt het mogelijk dat we hier toch nog een aardig dienstenaanbod hebben. Zwembad, ziekenhuis, bus naar het vliegveld. (Dat aanbod ligt de laatste tijd, hm, onder vuur, maar dat is een ander verhaal dat een andere keer maar eens verteld moet worden).

Soldaten in de supermarkt. Soldaten op de huwelijksmarkt. Associaties genoeg bij het horen van deze titel.

Goed, waar was ik? In de bibliotheek! De bibliotheek van buurgemeente Målselv, want die in Bardu is in verbouwing. (Een terecht en wel gedurfd project, nu Defensie er minder geld in wil stoppen dan eerst.) Maar ach, Soldatmarkedet staat hier toch niet in het assortiment. En trouwens ook niet in de hoofdbibliotheek in Målselv. Alleen het filiaal in Olsborg, op veertig minuten rijden, heeft een exemplaar. Ongetwijfeld helemaal stukgelezen …

Maar niet getreurd. Natuurlijk kan ik makkelijk binnen een paar dagen aan dat boek komen. Kopen of bestellen via de bieb. Moeilijker is het niet.
Maar Et diktet barn (2010) en Sirkelsalme (2013) kon ik daar zo uit de kast plukken. En daar heb ik eerst wel even genoeg aan.

 

Urd: 23

En opnieuw een gedicht uit Urd.
Het is inmiddels 1938. Seselja naait en vermaakt kleren voor iedereen. Er is verdriet in haar leven na de dood van haar broertje en later haar ouders. Man en kinderen komen er nooit. Misschien omdat ze licht gehandicapt is. Er was wel ooit een keer een vrijer, maar die werd door haar moeder de deur gewezen. Als we tenminste moeten geloven wat Seselja vele jaren later vertelt aan haar neefje. Het neefje dat gek op haar is en later zijn dochter naar haar zal vernoemen.
Seselja lijkt gelukkig met haar kleine katje en al haar naaiwerk. Maar bij het geluid van de naaimachine droomt ze van een heel andere, exotische wereld. Stel je voor dat ze kon dansen als Anna Pavlova!

Dit gedicht was misschien wel de grootste uitdaging voor ons om te vertalen. Niet alleen moesten we inhoud en klanken zo goed mogelijk overbrengen, maar ook de grafische vorm van het gedicht. Dat gold trouwens ook voor de andere gedichten, dat de vorm associaties oproept. Zwanger buiken bijvoorbeeld.
Dit gedicht is weergegeven op twee bladzijden, vandaar die grote witruimte in het midden. Waar doet deze vorm aan denken?

singermaskina mi
ei svart svane, så
slank og smekker
og sundagsblank

med gullbroderi
rundt halsen og
ratt i edlaste tre

ho syng for oss
syng det vi vil ho
skal syngje, syng om
amerika, new york og
broadway, om gatene og
folka og musikken og kjolane
om prima ballerina anna pavlova
ho eg las om i urd, anna som spinn
over scenen, langlemma og tynn om
anklane, ho er også ei svane, først
kvit så svart så kvit så svart
rundt og rundt

som ein augestikkar i
piruett på vasskorpa, inn
i sivet, inn i graset, og opp
i lufta, rundt og rundt i
prestekragekjolen
ei kjole laga
før eg vart fødd
likevel vil eg sy
han, kjenne
han mellom
hendene

høyre
bruset frå
publikum, slik
anna høyrde det
anna, i ivy house
anna, med svaner i
hagen, anna som gjer
tretti piruettar oppå
ein elefant som
skrir gjennom
kina

anna
som rattet på
singermaskina
rundt og rundt
rundt og rundt

 

En hier onze herdichting:

singertje van me
zwarte zwaan, zo
slank en sierlijk
in zondagsglans

goudborduursel
rond de hals en
wiel van edelhout

ze zingt voor ons
zingt wat wij willen
dat ze zingt, zingt over
amerika en new york en
broadway, over straten en
mensen en muziek en jurken
en prima ballerina anna pavlova
over wie ik las in de urd, anna tolt
op het toneel, langbenig en dun aan
de enkels, ook zij een zwaan, eerst
wit dan zwart dan wit dan zwart
rond en rond

als een waterjuffer in
pirouette op het water, hup
het riet in, hup het gras in, hup
de lucht in, rond en rond in
margrietjesjurkje

 

een jurk gemaakt
al voordat ik er was
toch wil ik hem
naaien, voelen
hem onder
handen

horen
gedruis van
publiek, zoals
anna dat hoorde
anna, in ivy house
anna, met zwanen in
de tuin, anna die draait
dertig pirouettes op
een olifant die
schrijdt door
china

anna
als wiel van
het singertje
rond en rond
rond en rond

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, Oslo, 2013.
Herdichting door Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Urd: 17

Hier weer een gedicht uit Urd. Dit komt uit deel 2, soga om seselja. Wie was toch die Seselja? Verteller Cecilie heeft slechts een paar gegevens. Seselja leefde van 1897 tot 1975. Ze kreeg toen ze ongeveer acht jaar was een broertje, dat overleed na een jaar of twee. Zij kon als meisje niet erven, en na de dood van haar ouders kreeg een broer van haar vader de boerderij. Seselja mocht in een klein huisje op het erf blijven wonen.

