Category Archives: Geen categorie

Geales analyse – het huis met de hand voor zijn ogen

In oktober 2017 kwam het boek “Samtidslyrikk i klasserommet” uit. De schrijvers Kjersti Rognes Solbu en Jon Opedal Hove zijn beide leraren Noors aan dezelfde school. Ze komen in dit boek met veel ideeën over hoe je als leraar poëzie in de klas kunt gebruiken. Dus hoe je er veel meer van kunt maken dan het saaie verplichte nummer dat poëzie zo al te vaak wordt. Welke moderne gedichten je kunt gebruiken – niet altijd alleen maar die geijkte grote namen van laaaang geleden. Lijkt me een interessant boek.

In verband met de lancering was er een wedstrijd: tolk het gedicht Det gule van Ingrid Nielsen  in maximaal 140 tekens. Het gedicht komt uit haar debuutbundel Hemmelig, men aldri som en tyv.

Det gule

i grålysningen
ble jeg båret ned til robåten
og lagt i baugen
slikt at jeg på vei ut til garnet
kunne se bakover
mot det gule huset
som med lukkede øyne og
åpen munn
hvisket om å stå på land
til meg som var der ute i vann

Geale de Vries, uit mijn vorige blogpost over Krokstav-emne revisited, was een van de winnaars. Zijn micro-analyse luidde (in het nynorsk) als volgt:

“Eit lite barn på grått hav, på veg ut i verda? Med ei livsline mot den solgule heimen på land, som held seg for augo, ber om at alt går bra.”

Vooral het gele huis dat zich in de tolking  voor ogen houdt maakte indruk op de jury. Het onheilspellende daarvan. In het origineel staat er “met gesloten ogen”.

Hier is een filmpje waarin de schrijvers de drie winnaars presenteren. https://www.facebook.com/Fagbokforlaget/videos/1672721352802479/

Kjersti Rognes Solbu & Jon Opedal Hove: Samtidslyrikk i klasserommet. Fagbokforlaget, 2017.

Ingrid Nielsen: Hemmelig, men aldri som en tyv. Gyldendal, 2016.

Meer kronkelvormen – Geales herdichting

Acht jaar geleden alweer sinds “Kronkelstokkenvormensprokkel”. Ik herdichtte Helge Stangnes’ Krokstav-emne, met hulp onderweg van o.a. Dorine van der Linden.

Het was leuk en uitdagend om te doen destijds, maar nu ik het resultaat terugzie, ben ik niet meer zo tevreden. Het loopt niet lekkker, het komt gedwongen over. Dat het moet rijmen in vertaling, ok, maar kon ik het alleen laten rijmen door de Noorse woordvolgorde aan te houden? (“waar ‘t land was het best” enzo).

Kronkelstokkenvormensprokkel: Helge Stangnes

Gedichten vertalen, trouwens literatuur vertalen in het algemeen, is een “balansekunst”. Het moet zo letterlijk als het kan, maar zo vrij als het moet – zo vertelde de bekende vertaler Noors-Nederlands Paula Stevens het. En met gedichten moet het vaak vrij. Niet bang zijn om van de letterlijke tekst af te wijken, als dat helpt om de boodschap van de dichter goed over te brengen.

Naar aanleiding van mijn bericht op Facebook kwam Geale de Vries met een nieuwe herdichting van Krokstav-emne. Ik leerde Geale kennen in 2010 tijdens een cursus literair vertalen van het ELV, waar Paula Stevens docent was. Hij werkte destijds als vertaler in Nederland. Ondertussen woont hij al weer jaren in Noorwegen, waarvan de laatste twee jaar in het stadje Halden in het uiterste zuidoosten. Hij werkt als docent Noors en Engels op een videregående skole en daarnaast werkt hij als vertaler, vooral van juridische teksten. Hij is sinds 2017 “statsautorisert translatør” Nederlands-Noors.

