Tag Archives: Knut Hamsun

Over honderd jaar (4)

Een diep tragisch gedicht, dat ook propvol met ironie zit. Zo zie ik Knut Hamsuns “Om Hundrede Aar”.
Laatst kwam ik een herdichting tegen op Willem Ouwerkerks site over Noorse poëzie: Over honderd jaar weet geen mens er meer van.
Hier komt mijn herdichting nog een keer. (eerder gepubliceerd 29 januari 2009).
Ik werd geïnspireerd door de prachtige versie van Lumsk met een (hele enge) Ola Bremnes. Die gebruiken maar twee strofen. Correcter is om, zoals Willem doet, het hele gedicht te gebruiken. Dan zie je ook de ironie beter.

Vergeten is alles over honderd jaar

Ik drijf in de avond met denken en strijden
Ik ben als een bootje dat zinken gaat
En al mijn gejammer en al mijn lijden
Dan zie ik mij nergens raad
Maar waarom beklemd zijn, zo hard en zwaar
Vergeten is alles over honderd jaar

Dan stop ik liever echt het strijden
En ga naar de zee met mijn ziel in nood
Daar vindt vast de wereld mij over tijden
Zo bitterlijk verdronken, zo dood
Maar waarom een einde zo veel te naar
Vergeten is alles over honderd jaar

Vertaling van twee strofen uit Knut Hamsun: Om Hundrede Aar er Alting Glemt
uit gedichtenverzameling Det vilde Kor (1904).
Gepubliceerd met toestemming van Gyldendal Agency.

Ola la!

Hamsuns ontvormingsreizen

Frode Boasson, op de achtergrond probeert het Hamsunechtpaar op reis te gaan. Foto: Karin Swart-Donders
Handelsman Nagel, luitenant Glahn, politieman Geissler, en natuurlijk de gelukszoeker August. In Hamsuns romans tref je een hoop zwervers van diverse pluimage aan. Allemaal hebben ze verschillende motieven voor hun gerondreis. Maar veel overeenkomstige patronen zijn er ook.

Dat betoogde Frode Boasson in zijn lezing Wat drijft de reizenden? Over de verlangens die leiden tot opbreken en reizen in Hamsuns werk. Hij hield die tijdens een literatuurseminar in het Hamsunsenteret tijdens de Hamsundagen.

Boasson werkt aan de universiteit van Trondheim aan een proefschrift over historisch vitalistische kenmerken in Hamsuns werk. Vitalisten zijn gefascineerd door levenskracht en het natuurlijke leven. Bij vitalistische auteurs vind je vaak een element van kritiek op de moderne beschaving.

Vormingsreizen komen vaak voor in oudere literatuur. Een onrijpe jongeling (lees: jongeman) gaat op pad en wordt door de ervaringen onderweg verstandig. Na terugkomst is hij zich bewust van wat zijn plaats is in de maatschappij en hij is klaar om een verantwoordelijk leven te leiden. Denk bijvoorbeeld aan de vormingsreis van Odysseus’ zoon Telemachos in de Odyssee en aan Goethes Wilhem Meisters Lehrjahre.

Maar de reizigers bij Hamsun ontwikkelen zich helemaal niet vaak tot brave, eerbare burgers. Ook al zeggen ze dat misschien zelf – heel veel personages zijn onbetrouwbare vertellers! Integendeel, vaak lijkt het begin van de reis ook het begin van een proces van verval. De personages worden misschien beschaafd, maar verliezen ondertussen levenskracht in hun ontmoeting met de beschaving.

Dat zie je bijvoorbeeld bij Eleseus in Hamsuns Nobelprijswinnende roman Markens Grøde (1917, lang geleden in het Nederlands vertaald door Margaretha Meyboomals “Hoe het groeide”. En nog vaker vertaald? In elk geval niet recentelijk).
In tegenstelling tot zijn down-to-earth vader en jongere broer is Eleseus goed op school. Al op jonge leeftijd maakt hij een reis naar de stad om in de leer te gaan bij de handelsman. En hij wordt heel “flink” (knap). Als Hamsun dat zegt, bedoelt hij het tegengestelde. Door Eleseus’ kennismaking met de civilisatie is het verval begonnen. Eleseus wordt verfijnd, geleerd, en zwak. Je snapt dat het alleen nog maar bergafwaarts kan gaan, en na een serie dure en mislukte handelsreizen vertrekt hij naar Amerika, waarna we nooit meer iets van hem horen. (Behalve in een film die er hopelijk over een paar jaar komt, maar dat is een ander verhaal!)

