Tag Archives: Helga Flatland

Adventskalender, dag 22: Karin

FlatlandDeel3-1

Vijf jaar nadat nadat de jongens zijn omgekomen lijkt het beter te gaan met de ouders van Tarjei. Dochter Julie heeft de boerderij overgenomen, haar grootste wens.
Het ergste verdriet is over. Er voor in de plaats gekomen is een soort verdriet over het kwijtraken van het verdriet, verlangen naar het verlangen, leegheid. Moeder Karin is voorzichtig opnieuw begonnen in haar baan als bibliothecaresse.

Ik versier het huis voor kerst op 22 december, haal de oude kerstversiering tevoorschijn, heb niets nieuws gekocht sinds 2001, toen verbrandden de kerstboomlampjes die Hallvard in 1989 had gekocht bijna de droge, oude glitterstroken en de gevlochten kerstmandjes die Tarjei en Julie op school hadden gemaakt. Ik ben buiten mezelf en tegelijk er midden in, zie een nisse van watten en wol die Tarjei toen hij vijftien was maakte bij handarbeid, met een gebreide broek en een jas en een muts. Ik strijk over de muts, moet glimlachen, moet lachen over hoe trots hij erop was, en hoe Hallvard er buitengewoon veel complimenten over maakte, dagen lang, zo veel dat Tarjei zich tenslotte gedwongen voelde te bekennen dat eigenlijk een meisje in zijn klas het meeste had gebreid voor hem, en Hallvard vervolgens complimenten begon te geven over de vorm van het nisselijf.

Onder het kerstdiner is iedereen blij verwonderd over de verandering die Karin de laatste tijd heeft doorgemaakt. Hallvard, zijn ouders, Julie en Mats. – Het is verdomme emotionele extreme makeover home edition, snift Mats.

Wat niemand weet is dat Karin een avontuurtje heeft gehad met een bibliothecaris op een congres in Bergen. Een deel van de verklaring van haar plotselinge monterheid na een jarenlange apathie? De hele kerst wisselen de tortelduifjes druk sms-jes uit.

Helga Flatland: Det finnes ingen helhet. Aschehoug, 2013. Laatste deel in de trilogie.

Adventskalender, dag 20: Julie

FlatlandDeel2-1
Weer is het december, de tweede kerst nadat de jongens zijn omgekomen nadert. Weer komt Julie met haar dochtertje Solveig naar haar ouderlijk huis, opnieuw zonder haar vriend Mats. Niet ver van het huis wonen ook haar grootvader en haar grootmoeder Solveig, naar wie haar dochter is vernoemd. Vorig jaar leefden haar ouders elk in hun eigen wereldje en maakten zich totaal niet druk over kerst. Hoe zal het dit jaar gaan?

– Mamma, roep ik. – Pappa? Solveig?
Geen antwoord. Het fornuis is pas schoongemaakt, de aanrechten blimmen. Ik aarzel even voordat ik de koelkast opendoe. Hij zit vol met lekker broodbeleg, verse melk, sap en groenten. Ik knijp mijn lippen samen van hoop en nervositeit. Doe de deur naar de woonkamer open en de geur van groene zeep komt me tegemoet. Alle planken en alle hoeken zijn stofvrij.
Ik moet glimlachen omdat mamma zelfs verse bloemen heeft gekocht en eraan heeft gedacht om de adventsster voor het raam te hangen. Vlak voor het raam met uitzicht op de weg staat de zevenarmige kandelaar op te lichten. En ik word warm in mijn hele licham, want nu is het kerst, net als vroeger. En ik heb zin Mats te bellen om te zeggen dat hij moet komen.
Ik neem de trap met twee treden tegelijk, moet mamma vinden, ik brand van verlangen haar te zien. Ze is niet op Tarjeis kamer, nu komt alles goed, ze is niet op de slaapkamer, ze is niet op mijn kamer, ze is helemaal niet op de eerste verdieping, alles wordt anders en ik kan thuiskomen.
Oma roept me vanuit de gang bij de badkamer. Ze zit in een rare houding tegen de muur en haar gezicht is verwrongen van pijn.
– Het is mijn been, zegt ze. – Ik denk dat het gebroken is.
Ze heeft de gele schoonmaakhandschoenen nog aan.

Dan snapt Julie dat het oma Solveig is die alle kerstvoorbereidingen heeft gedaan. Waar is mamma?

En het blijft niet bij deze ene schokkende ontdekking die kerst.

Helga Flatland: Alle vil hjem. Ingen vil tilbake. Aschehoug, 2011.

Adventskalender dag 18: Julie

FlatlandDeel2-1De eerste winter nadat de jongens zijn omgekomen. Julie is de oudere zus van Tarjei. Ze woont in Oslo en is voor kerst naar haar ouderlijk huis gekomen met haar dochtertje Solveig. Ze verblijven in een bijhuis van de boerderij. Buurman Jon Olav verzorgt de dieren goed. Haar ouders doen niets op de boerderij of in het huis. Ze zitten vooral voor zich uit te staren.
Julie heeft op kerstavond het graf van Tarjei bezocht, bij de kerk.

Nu verlichten de fakkel en de grafkaars samen sneeuwlucht en kerstnevel helemaal beneden in het dal. Jon Olav en ik kijken beiden naar de kerk terwijl we zeggen “daag” en “fijne kerst”. Solveig trekt aan mijn arm, wil naar binnen, naar de pakjes die ze heeft zien liggen onder de kerstboom die ik gisteren heb gehaald.
Ik had me eigenlijk voorgenomen om, als mamma en pappa binnen niet de kerst zouden voorbereiden, Solveig en ik het in ons huisje zouden vieren. Alleen wij tweetjes. Ik wachtte heel december tot mamma zou gaan schoonmaken, tot pappa een boom uit zou zoeken. Toen sloot ik een compromis met mezelf, ik dacht: als ze het maar vragen, zal ik alles regelen. Als ze alleen maar een teken geven dat ze begrijpen dat het bijna kerst is, een teken dat er nog steeds mensen zijn om het mee te vieren en voor te vieren.