Wat ik verfrissend vind aan Geales gedicht is dat hij niet zo krampachtig vasthoudt aan de letterlijke tekst.  Daarom kon hij ook met goede rijmvondsten komen (“rechtop naar het licht” versus “krom uit het zicht”). De herdichting maakt geen “vertaalde” indruk. Tegelijk is de gedachte goed bewaard gebleven.

De wind voert niet al het zaad
naar een plek als een bedje gespreid
soms komt het neer op een rots
die steil naar beneden glijdt

Zaad wil omhoog
droomt zich groot en rond
maar hun lot is beschikt door de grond

Enkelen schieten rechtop naar het licht
Anderen kronkelen krom uit het zicht
Nuttig hout koop je op bestelling
maar een kronkelstok vind je niet in een zonnehelling

 

 

 

Fietst vanaf de Noordkaap

Het noorden van Noorwegen vond hij het mooist. De tunnels daarentegen vindt hij maar niks. Sander Phoelich (27) fietst vanaf de Noordkaap terug naar Nederland.

Hij kwam met het vliegtuig aan in Alta en nam de bus naar Honningsvåg. Het laatste stukje naar de Noordkaap fietste hij, en toen begon zijn fietstocht terug naar Nederland.

Drie maanden heeft hij er voor uitgetrokken. Hij begon op 21 juni. Ik kwam hem tegen in jeugdherberg Haraldsheim in Oslo op 13 augustus. Toen had hij dus al het grootste deel van Noorwegen er op zitten.

“Ik heb nog tot 20 september. Het gaat sneller dan verwacht. Misschien ga ik een extra rondje doen in Denemarken en Duitsland.”

“Ik vond de Noordkaap zelf niet zo bijzonder. Het was koud en mistig. Maar daarna werd het prachtig onderweg. Ik vind de noordelijkste provincies het mooiste, de rust en de natuur. Het binnenland is ook mooi.

Sander Phoelich is nu in Oslo op zijn fietstocht van de Noordkaap naar Nederland. Foto: Karin Swart-Donders.

Sander Phoelich is nu in Oslo op zijn fietstocht van de Noordkaap naar Nederland. Foto: Karin Swart-Donders.

In grote delen van Noorwegen is er maar één hoofdweg, die fietsers moeten delen met het overige verkeer. Het is wel eens moeilijk om een krap inhalende camper achter je te hebben. “Vooral Nederlandse en Duitse campers. Die zijn niet gewend aan fietsers. Maar ik heb een helm met spiegels, ik kan zien wat me inhaalt, dus het gaat wel.”

De vele tunnels zijn ook een uitdaging. “Het begon al gelijk met de Noordkaaptunnel, 8 kilometer. En net boven Stavanger wilde ik door twee tunnels rijden waar dat verboden was. Toen ik door de eerste heen was, werd ik gestopt door de politie met loeiende sirenes. Bleek dat meerdere mensen die me in de tunnel zagen fietsen het alarmnummer hadden gebeld. Ik vroeg: hoe moet ik er dan door komen? Ze zeiden dat ik een bus kon nemen – de fiets kan mee in de bus.”
Het bleef bij een waarschuwing van de politie deze keer. Phoelich ging liften en had toen binnen vier minuten een lift.

Het wordt de fietser in de buurt van een Noorse tunnel niet makkelijk gemaakt, vindt Phoelich. “Op het internet vond ik geen informatie over welke tunnels je niet in mag met je fiets en welke alternatieve route of alternatief transport je moet nemen.” Vaak staat alleen vlak voor de tunnel een bordje “Verboden voor fietsers”. De verleiding om toch maar door te fietsen wordt dan groot.

