Tag Archives: Øyvind Rimbereid

Roos I Vliegend

Rimbereid was gast op Poetry International in de onschuldtijd. Toen een roos nog een roos was. Geen drijvend droevig eerbetoon, geen dood. Gewoon een … roos… met nieuw leven in zich.

ROOS I
Vliegend

In het Lufthansa-vliegtuig van Milaan op weg naar huis,
zevenduizend meter boven de Alpen
legt ze haar hoofd tegen het raam,
bezorgd over haar eerste opdracht voor Nortrade.
Al gauw dommelt ze in, en half dromend
is ze al boven het Skagerrak.
Maar in haar handtas onder haar zitvlak
ligt de roos
die haar Italiaanse contact
De vorige avond voor haar kocht tijdens het diner.
Die ligt beschut
in de Milano Finanza van maandag
die ze gehoopt had nog te kunnen lezen.
Helemaal daarbinnen, tussen kroonbladeren met
zachte druk
Wringt steeds een gele rups zijn bochtjes
Dus: vliegende vrouw, roos en rups.

Øyvind Rimbereid, uit: Herbarium (2008). Gyldendal Norsk Forlag, Oslo 2008.
Vertaling: Karin Swart-Donders m.m.v. Willem Ouwerkerk.
Gedicht en vertaling gepubliceerd met toestemming van de dichter.
Willem publiceert vertaalde Noorse poëzie op zijn website Noorse Poëzie

Hier is het origineel:

ROSE I
Flygende

I Lufthansa-flyet på vei hjem fra Milano,
syv tusen meter over Alpene,
hviler hun hodet mot vinduet,
bekymret over sitt første oppdrag for Nortrade.
Snart slumrer hun, og halvt i drømme
er hun allerede over Skagerrak.
Men i håndvesken under setet
liger rosen
som den italienske kontakten
kjøpte til henne under middagen kvelden før.
Den ligger beskyttet
inni mandagens Milano Finanza
hun hadde håpet hun ville greie å lese.
Innerst, mellom kronbladenes
lette press
bukter stadig en gul larve seg.
Altså: flygende kvinne, rose og larve.

Skogstjerne-vertaling

Vanmorgen kwam hij aan in Kirkenes, de MS Nordnorge. Nu is het Hurtigrute-feest voorbij en de Noren moeten terug naar elk hun harde werkelijkheid. In mijn geval, nu, het vertalen van poëzie. (Hard?) Vertalen is minstens net zo´n sær proces als het vijf dagen lang van minuut tot minuut volgen van een boot. En het gaat minstens net zo langzaam. Maar het is ook de allerbeste manier om de kustschatten te ontdekken.
Eerder schreef ik over het vertalen van Øyvind Rimbereid, de Noorse gast tijdens Poetry International vorige week in Rotterdam. Nu legt de MS Skogstjerne weer even aan. Hier komt mijn vertaling, met – al zeg ik het zelf- een paar mooie vondsten, maar ook heel veel dingen die beter kunnen. Ik hoop dat er iemand op de kade staat, met korpsmuziek, vlaggen, of met boe-geroep. Het commentaarveld is open!

ZEVENSTER

Blok nummer 11

Overal in het bos, maar vaak vrij
om struiken, langs rijke veenkanten
of los in het mos. Staat de zevenster onder
loofbomen, is het of hij óók ritselt
en de kroon glans haalt van het espenblaadjes-zilver.

Er was een blok: nummer 11.
Er was een gevangenis binnenin de gevangenis.
Er was een raam daar binnen zonder geluid.
Er was een zaak die stond te wachten.
Er was een hongerstraf die het heupbeen zou doen glanzen.

Zevenster strooit scheuten als stille schoten
onder veen, met knoppen en wonden waar een nieuwe
steel zal groeien. Elke ster open voor zich.
Nergens buren. Maar ´s nachts treden de kroon-
draden naar voren met bloedaderen in iets te witte huid.

Het was een blok: nummer 11.
Het was een straf binnenin de straf.
Het was langzaam en als een kus door niemand.
Het was als een bruidegom voor Antigone ingesloten in het hol.
Het was achter een elektrisch hek dat herschapen zou worden tot een wijdopen poort.

