De onzichtbare regenboog – Voorwoord

Een intrigerende titel. Wat is er kleurrijker dan een regenboog? Wat voor regenboog is onzichtbaar? Hoe weet je dat hij er is, als je hem niet kan zien? Is het goed of niet?

Ooit liet een regenboog in de lucht na een storm alle kleuren zien die er waren, stelt Arthur Firstenberg in het voorwoord van The Invisible Rainbow. Dat was voor er allerlei andere kleuren, zoals hij ze noemt, kwamen. De radiogolven in onze tv’s, de electrische stroom in huizen, de ultrasone freqenties in onze computers, de microgolven in onze mobiele telefoons.

Omslag van Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow.

Al die golven beinvloeden de gezondheid van ons mensen en onze “buren”, dieren en planten. Zonder dat we ze kunnen zien. Maar ons lichaam weet dat ze er zijn. Ze interfereren met de electrische golven die betrokken zijn bij alle processen in ons lichaam.

In het voorwoord zet hij tegenstellingen op tussen zien en niet-zien. Weten en niet-weten, of willen weten en negeren. Gezondheid en ziekte.

Mensen zijn niet geprogrammeerd om andere golven dan kleuren te zien, Daarom zijn we letterlijk blind voor de gevolgen die electrische golven hebben. Tegenwoordig zijn er vele ziekten die eerder nagenoeg onbekend waren volgens Firstenberg, zoals angststoornis, griep, diabetes, hartziekten en kanker.

“We live today with a number of devastating diseases that do not belong here, whose origin we do not know, whose presence we take for granted and no longer question. What it feels like to be without them is a state of vitality that we have completely forgotten.” (Firstenberg 2017:2).

We leven met deze “ziekten van de civilisatie” omdat we weigeren te erkennen wat het is dat ze veroorzaakt.

“The 60-cycle current in our house wiring, the ultrasonic frequencies in our computers, the radio waves in our televisions, the microwaves in our cell phones, these are only distortions of the invisible rainbow that runs through our veins and makes us alive. But we have forgotten.
It is time that we remember.”
(Firstenberg 2017: 2).

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.

Boek aangekomen

 

Het nog ingepakte boek. Foto: Karin Swart-Donders.

Het nog ingepakte boek.

Het boek kwam vandaag aan.

Ik vermoed dat dit een grote invloed op mijn leven zal hebben. Misschien alles op zijn kop zal zetten. Daarom durf ik het nog niet open te maken.

Eerst nog twee mondelinge examens waarvoor ik een helder hoofd nodig heb.

Dwanginstallatie slimme meters in Noorwegen

In Nederland mag je kiezen of je een AMS-stroommeter (“slimme stroommeter”) wilt.

Hier in Noorwegen daarentegen worden mensen gedwongen.

Wie zo’n meter niet wil, bijvoorbeeld uit oogpunt van gezondheid (straling), privacy, of andere redenen, loopt het risico de stroom afgesloten te krijgen.

Gelukkig verzetten steeds meer mensen zich.

Nu is het zaak om zich beter te organiseren, want alleen samen kunnen we deze strijd winnen. Dat is de raad van Einar Flydal, die zich werkelijk op de materie heeft gestort.

Einar Flydal: Organiseer je.

Smoothieblues

De nieuwe blender. We waren er zo blij mee. Eindelijk smoothies met precies de dikte die we zelf wilden. Eindelijk smoothies zonder banaan, die bijna niet te koop zijn. Elke dag een koud flessie mee naar het werk.

Fruit erin, sap erin, blade erop, op z’n kop, en blenden maar. Daarna kon alles gewoon in de afwasmachine, dus ook de blade. Stond in de gebruiksaanwijzing.

Maar na een paar afwasbeurten … siliconen ring in de blade kapot.
Ik was misschien slordig geweest, had moeten controleren dat de ring goed op zijn plaats zat voordat ik hem in de machine deed.
Maar geen nood, we pakten gewoon de siliconen ring van de noten-hak-blade en stopten die in de fruithak-blade. Hakken toch bijna nooit noten.