Boasson noemde meer voorbeelden van zulke reizen-tot-verval. Die zijn legio te vinden in Hamsuns werk. Te veel om nu op te noemen.

Hamsun vergeleek de tegenwoordige mens met wijnranken die gecultiveerd en dus ontaard zijn en vol wijnluis zitten. Jawel. Het enige dat de mens kan redden is “tykk, veritabel reaksjon”! Blut und Boden.

Vitalisme wordt vaak in verband gebracht met fascisme. En we weten dat Hamsun openlijk sympathiseerde met Hitler. Tegelijk is hij erg kras in zijn kritiek op autoriteiten en zijn al zijn personages genuanceerd, met goede en slechte kanten.

Betekent reizen altijd verval bij Hamsun? Nee, natuurlijk niet! Nooit is iets eenduidig bij deze man van paradoksen en paradoksen op paradoksen, en daarom houden we ook zoveel van hem, vertelt Boasson.
Er zijn personages die in positieve zin veranderen door een reis, al zijn het er weinig. En hier toont de schrijver zich van zijn aller- allermeest moralistische en reactionaire kant. De mooie Julie d’Espard in Siste Kapitel (1923) is een echte nuf, pronkt met haar kennis van het Frans, verleidt de andere sanatoriumgasten, en is, typisch genoeg, platborstig! Maar nadat het sanatorium is afgebrand en alle andere personages ten onder gaan, komt het toch nog helemaal goed met Julie. Want ze gaat samenleven met een boer en vindt de juiste plaats in het bestaan voor een vrouw. Geen Franse fratsen meer, voortaan leidt Julie een deugdzaam, aards leven als boerin – en misschien groeide haar boezem ook nog, maar dat vermeldt de geschiedenis geloof ik niet.

En dan de allergrootste reiziger, August in de trilogie Landstrykere (1927), August (1930) en Men livet lever (1933). Hij heeft nooit iets anders gedaan dan zwerven, maakt pret zolang het duurt op een plaats en laat alles achter in gruzelementen als hij verder trekt. En gaat te gronde als de liefde, of de illusie van liefde, hem wel op een plek houdt.

Reizigers bij Hamsun worden vaak gedreven door verlangens naar rijkdom en status – wat Hamsun dan weer stevig bekritiseert en belachelijk maakt. Ze worden ook gedreven door een existentiele onrust, een kenmerk van de tijd.

Schrijver in de Buick

Echtelijke twist tussen Knut en Marie Hamsun bij de Buick. Foto: Karin Swart-Donders.
Vervelende mensen, die journalisten. En fans zijn ook maar lastig. Dat moet Hamsun gedacht hebben op zijn 75e verjaardag, 4 augustus 1934.

Om te ontkomen aan aandacht en gedoe reden de beroemde schrijver en zijn vrouw Marie in de Buick naar Hamsuns geboortegrond in het Gudsbrandsdal. Dat wil zeggen, het was Marie die reed, zoals gewoonlijk, want Knut was wel dol op auto’s maar had geen rijbewijs. Het gerucht van de tocht had zich echter verspreid en bij de plaats Garmo stonden bewonderaars hem op te wachten. Dat beviel de knorrige schrijver slecht. Hij gaf aan Marie de opdracht om gewoon door te rijden.

Het Hamsuncentrum (Hamsunsenteret) in Hamarøy kon gisteren even pronken met Hamsuns beroemde Buick uit 1933. Dit ter ere van de 30e jaarlijkse Hamsundagen. “Knut en Marie Hamsun” doken ook even op in een overtuigende echtelijke ruzie aan het begin van hun dagje uit- Knut stapt gewoon in en laat Marie mooi al het werk doen met de koffers op de auto laden, dit tot groot ongenoegen van Marie.

