Tag Archives: literatuur

Verhalen uit een onstuimig verleden

Wat doe je als je een marmæl aan de haak krijgt bij het zeevissen?
Een marmæl is een kleine mannelijke zeemeermin, met een mensenlijf en een vissenstaart. Mocht je er eentje opvissen, bied hem dan kleren aan en vraag hem iets. Breng hem mee aan land als hij dat wil, maar neem hem altijd mee terug naar de plaats waar je hem vond. Dan krijg je ‘visgeluk’.
De visser in het titelverhaal van Larmer i fjell-buldrer i hav pakt het goed aan als hij een marmæl aan de haak slaat. Als de marmæl weer terug wil naar waar hij vandaan komt, stapt de visser in de boot, ook al is het slecht weer. De dankbare marmæl zegt:

Geraas in de bergen, gebulder in zee
zegen de man die een kofte gaf

Waarom lach je, vraagt de visser verwonderd, als het wezentje hard begint te lachen.
– Ik lach omdat niemand de prachtige visplaats kent waar we nu overheen varen.”
Als de marmæl van boord is gesprongen, werpt de visser zijn lijn uit op de plaats waar de marmæl lachte. Het wordt een rijke vangst, ook alle volgende keren dat hij daar gaat vissen. De plek krijgt dan ook de naam “Voorraadschuur”.

Ole J. Furset met Larmer i fjell - Buldrer i hav. Foto: Karin Swart-Donders. Dit is een van de verhalen in de bundel Larmer i fjell – Buldrer i hav. In de jaren 1870 tekende leraar Olaus Nicolaissen verhalen en sprookjes op uit de volksmond. Nicolaissen woonde in Øksnes in de Vesterålen-eilandengroep en veel vertellingen komen uit de Vesterålen en Lofoten. Ole J. Furset, directeur van het Sør-Troms Museum, bewerkte een aantal van deze verhalen voor lezers in deze tijd.

Veel gezinnen langs de kust leefden van visserij, aangevuld met heel kleinschalige akkerbouw en veeteelt. Naast het christelijk geloof bloeide het geloof in natuurkrachten, wat niet raar is voor mensen die totaal afhankelijk waren van de natuur. Dus de zee is bevolkt met marmæl en drauger  en op het land vind je bijvoorbeeld huldrer en underjordiske. Of liever gezegd, ze vinden jou… pas maar op dat ze je niet ontvoeren…

Furset hoopt dat het boek gebruikt gaat worden in het onderwijs, zodat ook de jongere generaties meer te weten komen over deze oude verhalen.
Het boek werd voor het eerst gepresenteerd in de bibliotheek van Salangen een paar weken geleden.  De voorzitter van de lokale geschiedenisvereniging aldaar kon vertellen dat Nicolaissens dochter met een man uit Salangen trouwde en daar ging wonen.

Veel van de vertellingen die Nicolaissen optekende gingen over Samen. Furset heeft een paar overgenomen, maar lang niet alle. Veel van die verhalen zijn erg negatief, gaan bijvoorbeeld over met name genoemde mensen die met toverij ongeluk zouden hebben gebracht over anderen. Die kun je alleen weergeven als je er een achtergrond bij geeft over de tijd waarin dit speelde, vindt Furset. Misschien geeft hij die Samen-vertellingen nog eens apart uit.

Het boek heeft een rustige vormgeving, meestal een verhaaltje over twee bladzijden, vaak met een illustratie. De houtskoolillustraties geven de donkere, dreigende sfeer goed weer. Ze zijn van de Schotse, in Harstad woonachtige kunstenares Roanne O’Donnell.

Larmer i fjell – Buldrer i hav. Fortellinger og folkeminne fra Nord-Norge. Bewerkt door Ole J. Furset en geïllustreerd door Roanne O’Donnell. Uitgever is Sør-Troms Museum 2011. Ook in Engelse en Duitse vertaling te verkrijgen.

Meer sprookjes: zie hier:
Bedelaarster ontvoerd
Ontvoerd door de Oskoreien?