Toen ging ook die ring kapot in de afwasmachine.
En zonder ring … zo’n ring lijkt onbelangrijk, maar zonder ring lekt het als een gek.

De delenleverancier zat in Duitsland, zo bleek, na wat wel een beetje een zoektocht was op het net. Een heuse gmbh. Siliconen ringen kostten ca. 10 euro per stuk, en werden in principe misschien ook wel geleverd in Noorwegen?? De website van de gmbh kon wel melden dat ringen op dit moment niet leverbaar waren, maar was verder weinig mededeelzaam.

Maar ik liet me niet kisten en stuurde mooi toch een e-mail naar de gmbh.
Nooit meer iets van de gmbh gehoord.

Dus, toen was de keuze: een zelfgemaaktesmoothieloos leven, of een hele nieuwe blender. We kozen voor het laatste, en nadat we de kinderen hadden verkocht ….

Nee nee nee.

De man pakte zijn tube met siliconenkit. Hij experimenteerde eerst met de notenhakblade, en dat was maar goed ook. Hij smeerde te dik en de notenhakblade sloot niet goed aan.
Wijs geworden smeerde de man een dunnere laag siliconenkit op de vruchtenhakblade. Dat ging goed.
We lieten het een dag ofzo drogen.

Zou het goed gaan? Vol ærefrykt smeten we aardbeien, bosbessen, sinaasappelsap en appelsap in de kom.

Laat maar lekker draaien, en…

Ja hoor, het gaat goed!

mmmm …. een zelfgemaakte smoothie!

Mensen vragen altijd wat ik doe om er zo jeugdig uit te zien. Nu weten jullie het geheim. Elke dag smoothie met siliconen!

 

 

Pakketje uit Nederland

Van het Noorste naar het Nederlandste.
Gisteren: Nationale feestdag met optochten, klederdrachten, worst en ijs.
Vandaag: appelstroop en zuurkool.

We kregen een pakketje uit Nederland. Een pakketje met een petje. Opsturen door de internetwinkel in Nederland waar we het ding bestelden kost niet minder dan 20 euro. Duurder dan de hele pet.

Handig dus dat broer het ding kon opsturen voor een lager tarief. Het kon niet in de brievenbus, daarom moest hij er een pakket van maken. Een pet-pakket, nee meer: een heus pret-pakket.

Nederlandse gasten komen altijd met pindakaas aan. Drop. En vooral hagelslag. Altijd hagelslag.
En helemaal niks mis met drop en hagelslag, dat eten we graag.

Maar appelstroop dus. Je weet nooit hoe bijzonder dat is voor je naar Noord-Noorwegen verhuist. Hoeveel nooitgenoegnagedachte boterhammen, hoeveel nooitdankbaargenoeggeweeste sausen. Hartstikke lekker en bron van ijzer. En nergens te koop hier. In tegenstelling tot pindakaas, want dat staat in elke supermarkt.

Zuurkool, welkome afwisseling in een niet al te gevarieerd groente-aanbod (om het maar mild uit te drukken). Ook niet aan te komen. In elk geval niet die goeie ouwerwetse friszure. Alleen maar die Noorse zoetzuurkool met komijn. Niet te vreten.

Zoonlief ging gelijk een boterham met appelstroop smeren.
Een dezer dagen prijkt er een zomerse zuurkool-ovenschotel op het menu.

Kjekt, zo’n broer. En hij schrijft ook nog goed, kijk maar: Leuke loopjes.

Nasjonaldagen-2006

 

Hier wat foto’s van 17 mei 2006. Onze eerste 17 mei in Noorwegen.

Vlaggen

Dit schreef Karin destijds:
Als kind vond ik Bevrijdingsdag een dag van eindeloos geluk. Verkleden, optocht, zingen, spelletjes en lekkere dingen. En altijd mooi weer. Ik zag het gisteren terug bij de kinderen. Mooi geklede kinderen die zich verheugen op de optocht. En daarna ijs en worst! Kleutermeisjes in rode bunad renden tussen de dennebomen. Er was sneeuw gevallen, maar die smolt weer weg.