De Noren vind hij aardig en behulpzaam. En, handig, ze kunnen goed Engels.  “Ik vind ze een beetje op Friezen lijken”, zegt Phoelich, die zelf uit Harlingen komt. Eerst een beetje stug, maar na een paar minuten komen ze los. Een keer bood iemand spontaan een overnachtingsplaats aan toen hij Phoelich zag fietsen door de regen en wind. Een andere keer reed een werknemer van een transportbedrijf hem geheel op eigen initiatief en gratis naar de veerboot toen een weg was gesloten.

Na de tocht hoopt Phoelich weer aan het werk te gaan bij Achmea in Leeuwarden. Maar dit wordt niet zijn laatste fietstocht. Hij wil nog meer van de wereld zien.

Dat er Noren zijn die meteen het alarmnummer bellen als ze een fietser in een tunnel zien, is beter te begrijpen als je weet dat er dodelijke ongelukken gebeuren. In juli nog in Hordaland:
Fietser komt om na aanrijding in tunnel: https://www.nrk.no/hordaland/syklist-omkom-etter-a-ha-blitt-pakoyrd-i-tunnel-1.13597302

 

Ingefærkake

Med sommeren kommer avskjed fra kolleger. Enten fordi man selv har funnet ny jobb, eller fordi noen annen begynner hos en ny arbeidsgiver etter ferien. Bra å mimre sammen om gode stunder på jobb mens man spiser en god kake. Si farvel på en hyggelig måte. Hvis det da ikke blir slåsskamp om hvem som skal få siste stykket – hørte rykter om at det nesten skjedde på en viss arbeidsplass 🙂

En bakekyndig kollega spurte beundrende hvordan jeg hadde klart å skrelle og koke ingefæret så akkurat passe mørt, og så med akkurat passe mengde sukker. Svaret måtte være at jeg rett og slett brukte syltet ingefær i glass. Kanskje prøver jeg meg på å sylte ingefær en gang?

Syltet ingefær: fås kjøpt på innvandrerbutikker og noen vanlige matvarebutikker.

Min oppskrift er veldig inspirert av en nederlandsk oppskrift, fra “Den nye kokeboka”. Forresten, “ny”- kokeboka er skrevet av tre forhenværende lærere i heimkunnskap, så mer god og gammeldags blir det vel ikke 🙂

Ingredienser:
75 g syltet ingefær, i små biter + ca. 2 spiseskje ingefærlake
125 g smør, mykt
125 g sukker
litt salt
2 egg
125 g hvetemel
2 teskje bakepulver

Forvarm ovnen på 170 ⁰C. Bland smøret med sukker og saltet, og pisk det mykt og skummende. Rør i et egg til det blir en luftig masse. Rør inn det andre egget. Bland i melet, bakepulveret og ingefærlaken –  forsiktig, ikke rør lufta ut av deigen. Vend det finkuttede ingefæret inn i deigen.
Ha deigen over i en papirkledt avlang kakeform  og dekk den til med papir eller aluminiumfolie.
Ha den i ovnen i 20 minutter, før du justerer varmen ned til ca. 150 ⁰C. Etter det skal den bakes i ca. 30 minutter til, eller til den er gyllen. Kan være store forskjeller mellom ovner, så bare å prøve seg fram. Ikke åpne ovnen den første halvtimen. Kaken er ferdig når en strikkepinne (eller tannstikker) som du stikker inn kommer ut tørt.
Avkjøl litt i formen, til kantene løsner (eller til du blir utålmodig). Ha den ut av formen og over på rist. Hvis du ønsker kan du ta av litt av fettet med tørkepapir på den fortsatt varme kaka.

Kaka er ganske fett, så neste gang vil jeg prøve meg fram med litt mindre smør. Må finne ut litt hvordan. Det er mye smak i smøret, og den vil jeg gjerne beholde. Jeg er derfor ikke uten videre begeistret for å erstatte smør med margarin. Takknemlig for tips.

Kilde:
H.H.F. Henderson, H. Toors en I.J. Ebbelink-Bosch: Het nieuwe kookboek. Ede, Zomer en Keuning. Veertiende druk, 1982 (eerste druk in 1948).