Seselja werd een kundig naaister en kwam erg bescheiden over, weet Cecilie van haar opa.
Op een gegeven moment vindt Cecilie een hele verzameling papieren poppen die aan de zoldering van het hoofdhuis hangen. Het zijn plaatjes van modellen uit het oude tijdschrift Urd, die Seselja van jurken heeft voorzien.

Cecilie moet verder veel gebruikmaken van haar verbeelding als ze het leven van Seselja reconstrueert.
Ze noemt het een soga, maar in tegenstelling tot een traditionele heldensaga met veel wraak en wapengekletter wordt hier een ¨gewoon¨leven beschreven, een leven in de marge. Seselja maakt twee wereldoorlogen mee, tegelijk is ze ver van het strijdtoneel. Daarmee betoont de verteller hulde aan alle onbekende, onopvallende vrouwen die ook hun bijdrage leverden aan het leven.

Het levert een verzameling ontroerende gedichten op, zoals onderstaande.
bror ballblom
ligg i syrinseng
med salmeboka
under haka, og
huda hans er
så blå

ei fluge
på kneet, ei
på augelokket
eg viftar dei
vekk, legg
handa på
bringa
hans

mor
sit ved
vindauga
og er blitt
til mold

nærare deg
min gud

etterpå
luktar eg
syrin

eg er
syster sorg

eg går
på løa

gjennom
plankane
ser eg kvite
bølgjer på
vatnet

førtito
kjolar no

christina raud
catharina svart
kristiane blå

johannes
er død

de
må vere
systrene
mine

snart skal
eg sy dykk
liv

Onze herdichting:

broer boterbloem
in zijn seringenbed
met een psalmboek
onder zijn kin, en
zijn vel is
zo vaal

een vlieg
op zijn knie
op zijn ooglid
ik wuif ze
weg, leg
op zijn borst
mijn
hand

moeder
zit voor
t venster
en verwerd
tot molm

nader tot u
mijn god

naderhand
ruik ik naar
sering

ik ben
zuster smart

ik ga de
schuur in

dwars door
de planken
zie ik witte
golven op
het water

tweeënveertig
jurken nu

christina rood
catharina zwart
kristiane blauw

johannes
is dood

jullie
moeten nu
mijn zussen
zijn

straks naai
ik jullie
levend

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, Oslo, 2013.
Herdichting: Karin Swart-Donders en Geri de Boer.

Urd: 4

Zwangere Cecilie en haar man gaan het huisje van Seselja opknappen. Die woonde in een bijhuisje op het erf en naaide voor het hele dorp. Nu, in 2012, staat het huisje al bijna veertig jaar leeg.
Cecilie praat met haar opa over Seselja.

Dit is gedicht nummer 4 uit Urd.

seselja, ja
ho var her
så var ho
ikkje her

det er
sånn det er
det er sånn det
blir, seier
besten

skjelv
på handa, i
røysta og i knea
men har framleis
fjell i blikket

sessa
gjorde så
lite ut av seg
men ingen
kunne sy
som ho

huset, ja
det vesle
huset

det har
berre blitt
stående, seier
besten

så ta det, du
bruk det, du

skriv det
til liv

Onze herdichting:

seselja, ja
ze was hier
toen was ze
niet hier

zo is
het gegaan
zo gingen die
dingen, zegt
opa

bevend
zijn handen
stem en knieën
maar nog immer
rotsvaste blik

sessa
nam maar zo
weinig plaats in
maar niemand
kon naaien
als zij

t huis, ja
dat kleine
huisje

dat staat
daar nog maar
te staan, zegt
opa

neem jij het toch
gebruik het toch

schrijf het
tot leven

Uit: Ruth Lillegraven: Urd. Tiden Norsk Forlag, 2013, Oslo.
Herdichting door Karin Swart-Donders en Geri de Boer. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Urd: 59

Het is weer de tijd voor ons jaarlijkse herdicht-project. Dit jaar ontrafelden Geri de Boer en ik een paar gedichten uit Urd, waarmee Ruth Lillegraven in 2013 de prestigieuze Brageprijs won.
Ontrafelden? Nee, natuurlijk niet. We bekeken dit kleurige, ingewikkelde tapijt van gedichten, probeerden zachtjes de draden te volgen, gebruikten een vergrootglas en een verrekijker. Vervolgens broddelden we schaamteloos een soort Nederlandse remake.
Broddelden? Nee. We legden elkaar onze versies voor, discussieerden, we konden ook met de schrijfster overleggen. Dank, Ruth! Natuurlijk werden onze weeropnieuwweefsels niet zo mooi als de oorspronkelijke. Toch zijn we ook dit jaar weer trots op het resultaat. En we hopen dat Nederlandse lezers nu ook kunnen ervaren hoe goed Urd is.