Geales analyse – het huis met de hand voor zijn ogen

In oktober 2017 kwam het boek “Samtidslyrikk i klasserommet” uit. De schrijvers Kjersti Rognes Solbu en Jon Opedal Hove zijn beide leraren Noors aan dezelfde school. Ze komen in dit boek met veel ideeën over hoe je als leraar poëzie in de klas kunt gebruiken. Dus hoe je er veel meer van kunt maken dan het saaie verplichte nummer dat poëzie zo al te vaak wordt. Welke moderne gedichten je kunt gebruiken – niet altijd alleen maar die geijkte grote namen van laaaang geleden. Lijkt me een interessant boek.

In verband met de lancering was er een wedstrijd: tolk het gedicht Det gule van Ingrid Nielsen  in maximaal 140 tekens. Het gedicht komt uit haar debuutbundel Hemmelig, men aldri som en tyv.

Det gule

i grålysningen
ble jeg båret ned til robåten
og lagt i baugen
slikt at jeg på vei ut til garnet
kunne se bakover
mot det gule huset
som med lukkede øyne og
åpen munn
hvisket om å stå på land
til meg som var der ute i vann

Geale de Vries, uit mijn vorige blogpost over Krokstav-emne revisited, was een van de winnaars. Zijn micro-analyse luidde (in het nynorsk) als volgt:

“Eit lite barn på grått hav, på veg ut i verda? Med ei livsline mot den solgule heimen på land, som held seg for augo, ber om at alt går bra.”

Vooral het gele huis dat zich in de tolking  voor ogen houdt maakte indruk op de jury. Het onheilspellende daarvan. In het origineel staat er “met gesloten ogen”.

Hier is een filmpje waarin de schrijvers de drie winnaars presenteren. https://www.facebook.com/Fagbokforlaget/videos/1672721352802479/

Kjersti Rognes Solbu & Jon Opedal Hove: Samtidslyrikk i klasserommet. Fagbokforlaget, 2017.

Ingrid Nielsen: Hemmelig, men aldri som en tyv. Gyldendal, 2016.

Meer kronkelvormen – Geales herdichting

Acht jaar geleden alweer sinds “Kronkelstokkenvormensprokkel”. Ik herdichtte Helge Stangnes’ Krokstav-emne, met hulp onderweg van o.a. Dorine van der Linden.

Het was leuk en uitdagend om te doen destijds, maar nu ik het resultaat terugzie, ben ik niet meer zo tevreden. Het loopt niet lekkker, het komt gedwongen over. Dat het moet rijmen in vertaling, ok, maar kon ik het alleen laten rijmen door de Noorse woordvolgorde aan te houden? (“waar ‘t land was het best” enzo).

Kronkelstokkenvormensprokkel: Helge Stangnes

Gedichten vertalen, trouwens literatuur vertalen in het algemeen, is een “balansekunst”. Het moet zo letterlijk als het kan, maar zo vrij als het moet – zo vertelde de bekende vertaler Noors-Nederlands Paula Stevens het. En met gedichten moet het vaak vrij. Niet bang zijn om van de letterlijke tekst af te wijken, als dat helpt om de boodschap van de dichter goed over te brengen.

Naar aanleiding van mijn bericht op Facebook kwam Geale de Vries met een nieuwe herdichting van Krokstav-emne. Ik leerde Geale kennen in 2010 tijdens een cursus literair vertalen van het ELV, waar Paula Stevens docent was. Hij werkte destijds als vertaler in Nederland. Ondertussen woont hij al weer jaren in Noorwegen, waarvan de laatste twee jaar in het stadje Halden in het uiterste zuidoosten. Hij werkt als docent Noors en Engels op een videregående skole en daarnaast werkt hij als vertaler, vooral van juridische teksten. Hij is sinds 2017 “statsautorisert translatør” Nederlands-Noors.