 

 

Homeland i Tare

Hva betyr “hjemme”?
Trenger vi å føle oss hjemme for å overleve?
Er et hjem noe i oss eller utenfor oss?
Er begrepet “hjemme” en sosial konstruksjon, og i så fall – hvilken funksjon har det?
Har  “hjemme” en form – objekt, melodi, lyd, sted, lukt?

Gode spørsmål, som vi innvandrere stiller oss selv. Og som andre stiller oss.
“Skal dåkker reise hjem i ferien?” , spør naboene, og hver gang må jeg tenke noen sekunder før jeg skjønner: ååh ja, de mener om vi skal besøke Nederland.

Ti år i Nord-Norge, og rotløs, men jeg var kanskje like rotløs i Nederland?

Sju kunstnere fra Nederland, Belgia, Tyskland og Norge jobber sammen med temaet HJEM- HOMELAND- HEIMAT i kunstsenteret Tare i Steigen. De presenterer resultatene fra dette fire ukers samarbeid fra 8. til 10. juli.

Er begrepet “homeland” litt avleggs? Det sier kunstnerne i en pressemelding.  “The somewhat old-fashioned term “homeland” these days gets a totally new significance. Life today often calls for a large flexibility and a geographic, social, mental, and physical mobility due to economic and political reasons. The change of residence that concerns refugees, migrant workers or others, similar to a nomadic lifestyle, leaves no time for social ties on site.”

Dette høres litt svulstig ut for meg. En av kunstnerne, nederlandske Peter Bremer, er heldigvis mer konkret. I de fire ukene i Norge har kunstnerne hatt samaler med en gruppe nordmenn. “Det virker som om nordmenn er tilknyttet forfedrenes land, eller rettere sagt: huset eller landet der deres besteforeldre og foreldre bodde. Det virker som om vi nederlendere ikke har en like fast tilknytting. Vi svermer ut og mister ofte også familiefølelsen. Til forskjell med flyktninger, som det også i Nederland finnes mange av, flytter vi av egen fri vilje.”

Den nederlandske kunstneren Peter Bremer maler i Steigen. Bilde: Peter Bremer.

Den nederlandske kunstneren Peter Bremer maler i Steigen

Bremers observasjoner er sikkert riktige i store deler av Norge. Men her i det militære dølalandet er det mange som ikke har en fast tilknytning. Hvert år mister jeg kolleger og venner, som flytter sørover, ofte med “på flyttelasset” til en militær partner.

Her er Peter Bremers hjemmeside

Het lied van Elias – herdichting

Dit heeft-ie nog nooit meegemaakt, vertelt zanger Lars Bremnes. Vorige week vrijdag publiceerde hij een video van zijn nieuwste lied Elias’ lied, en de zondag daarna was die al 160.000 keer gezien.  Het lied over vluchteling Elias raakt kennelijk veel mensen in hun hart, dat merkt hij ook tijdens concerten.

Het duurde even voor hij als zanger zijn invalshoek in de vluchtelingencrisis had gevonden. Maar de fictieve Elias bleek de oplossing. “Een man die Elias heet, kan zowel Noors zijn als Syrisch of jood. Die naam werkt in meerdere nationaliteiten, culturen en religie.”

Lars Bremnes hoopt op hertalingen uit het Noord-Noors, zodat zoveel mogelijk mensen het kunnen begrijpen. En het allerliefst moet het ook gezongen in een andere taal. “Ik ga waarschijnlijk nooit een Arabische versie inspelen, maar als iemand anders dat wil doen, dan zou dat fantastisch zijn.”

Laat het nou net de tijd voor mijn jaarlijkse rond-Pasen-gedichten-herdichten-project zijn. Een Arabische versie kan ik hem niet geven, wel een Nederlandse. Daarmee is niet gezegd dat deze versie perfect is. Hij kan vast beter. Hebben jullie ris of ros? Kom maar op.