Tenslotte kapt Julie zelf een den in het bos, ze maakt de huiskamer schoon en versiert alles. Ook het Tarjei-kerstmannetje en het Julie-kerstvrouwtje zet ze op hun vaste plaats. Hoe zullen haar ouders reageren?

Helga Flatland: Alle vil hjem. Ingen vil tilbake. Roman. Aschehoug, 2011. Het tweede deel in de trilogie.

Adventskalender, dag 16: Jon Olav

Jon Olav is gepensioneerd boer. Als Tarjei, Trygve en Kristian omkomen in juni, verzorgt hij een tijd de stieren van Hallvard, Tarjeis vader, die tot niets meer in staat is.
Ook de zoon van Jon Olav en Ingrid, Sigurd, zit sinds de dood van de jongens thuis en doet daar niets anders dan veel drinken, roken en harde muziek draaien, tot grote ergernis van zijn vader. Sigurd was een paar jaar ouder dan de jongens en had niet veel contact met ze. Jon Olav begrijpt daarom niet waarom Sigurd zo aangeslagen is. Liever gezegd, hij weet diep van binnen wel wat de reden is.
Jon Olav ruimt elke winter de sneeuw van de wegen in het dorp.

“Het donker is overweldigend op deze dag net voor kerst. Het heeft de hele nacht gesneeuwd en de zware verse sneeuw is op de sparrenboom gaan liggen – die op zijn beurt, op een of andere plaats, zijn takken zwaar op de stroomleidingen heeft gelegd en de stroom hiernaartoe heeft afgesneden. Door de sneeuwval en het donker zie ik niet eens de garage als ik buiten kom en op de trap sta.

(…)

Ik ruim eerst mezelf het erf af. Doe de inrit van Ragnhild die alleen een lage fiat en geen tractor heeft en niemand om haar te helpen. Tenslotte richting kerk, ik ruim het hele plein met milimeterprecisie langs de randen. Werp een blik naar de begraafplaats, weet dat Reidunn, zodra ze wakker wordt, naar de begraafplaats gaat rijden en het graf van Trygve vrij gaat scheppen – zodat zijn naam zichtbaar is. Ik heb deze meerdere keren gedacht of ik het niet voor haar zal doen, nu ik hier toch ben, maar ik breng het niet op. Ik weet ook niet of ze het wel wil.”

Op zijn weg terug komt hij de auto van Reidunn tegen. Het lijkt net alsof Trygve naast haar zit en hem diep in de ogen kijkt. Dan komen herinneringen terug aan een zomer van een paar jaar geleden. Het was warm, Sigurd had eindelijk een vakantiebaantje en was gelukkig, en toen kwam Trygve de rust verstoren. Wat was dat toch tussen die twee?

Adventskalender, dag 10: Tarjei

9788203350184_Flatland-1
“Hee. Zie jij het jaar en de weken voor je als cirkels?”, vroeg Julie op een avond, lang geleden, toen we nog de zolderkamer deelden. Hoewel ik daar eerder niet over na had gedacht en er nooit woorden aan had gegeven, zitten de jaargetijden en de weken in cirkels in mijn hoofd. De zomer is helemaal onderaan, groen en lang, de herfst gaat in een bocht naar links omhoog en is groen en bruin. De kersttijd is zwart en is een stuk apart. De rest van de winter is lichtblauw en net zo lang als de zomer. De lente heeft geen kleur, die is gewoon beelden van het eerste asfalt dat tevoorschijn komt, het geluid van de gruissteentjes, die nog niet van de weg zijn geveegd, onder joggingschoenen, beelden van zo sterk zonlicht dat je er niet naar kan kijken en de nationale feestdag op 17 mei.”

Het is bijna kerst als de zestienjarige Tarjei terugdenkt aan dit gesprek met zijn zus. Een buurman ligt levensgevaarlijk gewond en in coma in het ziekenhuis. Tarjeis vader ligt ook in het ziekenhuis, hij met een longontsteking. Tijdens zijn eerste elandjacht heeft de jongen per ongeluk de buurman in zijn hoofd geschoten. Zijn vader heeft de schuld op zich genomen. Niemand heeft het ongeluk gezien, maar Tarjei vermoedt dat meerdere mensen in het dorp de ware toedracht vermoeden. Hij denkt ook dat zijn vader ziek is geworden van alle zorgen. Tarjei ziet geen cirkels meer in zijn hoofd, er is alleen nog een zwart gat en het lukt hem niet gedachten vast te houden.

In februari blijkt dat de buurman er bovenop komt. Een meisje in Tarjeis klas denkt dat mensen in de toekomst, als ze de naam van het dorpje horen, altijd denken aan dat ongeluk, wat was het ook weer, een jager werd in zijn hoofd geschoten en hij overleefde het! Dat zullen ze zich herinneren van dit dorp.

Helga Flatland: Bli hvis du kan. Reis hvis du må. Roman. Aschehoug, 2010. Eerste deel van een trilogie.
Vier jongens uit een klein dorp, Tarjei, Trygve, Kristian en Bjørn, besluiten naar de Noorse strijdkrachten in Afghanistan te gaan. Drie van hen rijden op een bermbom en komen om. Waarom gingen ze eigenlijk? Hoe gaat het verder met degenen die achterblijven? De ouders, broers en zussen en vrienden in de kleine gemeenschap, de enige jongen die wel levend terugkwam?