Urd (Urðr) was in de oudnoordse mythologie een van de drie schikgodinnen die bij de bron Urdarbronn bij de wereldboom Yggdrasil zaten. Urd (verleden), Skuld (toekomst) en Verdande (heden) spinnen de lotsdraden van alle mensen en goden. Ze zijn altijd aanwezig als er een kind wordt geboren en ze bepalen wat voor leven dat kind zal krijgen.

Urd was ook de naam van een van de eerste weekbladen voor vrouwen in Noorwegen. In dit blad werd onder andere geschreven over algemene educatieve onderwerpen, kunst en cultuur. Het bestond van 1897 tot ergens in 1958.

In de bundel ontmoeten we Cecilie in de tegenwoordige tijd. Aangespoord door haar vader en opa knappen Cecilie en haar man een huisje op. Een bijhuisje van de boerderij waar haar opa nog woont, ergens aan de westkust van Noorwegen. Eerder woonde Seselja in het huisje, een soort oudtante naar wie Cecilie is vernoemd. Ze naaide voor het hele dorp, tot ze stierf in Cecilies geboortejaar 1978. Maar wie was ze eigenlijk?

Ondertussen, zo begrijpen we na een tijd, verwacht Cecilie een tweeling. Vanwege complicaties in de zwangerschap moet ze een tijd in het ziekenhuis verblijven “ter observatie”. Onnodig te zeggen dat ze daar niet alleen geobserveerd wordt, maar ook zelf het een en ander observeert.

De levens van de beide vrouwen, hoe verschillend verder ook, raken met elkaar verweven. Liever gezegd, Cecilie (of schrijfster Ruth, ik weet niet goed wie) verweeft de beide levens met elkaar. Het proces van reconstrueren is een belangrijk thema. Hoe je dingen tot leven kunt naaien, weven, of dichten, en dat ze dan waar worden.

Van de flaptekst: “Urd vertelt over de tijd die door het landschap en de mensen vloeit, over kinderen die worden geboren en over de dood die op bezoek komt. ”

Het volgende gedicht, 59, staat bijna aan het einde van de bundel. Cecilie en haar man zijn inmiddels in het blijde en vermoeiende bezit van een gezonde tweeling.
Al deze tegenstrijdige gevoelens zijn denk ik herkenbaar voor iedereen die zelf kleine kinderen heeft. Ik heb in elk geval zelf wel wat zulke leuke dekentjes op mijn geweten.

Eerst komt de Noorse versie en dan onze herdichting.

eg vev meg
eit tjukt trevlete
teppe av kranglar
og klager og krav
smular og støv

vev inn
listene mine
husarbeidslister
handlelister og
helgelister

slår inn
sarkasmane
ironien, alt
det tause

knyter
trådane
stramt

før eg med
hard og kjærleg
hand breier teppet
over far dykkar

kviskrar
god natt

ik weef me
een dikke dradige
deken van eisen
verwijten en strijd
scherven en stof

weef er
mijn lijsten in
werklijsten
wenslijsten
waslijsten

sla in
sarcasmen

ironie, al
het ongezegde

knoop
de draden
strak

voor ik met
harde en zachte
hand de deken spreid
over jullie vader

fluister
goede nacht

Ruth Lillegraven: Urd. Tiden norsk forlag, Oslo, 2013.

Herdichting uit het Noors: Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Herdichting Anne Bøe

Ik wilde knallen
maar iedereen was zo lief tegen mij

     ze zeiden democratie
en stuurden ze het land uit

wij zijn een natie wij met
openheid voor allen
     meer democratie

er zouden meer kunnen komen
er zouden veel kunnen komen

     ik wilde wij wilden knallen
na wat hij deed tegen allen

wilden meer democratie
     ons kleine land
met plaats voor allen

     zijn wij een trotse natie, wij met
zij die we het land uit sturen

staan vast als de bergen vallen
     een knikkende natie wij en

we herdenken lege stoelen aan het water

zijn een moderne natie, wij met
de kinderen het land uit gestuurd
     een klein land

echt elk

     wilde knallen maar het land heeft
zijn eigen logica zo lief
verenigt en geeft naam aan de massa en

het individu moet gaan
met ons missende gezicht

Herdichting van Anne Bøe: (jeg ville rase)
Het oorspronkelijke gedicht in het Noors
Herdichting met toestemming van de dichter. Is nog lang niet af en kom vooral met opmerkingen. Doen!

wat gedachten

Kolbein Falkeid herdicht

Het is Wereldboekendag. En met trots presenteren we weer de resultaten van een gezamenlijke gedichtenvertaling. Begint een traditie te worden!