Zevensters naam redt niemand,
en zijn kroon heeft net zo vaak zeven kelkblaadjes als zes.
Dus noem hem net zo lief “de gebarsten bandage van de geschiedenis”,
schamel en smakelijk als een witte haar in je mond.
Zevenster flonkert in het bos tegen roestrode bodem.

Vertaling: Karin Swart-Donders.

Dit is het origineel:

SKOGSTJERNE

Blokk nummer 11

Hvor som helst i skogen, men gjerne fritt
omkring kratt, langs rike myrkanter
eller i løse mosen. Når skogstjernen står under
lauvtrær, er det som om den óg rasler
og kronen henter skinn fra ospebladets sølv.

Det var en blokk kalt nummer 11.
Det var et fengsel innerst i fengselet.
Det var et vindu der inne uten lyd.
Det var en ting som var å vente.
Det var en sultestraff som skulle få hoftebeinet til å skinne.

Skogstjernen sprer seg som stille skudd
under torv, med knopper og sår der en ny
stilk skal vokse. Hver stjerne åpnet for seg.
Ingen nabo. Men om natta trer kronens
tråder fram med blodårer i litt for hvit hud.

Det var en blokk kalt nummer 11.
Det var en straff innerst i straffen.
Det var sakte og som et kyss gitt av ingen.
Det var som en brudgom for Antigone stengt inne i hulen.
Det var bak et elektrisk gjerde som skulle forvandles til en vidåpen port.

Skogstjernens navn redder ingen,
og kronen har vel så ofte syv fliker som seks.
Så kall den like gjerne «historiens sprukne bandasje»,
småvokst og smakfull som et hvitt hår i munnen.
Skogstjernen gnistrer i skogen mot rustenrød bunn.

Øyvind Rimbereid, uit: Herbarium (2008). Gyldendal Norsk Forlag, Oslo 2008.
Gedicht en vertaling gepubliceerd met toestemming van de dichter.

Bloemen in blok 11

Nog steeds bezig met hetzelfde gedicht van Rimbereid. Snel gaat het niet, maar ik begrijp meer dan laatst.

De ondertitel Blokk 11 verwijst naar het beruchte doodsblok in concentratiekamp Auschwitz. Et fengsel innerst i fengselet. Hier zetten de nazi´s mensen vast die in hun ogen zware misdrijven hadden begaan. Er werd gemarteld en het kwam voor dat gevangenen doelbewust werden doodgehongerd, als straf.

Een van de gevangenen in blok 11 was de Poolse franciscaner monnik Maximilian Maria Kolbe. Hij had 2000 joden gehuisvest in zijn klooster-drukkerijhuis Niepkalanów (“de Onbevlekte”). Na een vermeende ontsnappingspoging van een medegevangene wilde de kampcommandant als straf tien mannen laten doodhongeren. Toen een van hen, Franciszek Gajowniczek, klaagde wat er nu van zijn vrouw en kinderen moest worden, bood Kolbe aan om voor hem in de plaats te gaan. En zo gebeurde.

Wat een vervloekte plaats was, werd nu een heiligdom van Gods glorie, zegt deze website over de Heilige Maximilian Maria Kolbe wat gezwollen. De terdoodveroordeelden baden en zongen religieuze liederen onder leiding van Kolbe. Na twee weken waren er nog vier mannen in leven, waaronder Kolbe. Zij kregen een dodelijke injectie met fenol. Dit gebeurde op de avond voor Maria-Tenhemelopneming, 14 augustus 1941.
Vader Kolbe wordt vereerd in Polen. Hij werd zalig verklaard in 1971 en heilig verklaard in 1982. De geredde Gajowniczek was aanwezig bij die heiligverklaring. Hij overleefde het concentratiekamp en leefde helemaal tot 1995.

Det var som en brudgom for Antigone stengt inne i hulen.
Det var bak et elektrisk gjerde som skulle forvandles til en vidåpen port.

Het meeste van deze informatie heb ik van deze website over de Heilige Maximilian Maria Kolbe van Urząd Miasta Zduńska Wola. De biografie daar is gebaseerd op een boek van Wincenty Zaleski.

Kolbes opofferingsgezindheid heeft ook roman- en toneelschrijvers geinspireerd.
Kolbe´s Gift. Een toneelstuk van David Gooderson. De Noorse Åge Rønning schreef de roman Kolbes reise (Gyldendal, 1982), die later door Ketil Bang Hansen voor toneel werd bewerkt.