Hoe Stállu verdween uit Kvalsund

-Voor de oorlog was de Samische tijd, vertelde Marion Palmer. Een paar oudere mensen die ze interviewde voor haar boek Bare kirka sto igjen, vertelden over de Juovllastállu, een soort Samische kersttrol. Vervolgens zeiden ze snel: Maar zullen we nu maar hebben over de evacuatie?

“Ik denk dat ik dit kan zeggen: was de evacuatie er niet geweest, dan had ik misschien even goed Samisch als Noors gesproken. Ik begreep immers veel Samisch toen ik nog een jongen was. Nou begrijp ik niks meer.”
Dat zei Jan Israelsen, geboren in 1931, tegen Marion Palmer.

Marion Palmer leest voor. Foto: Karin Swart-Donders.

De oorlog betekende de doodssteek voor de Samische cultuur in Kvalsund, net als in veel andere kleine kustgemeenschappen. Toen de eerste vluchtelingen terugkeerden in de zomer van 1945, stond er letterlijk bijna geen gebouw meer overeind. En de wederopbouw gebeurde op Noorse premissen. En daarin was weinig tot geen plaats voor de Samische geschiedenis.

Geschiedkundige Ivar Bjørklund zegt het zo in zijn nawoord:

– Kvalsund ging de oorlog in als een arm Samisch buitengewest (met Kvænske en Noorse inslagen) zonder wegverbinding of stroom of andere maatschappelijke verworvenheden. Tien jaar later ontmoeten we een pulserende maatschappij waar het Samische tot het verleden behoort en waar Engelse Quakers, Zuid-Noorse leraren en timmermannen, Duitse werkgevangenen en niet in het minst een Noorse wederopbouwbureaucratie een hele nieuwe werkelijkheid hebben geschapen- zowel materieel als mentaal. En door de voortdurende uitspraken van individuen begrijpen we zowel welke prijs ze hebben betaald als hoe ze hun nieuwe wereld het hoofd konden bieden.

De vernoorsing was al voor de eeuwwisseling op gang. Niettemin rekende volgens Bjørklund in 1944 het merendeel zich nog Samisch of Kvænsk van de ongeveer 70.000 mensen die toen leefden in Noord-Troms en Finnmark. (Op andere plaatsen heb ik gelezen over 60.000 inwoners) De meesten leefden van wat de zee en het strand boden, vaak gecombineerd met landbouw of veeteelt op zeer kleine schaal.

De wederopbouw werd geregisseerd vanuit het zuiden. Het was een gigantisch project en heel erg Noors, met een gelijkheidsideaal en veel formulieren om in te vullen. Er werd geen rekening gehouden met de culturele diversiteit in het noorden, iedereen kreeg gelijke huizen en gelijke stallen met plaats voor drie beesten.
Meegaan met de Noorse maatschappij was voor de arme bevolking van Finnmark een manier om deel te nemen aan de vooruitgang, misschien de enige manier.

-På dette viset ble det klart for hele befolkningen i de brente områdene at ferdigheter i norsk språk og kultur var en absolutt forutsetning for å kunne delta i den utviklingen som nå sto for døra- både i landsdelen og landet for øvrig. Søringenes undring over de haleløse flyktningene var et tilbakelagt kapittel, heretter var framtida norsk. (Bjørklund in het nawoord van Marion Palmer, 2010).

Alleen de kerk stond er nog

Cover boek "Alleen de kerk stond er nog" van Marion PalmerVandaag 67 jaar geleden gaf Hitler de Duitse troepen bevel om de bewoners van Finnmark en Noord-Troms gedwongen te evacueren en alles, alles plat te branden bij hun terugtrekking.

Van de ongeveer 60.000 bewoners in dit gebied deed ongeveer tweederde mee aan wat bekend is geworden als “de evacuatie”- de vlucht naar zuiderlijker gebieden van Noorwegen. Over land of in volgepakte boten. Ongeveer 25.000 mensen verscholen zich en bleven die winter onder zeer moeilijke omstandigheden, de zogenaamde “holbewoners”. Hiervan overleefden honderden het niet.

Heel Finnnmark werd letterlijk met de grond gelijk gemaakt om het de Russische en geallieerde troepen zo moeilijk mogelijk te maken. Huizen, stallen, fabrieken, scholen, ziekenhuizen, kerken, alles wat er was.

