Category Archives: boeken

Bloemen in blok 11

Nog steeds bezig met hetzelfde gedicht van Rimbereid. Snel gaat het niet, maar ik begrijp meer dan laatst.

De ondertitel Blokk 11 verwijst naar het beruchte doodsblok in concentratiekamp Auschwitz. Et fengsel innerst i fengselet. Hier zetten de nazi´s mensen vast die in hun ogen zware misdrijven hadden begaan. Er werd gemarteld en het kwam voor dat gevangenen doelbewust werden doodgehongerd, als straf.

Een van de gevangenen in blok 11 was de Poolse franciscaner monnik Maximilian Maria Kolbe. Hij had 2000 joden gehuisvest in zijn klooster-drukkerijhuis Niepkalanów (“de Onbevlekte”). Na een vermeende ontsnappingspoging van een medegevangene wilde de kampcommandant als straf tien mannen laten doodhongeren. Toen een van hen, Franciszek Gajowniczek, klaagde wat er nu van zijn vrouw en kinderen moest worden, bood Kolbe aan om voor hem in de plaats te gaan. En zo gebeurde.

Wat een vervloekte plaats was, werd nu een heiligdom van Gods glorie, zegt deze website over de Heilige Maximilian Maria Kolbe wat gezwollen. De terdoodveroordeelden baden en zongen religieuze liederen onder leiding van Kolbe. Na twee weken waren er nog vier mannen in leven, waaronder Kolbe. Zij kregen een dodelijke injectie met fenol. Dit gebeurde op de avond voor Maria-Tenhemelopneming, 14 augustus 1941.
Vader Kolbe wordt vereerd in Polen. Hij werd zalig verklaard in 1971 en heilig verklaard in 1982. De geredde Gajowniczek was aanwezig bij die heiligverklaring. Hij overleefde het concentratiekamp en leefde helemaal tot 1995.

Det var som en brudgom for Antigone stengt inne i hulen.
Det var bak et elektrisk gjerde som skulle forvandles til en vidåpen port.

Het meeste van deze informatie heb ik van deze website over de Heilige Maximilian Maria Kolbe van Urząd Miasta Zduńska Wola. De biografie daar is gebaseerd op een boek van Wincenty Zaleski.

Kolbes opofferingsgezindheid heeft ook roman- en toneelschrijvers geinspireerd.
Kolbe´s Gift. Een toneelstuk van David Gooderson. De Noorse Åge Rønning schreef de roman Kolbes reise (Gyldendal, 1982), die later door Ketil Bang Hansen voor toneel werd bewerkt.

Land dat verandert

Op Wereldboekendag presenteren we trots een vertaling van de grote Samische dichter Nils-Aslak Valkeapää. Voor zover mij bekend de eerste keer dat Valkeapää wordt gepubliceerd in het Nederlands. Dit is een fragment uit zijn beroemde epos Beaivi Áhčážan.


land
dat verandert
als daar je woonde
wandelde

klamzweette
koukleumde

de zon zag
ondergaan verschijnen
verdwijnen opgaan

land dat verandert
als je denkt aan
oorsprong
voorgeslacht




Vertaling: Geri de Boer en Karin Swart-Donders, m.m.v. Louise van der Kuijl.

Fragment uit Nils-Aslak Valkeapää: Solen min far, skandinavisk oversettelse av Beaivi Áhčážan (1988). Kautokeino, DAT os, 1990.

Vertaling gepubliceerd met toestemming van Stiftelsen Lásságámmi.

Ollu giitu Lars-Joar Halonenai, veahkeheaddjin mátkkis.

Hier staat het oorspronkelijke gedicht in het Samisch met Noorse vertaling door Harald Gaski.

Zon in Bardu op 6 februari 2007. Foto: Karin Swart-Donders.

Fragment uit Beaivi Áhčážan

Eanan
lea earálágan
go das lea orron
vánddardan

bivastuvvan
šuvččagan

oaidnán beaivvi
luoitime loktaneame
láhppome ihtime

eanan lea earálágan
go diehtá
máttut
máddagat

————————————————————————————————————————-

landet
er annleis
der du har budd
vandra

sveitta
frose

sett sola
dale stige
kverve og komma att

landet er annleis
når du veit
her er
røter
forfedrar

Fragment uit het epos van Nils-Aslak Valkeapää: Solen min far, skandinavisk oversettelse av Beaivi Áhčážan (1988). Kautokeino, DAT os, 1990.
Gedicht gepubliceerd met toestemming van Stiftelsen Lásságámmi . Vertaling naar het Noors: Harald Gaski.

Ontvoerd door de Oskoreien?

De belevenissen van de ontvoerde bedelaarster (of is het toch bedelares?) worden niet geduid in de vertelling. Het wordt verteld op een manier alsof niemand begrijpt wat er is gebeurd. Åsgårdsreien
Åsgårdsreien, Peter Nicolai Arbo, via Wikimedia Commons.