Wat ik verfrissend vind aan Geales gedicht is dat hij niet zo krampachtig vasthoudt aan de letterlijke tekst.  Daarom kon hij ook met goede rijmvondsten komen (“rechtop naar het licht” versus “krom uit het zicht”). De herdichting maakt geen “vertaalde” indruk. Tegelijk is de gedachte goed bewaard gebleven.

De wind voert niet al het zaad
naar een plek als een bedje gespreid
soms komt het neer op een rots
die steil naar beneden glijdt

Zaad wil omhoog
droomt zich groot en rond
maar hun lot is beschikt door de grond

Enkelen schieten rechtop naar het licht
Anderen kronkelen krom uit het zicht
Nuttig hout koop je op bestelling
maar een kronkelstok vind je niet in een zonnehelling

 

 

 

Fietst vanaf de Noordkaap

Het noorden van Noorwegen vond hij het mooist. De tunnels daarentegen vindt hij maar niks. Sander Phoelich (27) fietst vanaf de Noordkaap terug naar Nederland.

Hij kwam met het vliegtuig aan in Alta en nam de bus naar Honningsvåg. Het laatste stukje naar de Noordkaap fietste hij, en toen begon zijn fietstocht terug naar Nederland.

Drie maanden heeft hij er voor uitgetrokken. Hij begon op 21 juni. Ik kwam hem tegen in jeugdherberg Haraldsheim in Oslo op 13 augustus. Toen had hij dus al het grootste deel van Noorwegen er op zitten.

“Ik heb nog tot 20 september. Het gaat sneller dan verwacht. Misschien ga ik een extra rondje doen in Denemarken en Duitsland.”

“Ik vond de Noordkaap zelf niet zo bijzonder. Het was koud en mistig. Maar daarna werd het prachtig onderweg. Ik vind de noordelijkste provincies het mooiste, de rust en de natuur. Het binnenland is ook mooi.

Sander Phoelich is nu in Oslo op zijn fietstocht van de Noordkaap naar Nederland. Foto: Karin Swart-Donders.

Sander Phoelich is nu in Oslo op zijn fietstocht van de Noordkaap naar Nederland. Foto: Karin Swart-Donders.

In grote delen van Noorwegen is er maar één hoofdweg, die fietsers moeten delen met het overige verkeer. Het is wel eens moeilijk om een krap inhalende camper achter je te hebben. “Vooral Nederlandse en Duitse campers. Die zijn niet gewend aan fietsers. Maar ik heb een helm met spiegels, ik kan zien wat me inhaalt, dus het gaat wel.”

De vele tunnels zijn ook een uitdaging. “Het begon al gelijk met de Noordkaaptunnel, 8 kilometer. En net boven Stavanger wilde ik door twee tunnels rijden waar dat verboden was. Toen ik door de eerste heen was, werd ik gestopt door de politie met loeiende sirenes. Bleek dat meerdere mensen die me in de tunnel zagen fietsen het alarmnummer hadden gebeld. Ik vroeg: hoe moet ik er dan door komen? Ze zeiden dat ik een bus kon nemen – de fiets kan mee in de bus.”
Het bleef bij een waarschuwing van de politie deze keer. Phoelich ging liften en had toen binnen vier minuten een lift.

Het wordt de fietser in de buurt van een Noorse tunnel niet makkelijk gemaakt, vindt Phoelich. “Op het internet vond ik geen informatie over welke tunnels je niet in mag met je fiets en welke alternatieve route of alternatief transport je moet nemen.” Vaak staat alleen vlak voor de tunnel een bordje “Verboden voor fietsers”. De verleiding om toch maar door te fietsen wordt dan groot.