Kolbein Falkeid (1933) debuteerde in 1962. Sindsdien heeft hij een grote hoeveelheid dichtbundels geschreven en een toneelstuk. Falkeid is bekend en geliefd bij een groot publiek, niet in het minst ook als mede-tekstschrijver voor de groep Vamp. Hij won vele prijzen, in 2011 nog de hoogstaande Brageprijs. In 2010 werd hij door de koning geridderd voor zijn literaire werk.
Hij herdichtte gedichten van onder anderen Pablo Neruda, Octavio Paz en D.H. Lawrence.

Kolbeins gedichten zijn herdicht in rond 25 talen. Maar nog nooit eerder in het Nederlands, zover ik heb kunnen nagaan.

Hier komen ze dan, onze vertalingen van Det er langt mellom venner en Jeg finner nok frem.

Het is ver tussen vrienden

Het is ver tussen vrienden.
Tussen vrienden staan vele ontmoetingen
en een hoop gepraat.
Vrienden liggen als warm stralende lichtjes
ver weg in het bergduister.
Je kunt ze niet mislopen.

Det er langt mellom venner  

Det er langt mellom venner.
Mellom venner står mange bekjentskaper
og mye snakk.
Venner ligger som små lysende stuer
langt borte i fjellmørket.
Du kan ikke ta feil av dem.

Ik vind het vast wel

De dood maakt me niet zo benauwd meer.
Mensen die ik liefhad
Hebben vóór mij het pad gebaand.
Zij kenden de bossen en bergen.
Ik vind het vast wel.

Jeg finner nok frem

Døden er ikke så skremmende som før.
Folk jeg var glad i
Har gått foran og kvistet løype.
De var skogskarer og fjellvante.
Jeg finner nok frem.

Vertalingen door Dorine van der Linden, Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Publicatie met toestemming van Kolbein Falkeid.
Det er langt mellom venner en Jeg finner nok frem komen beide uit de bundel Opp- og utbrudd (1978). Recent werden ze opnieuw gepubliceerd in de verzamelbundel Uvisshetens Land. Cappelen Damm, 2011.

Een interview met de dichter in het Noors:
Eit rom står avlåst. Portrett av dikteren Kolbein Falkeid

Vorig jaar vertaalden we Nils-Aslak Valkeapää: Land dat verandert

Roos I Vliegend

Rimbereid was gast op Poetry International in de onschuldtijd. Toen een roos nog een roos was. Geen drijvend droevig eerbetoon, geen dood. Gewoon een … roos… met nieuw leven in zich.

ROOS I
Vliegend

In het Lufthansa-vliegtuig van Milaan op weg naar huis,
zevenduizend meter boven de Alpen
legt ze haar hoofd tegen het raam,
bezorgd over haar eerste opdracht voor Nortrade.
Al gauw dommelt ze in, en half dromend
is ze al boven het Skagerrak.
Maar in haar handtas onder haar zitvlak
ligt de roos
die haar Italiaanse contact
De vorige avond voor haar kocht tijdens het diner.
Die ligt beschut
in de Milano Finanza van maandag
die ze gehoopt had nog te kunnen lezen.
Helemaal daarbinnen, tussen kroonbladeren met
zachte druk
Wringt steeds een gele rups zijn bochtjes
Dus: vliegende vrouw, roos en rups.

Øyvind Rimbereid, uit: Herbarium (2008). Gyldendal Norsk Forlag, Oslo 2008.
Vertaling: Karin Swart-Donders m.m.v. Willem Ouwerkerk.
Gedicht en vertaling gepubliceerd met toestemming van de dichter.
Willem publiceert vertaalde Noorse poëzie op zijn website Noorse Poëzie

Hier is het origineel:

ROSE I
Flygende

I Lufthansa-flyet på vei hjem fra Milano,
syv tusen meter over Alpene,
hviler hun hodet mot vinduet,
bekymret over sitt første oppdrag for Nortrade.
Snart slumrer hun, og halvt i drømme
er hun allerede over Skagerrak.
Men i håndvesken under setet
liger rosen
som den italienske kontakten
kjøpte til henne under middagen kvelden før.
Den ligger beskyttet
inni mandagens Milano Finanza
hun hadde håpet hun ville greie å lese.
Innerst, mellom kronbladenes
lette press
bukter stadig en gul larve seg.
Altså: flygende kvinne, rose og larve.