Hamsun kocht deze wagen in hetzelfde jaar dat hij op de markt kwam, in 1933. Het is een model 57 uit de serie 50, dan weten jullie dat. Nadat hij de auto in 1936 verkocht heeft hij 12 verschillende eigenaars gehad. Nu wordt het Hamsunsenteret waarschijnlijk de volgende eigenaar. De financiering is bijna rond, vertelde de burgemeester van Hamarøy. Dan kan hij getoond worden op komende Hamsundagen. De auto kan nog gewoon rijden en kan bij speciale gelegenheden gebruikt worden.

De knorrige, ijdele 'Hamsun' buigt toch nog even voor het journaille. Foto: Karin Swart-Donders.
Niet verwonderlijk was deze bekendmaking een grote media-happening. Gelukkig nam de knorrige schrijver het allemaal goed op. Hij boog zelfs nog voor het journaille.

NRK Nordland over de auto

De Hamsunkenner

Laatst nog werd hij gebeld door iemand op olieplatform die Markens Grøde (Hoe het groeide) zat te lezen en even zijn mening over de hoofdpersoon kwijt wou aan de universitair hoofddocent. Knut Hamsun beroert nog steeds mensen. Daar is Hamsunkenner Nils Magne Knutsen van overtuigd.

Lars Magne Knutsen tijdens een lezing op Kjerringøy. Foto: Roger Johansen.

Lars Magne Knutsen tijdens een lezing op Kjerringøy. Foto: Roger Johansen.


Lezers houden van, en ergeren zich aan, de complexe personages die Hamsun schildert. Luitenant Glahn in Pan is zo iemand. Een echte man van de wildernis, zo wil hij het doen voorkomen. Tegelijkertijd wil hij vooral niet uit de toon vallen bij de burgerij. Dan wordt Glahn verliefd, of wat is het, op Edvarda, de dochter van de handelsman. Zij handelt juist extreem onconventioneel. Hoe veel meisjes zouden in 1893 het openbaar roepen: -Glahn is de man die ik wil hebben!
Hamsun in 1895 in Lillehammer. Foto: Alvilde Torps eftf. Eier: Nasjonalbiblioteket

Hamsun in 1895 in Lillehammer. Foto: Alvilde Torps eftf. Eier: Nasjonalbiblioteket


Knutsen is een enthousiaste verteller. En een beetje veeleisend. Als de studenten, die Pan voor de eerste keer hebben gelezen, iets zeggen wat Knutsen, die al meer dan 30 jaar Hamsun-onderzoek doet, niet tevreden stemt, klinkt het: -Ik ben geschokt! Hoe is het mogelijk dat je dat niet mee hebt gekregen!
Gecompliceerd figuur, die Hamsun. Conservatief, reactionair, maar ook speels en revolutionair. In armoede opgegroeid op de handelsplaats Hamarøy in Nordland, kreeg hij als jongeman opeens een flink bedrag in handen. Gaat onze Knut studeren, een rijke vrouw trouwen, handelsman worden en alles wat een verstandige jongeman hoort te doen? Neuh! Hij trekt de wijde wereld in om schrijver te worden en schopt tegen iedereen. Geestelijken, de invloedrijke hoofdredacteur, grote schrijvers. De beroemde, grote, beroemde Jonas Lie noemt hij bijvoorbeeld een schrijver van boeken voor ouwe wijven (tussen haakjes: ook op dit moment is er een discussie over zogenaamde kulturkjerringer. Maar dat is iets voor een andere keer, misschien). Hamsun heeft een wonderlijk talent om het voor zichzelf te verpesten, want zijn het niet juist deze vooraanstaanden op wie hij zijn hoop moet zetten als hij verder wil als schrijver? Het gaat de eerste jaren slecht, en Hamsun vertrekt zoals zovelen naar Amerika, komt weer terug, maar blijft rondzwalken van hot naar her. In een paar van zijn boeken gaat het over broers van wie de een verstandig thuis blijft, terwijl de ander rondzwerft over de wereld.
Als het over Hamsun gaat, gaat het ook altijd maar weer over zijn nazistische sympathieen. Ook tijdens het Hamsunjaar in 2009 waren er heel wat boze ingezonden brieven in de krant, dat het toch een schande was om een nazi zo te eren. Het is duidelijk dat Hamsun Hitler bewonderde, maar in veel opzichten was hij ook antinazistisch en anti-autoritair.