Marion Palmer interviewde bijna zestig ouderen in Kvalsund, een plaatsje iets ten zuiden van Hammerfest. Die wilden graag vertellen. In Kvalsund was de kerk het enige gebouw dat nog stond toen de vluchtelingen begonnen terug te keren zomer 1945.

Veel mensen in het zuiden dachten dat die vluchtelingen uit Finnmark maar primitief waren. Kennelijk hoefde je voor zulke vooroordelen zelfs niet zuidelijker te gaan dan Sørreisa, midden in de provincie Troms. Hier een klein stukje uit het verhaal van Betty Mathisen, geboren 1922.

– Papa was al ziek op de dag van de evacuatie. Het was zijn hart. Hij zat op het strand en wachtte op de boot met een wollen deken om zich heen terwijl de Duitsers een pistool in de rug van ons anderen zetten en ons uit onze huizen dwongen. Hij stierf in Sørreisa en is daar begraven.
De boot kwam zeker uit Hammerfest. In het ruim waren heel veel meubels opgestapeld en er waren veel geesteszieken aan boord. Wij hadden ook twee geesteszieke meisjes bij ons die bij ons op Skjåholmen woonden. Die waren Fins. Op Kargenes hadden ze er ook twee wonen. Die waren er ook bij. Al die geesteszieken werden in Tromsø afgeleverd.
Mijn broer Hagnar en mijn oudste zus woonden in Sørreisa. Dus daar gingen we van de boot. Nieuwsgierige mensen stonden op de kade.
– Kijk eens! Ze hebben geen staart!
Ja, dat zeiden ze. Die wonden genezen nooit.

Opmerkelijk hoe levendig deze mensen vele tientallen jaren later vertellen over hun ervaringen. Palmer voegde geen commentaar toe, knipte en redigeerde alleen. Bijzonder om die verschillende stemmen te horen: vrouwen, kinderen, mannen, mensen met een Samische, Noorse of Kvenske achtergrond.

Marion Palmer: Bare kirka sto igjen. Fortellinger om krigen i Finnmark. Spartacus Forlag, 2010.

Wikipedia-artikel over
Tvangsevakueringen og nedbrenningen av Finnmark og Nord-Troms (Noors).

Een stout boottrolletje

Reisvreugde, wat knuffeldieren betekenen voor kinderen, kinderen als probleemoplossers, verontschuldiging en vergeving. Dat zijn slechts een paar thema’s die volgens het voorwoord aan de orde komen in Trolljakten. Op een een aantal bladzijden staan vragen in cursief die een gesprek tussen (voorlezende) ouder en kind moeten stimuleren (‘Zeg jij sorry als je iets doms hebt gedaan? Vergeef jij wie stout tegen jou zijn geweest?’).

Verder is het een grappig verhaal met leuke tekeningen.

Kleine Julie reist met haar vader, moeder, zus en broer met de Hurtigrute van Tromsø naar Svolvær. Die tocht duurt van 23.45 uur tot 18.30 uur de volgende dag. Al snel verdwijnt Julies knuffelzeehondje en het blijkt dat ook de andere kinderen aan boord hun knuffels kwijt zijn. Maar het jonge multiculturele gezelschap laat het er niet bij zitten en gaat op zoek.

De dief blijkt een eenzame kleinejongetjestrol. Hij toont spijt en al gauw gaan alle kinderen weer gelukkig spelen. Het Chinese meisje met haar knuffelpanda, het Samenjongetje met zijn knuffelrendier en het donkere dreadlocksmeisje met haar knuffelzebra. En natuurlijk spelen ze met elkaar, totdat ze afscheid moeten nemen van de trol in de Trollfjord.

Trolljakten is vertaald in een aantal talen en de Nederlandse vertaling komt binnenkort uit. Benieuwd hoe het dessert trollkrem (vossenbes,suiker en stijfgeklopt eiwit) is vertaald.

Leuk voor gezinnen die met de Hurtigrute hebben gereisd in de vakantie. Wat meer informatie over wat onderweg te zien is mis ik, er staat alleen voorin een kaartje met markeringspunten.

Cecilie Lanes & Ilze Dambe: Trolljakten. Cessa, 2010.