De Noren vind hij aardig en behulpzaam. En, handig, ze kunnen goed Engels.  “Ik vind ze een beetje op Friezen lijken”, zegt Phoelich, die zelf uit Harlingen komt. Eerst een beetje stug, maar na een paar minuten komen ze los. Een keer bood iemand spontaan een overnachtingsplaats aan toen hij Phoelich zag fietsen door de regen en wind. Een andere keer reed een werknemer van een transportbedrijf hem geheel op eigen initiatief en gratis naar de veerboot toen een weg was gesloten.

Na de tocht hoopt Phoelich weer aan het werk te gaan bij Achmea in Leeuwarden. Maar dit wordt niet zijn laatste fietstocht. Hij wil nog meer van de wereld zien.

Dat er Noren zijn die meteen het alarmnummer bellen als ze een fietser in een tunnel zien, is beter te begrijpen als je weet dat er dodelijke ongelukken gebeuren. In juli nog in Hordaland:
Fietser komt om na aanrijding in tunnel: https://www.nrk.no/hordaland/syklist-omkom-etter-a-ha-blitt-pakoyrd-i-tunnel-1.13597302

 

Ingefærkake

Med sommeren kommer avskjed fra kolleger. Enten fordi man selv har funnet ny jobb, eller fordi noen annen begynner hos en ny arbeidsgiver etter ferien. Bra å mimre sammen om gode stunder på jobb mens man spiser en god kake. Si farvel på en hyggelig måte. Hvis det da ikke blir slåsskamp om hvem som skal få siste stykket – hørte rykter om at det nesten skjedde på en viss arbeidsplass 🙂

En bakekyndig kollega spurte beundrende hvordan jeg hadde klart å skrelle og koke ingefæret så akkurat passe mørt, og så med akkurat passe mengde sukker. Svaret måtte være at jeg rett og slett brukte syltet ingefær i glass. Kanskje prøver jeg meg på å sylte ingefær en gang?

Syltet ingefær: fås kjøpt på innvandrerbutikker og noen vanlige matvarebutikker.

Min oppskrift er veldig inspirert av en nederlandsk oppskrift, fra “Den nye kokeboka”. Forresten, “ny”- kokeboka er skrevet av tre forhenværende lærere i heimkunnskap, så mer god og gammeldags blir det vel ikke 🙂

Ingredienser:
75 g syltet ingefær, i små biter + ca. 2 spiseskje ingefærlake
125 g smør, mykt
125 g sukker
litt salt
2 egg
125 g hvetemel
2 teskje bakepulver

Forvarm ovnen på 170 ⁰C. Bland smøret med sukker og saltet, og pisk det mykt og skummende. Rør i et egg til det blir en luftig masse. Rør inn det andre egget. Bland i melet, bakepulveret og ingefærlaken –  forsiktig, ikke rør lufta ut av deigen. Vend det finkuttede ingefæret inn i deigen.
Ha deigen over i en papirkledt avlang kakeform  og dekk den til med papir eller aluminiumfolie.
Ha den i ovnen i 20 minutter, før du justerer varmen ned til ca. 150 ⁰C. Etter det skal den bakes i ca. 30 minutter til, eller til den er gyllen. Kan være store forskjeller mellom ovner, så bare å prøve seg fram. Ikke åpne ovnen den første halvtimen. Kaken er ferdig når en strikkepinne (eller tannstikker) som du stikker inn kommer ut tørt.
Avkjøl litt i formen, til kantene løsner (eller til du blir utålmodig). Ha den ut av formen og over på rist. Hvis du ønsker kan du ta av litt av fettet med tørkepapir på den fortsatt varme kaka.

Kaka er ganske fett, så neste gang vil jeg prøve meg fram med litt mindre smør. Må finne ut litt hvordan. Det er mye smak i smøret, og den vil jeg gjerne beholde. Jeg er derfor ikke uten videre begeistret for å erstatte smør med margarin. Takknemlig for tips.

Kilde:
H.H.F. Henderson, H. Toors en I.J. Ebbelink-Bosch: Het nieuwe kookboek. Ede, Zomer en Keuning. Veertiende druk, 1982 (eerste druk in 1948).