Bremnes schrijft: “Fascinerend hoe onze talen elkaar ontmoeten in sommige woorden, hoeveel Nederlands er in Noors zit. Ik kan niet beoordelen of deze tekst klaar is om gezongen te worden, maar dat is nu ook niet het belangrijkste. Belangrijk is dat meer mensen de kans krijgen hem te begrijpen.”

ELIAS’ LIED

Ik ben moe van als vluchteling leven
Ik ben moe van te lastig te zijn
Ik ben moe van het zoeken naar wegen
Ik ben moe, kan niet schuilen voor pijn
Ik ben moe van dat ik het probleem ben
Toch niet ík bombardeerde mijn land
Ik ben moe van als vluchteling leven
Ik ben maar een gewone man

Er zijn er, die zien slechts mijn huidskleur
Mijn geloof is een reden voor hoon
Ik zou zelfs de apocalyps zijn
Wanneer word ik weer een persoon?
Ik ben moe dat ik altijd moet staan voor
God of mijn volk of mijn land
Eigenlijk ben ik een werker
Een nijvere timmerman

O, ging ik maar weer naar mijn werk toe
Een afscheidskus met mijn vrouw
Weten dat wij en de kinderen
Samen eten vanavond, al gauw
Zat ik maar weer met mijn vrienden,
Theedrinken daar op het plein
We lachen zo hard, we vergeten onszelf
Ver van verdriet
Ver van verdriet en pijn

Ik ben moe van als vluchteling leven
Moe van dat wachten, zo lang
Als ik alles laat zien moet ik horen
Dat men nog meer papieren verlangt
Moe van dat altijd maar arm zijn
Nooit zeggen: ik tracteer!
Nu heb ik slechts slaaploze nachten
Neem ze maar, ik heb er nog meer

Ik weet: op een dag komt de vrede
In mijn land dat nu zo hard bloedt
Dan reis ik terug, dat is zeker
Ook al is dat het laatste wat ik doe
Terugkomen bij mijn geliefden
Huilen en zingen, groot feest
Dan ben ik weer die Elias
Elias
De man die ik ben geweest

Tekst en melodie: Lars Bremnes, 2015.
Herdichting Noors-Nederlands: Karin Swart-Donders, gepubliceerd met toestemming van Lars Bremnes.

Andere Bremnes-herdichtingen van mij:
Kari Bremnes – In het noorden van het land (door Geri de Boer en mij)
Knut Hamsun – Vergeten is alles over honderd jaar, uitvoering door Lumsk en Ola Bremnes

Teruglezen

Nu heb ik blogposts uit de vroegste periode van dit blog opgeladen. Vanaf 2005, net afgestudeerd als journalist en met een megazwangere buik, tot en met de eerste jaren in Noorwegen. Dat liedje op de radio steeds “I just know your life is gonna change”.

Was die emigratie echt zo’n grote, dappere stap als veel mensen denken? Hoe is ons leven veranderd? Wat hebben we geleerd? Hoe blijft ons leven steeds opnieuw veranderen? Teruglezen helpt bij het reflecteren daarover.

Alles uit 2005

Alles uit 2006

Alles uit 2007

Alles uit 2008

Sinds kort vaste baan als leraar Noors.
Syntaxisbomen.
Journalistiek best wel in een la.
Dochter tien jaar.
Sinds oktober een maand vegaans eten.
De agar-agarscore van Noorwegen is hoger geworden.
Maar het asielbeleid – wat een benepenheid.
We worden er niet jonger op.
Familieleden in Nederland gaan dood.
Het huis uit en het bos in.
Hoe zeker zijn onze banen hier?
Eerste sneeuw gevallen.
Vanavond prachtig noorderlicht.

De Stor-Ala zondag

De Stor-Ala zondag

De Stor-Ala vanmorgen

De Stor-Ala vanmorgen

IMG_3715-1