Maar de luisteraars hadden misschien wel hun vermoedens? In de tijd rond kerst was het belangrijk om voorzichtig te zijn, want allerlei bovenaardse krachten waren dan actief. De bedelaarster sloeg duidelijk alle voorzorgsmaatregelen in de wind, becommentarieert Brita Pollan.
Zo had je de julestállu. Wie de kerstvrede niet respecteerde, bijvoorbeeld door te skiën of te paard brandhout te halen, kon rekenen op een genadeloze afstraffing. Men ruimde de boel buitenshuis op om geen problemen te krijgen als Stállu voorbijkwam met zijn gevolg van muizen en ratten, de museraide.
Ook voor een ander gezelschap is het oppassen: Oskorei/ Åsgårdsreien (Noors). Deze Wilde Jacht (Nederlands) van rusteloze zielen maakte in de donkere tijd hemel en aarde onveilig. Levenden konden worden meegesleurd. Misschien gebeurde dat met onze bedelaarster. Ze lijkt in elk geval betoverd (maktstjålet) door contact met wezens uit een andere wereld, schrijft Pollan. In deze toestand (Samisch: ráimmahallan) kan iemand gek overkomen, is buiten zichzelf en slaapt veel.

Het Nederlandse Wikipedia-artikel over de Wilde Jacht legt verbanden tussen de Oskoreien en Sinterklaas op zijn peerd en de kerstman met zijn arreslee.

Is het Noorse woord voor kerst een leenwoord uit het Samisch? (Noors) .

Bedelaarster ontvoerd- Samische vertelling

“Een oude Samische bedelaarster trok op de dag voor kerst van boerderij naar boerderij. Ze had een boot waar ze mee roeide. Ze kwam bij boerderijen van Samen en bedelde om vlees, rendiermelk en nog meer dingen die Samen gewoonlijk hebben. Het was al laat op kerstavond en ze kreeg kaas, vlees en andere dingen die bij kerst horen. En alles wat ze kreeg stopte ze in haar plunjezak.
Het was al avond en het daglicht was bijna verdwenen toen ze wegging van de boerderij van de Samen. Ze ging naar de zee waar haar boot lag. Maar toen ze het strand op kwam, zag ze een rode koe en ze hoorde een stem uit het donker, die zo klonk: ‘Ga, ga! Ga niet, ga niet!’ ”

De vrouw raakt buiten zichzelf van angst. De volgende dag, eerste kerstdag, wordt ze dertig kilometer uit de buurt van haar boot gevonden. Mensen verzorgen haar en na wat misverstanden komt ze terug bij haar familie.

“Toen ze thuis was gekomen, vertelde ze haar familieleden over de koe, dat die rood was, en over de stem die haar bevolen had te gaan en te gaan en die haar vervolgens verbood te gaan en te gaan, en over de vaart waarmee ze had gevaren in de nevel tussen hemel en aarde en over bergen en dalen.
Zo was ze daar gekomen en meer dan dat wist ze niet te vertellen.”

Dit verhaal vertelde Ole Jonsen uit Ibestad in 1883 aan de bekende Samische taal- en cultuuronderzoeker Justus Qvigstad. Hij nam het op in zijn verzameling ‘Samiske beretninger’ (Samische vertellingen).

Een raadselachtig verhaal. Het commentaar van Brita Pollan helpt. Je moet oppassen voor de Oskoreien. Morgen meer!

Samiske beretninger, i utvalg fra J. K. Qvigstads Samiske eventyr og sagn I-IV, 1927-1929. Innledning, kommentarer og språklig bearbeidelse ved Brita Pollan. Aschehoug, 1997.

Kerst in de stressless?

Kerstkadootjes. Ik moet nog een kraag op een trui breien. En een pasgebreide muts vilten in de wasmachine. Dan slaat de kerstvrede toe.

Morgen is de avond waar al maanden iedereen naar toe stresst, kerstavond. Vandaag is het ‘kleine kerstavond’. Sommige mensen gaan zo ver dat ze het ook hebben over ‘piepkleine’ en ‘piep-piep-kleine’ kerstavond. Dat zegt wel iets over de opgeklopte verwachtingen.

Hoe vredig kan het worden met twee kleine koters? Probeer niet te veel te verwachten.
Maar als het lukt dan heb ik deze boeken in huis:

– Arto Paasilinna: Harens år, 2004. (Oorspronkelijke titel: Jäniksen vuosi, 1975, Nederlandse vertaling ‘Haas’, Arena 1993, door Maarten Tengbergen).

– Maria Parr: Tonje Glimmerdal. Det norske samlaget, 2009. Nederlandse vertaling uit 2010 (door wie??): Tonje en de geheime brief, Lannoo. Een stukje heb ik gelezen, ik durf al wel te zeggen: een geweldig jeugdboek.

– Henning Wærp: E8 Nord, 2010. Eerste roman van mijn voormalig docent Noors in Groningen, nu al jaren literatuurprofessor in Tromsø. Man met oorlogstrauma rijdt eindeloos vaak het stuk Tromsø-Nordkjosbotn en ook stukken elders in Troms die ik goed ken, onder andere het Samische Ruŋgu/ Spansdalen. Hartstikke benieuwd.

Ihpil- verlost de verloren kinderen

Een meisje van negentien, waarschijnlijk afkomstig uit Zuid-Troms, verhuist in augustus 2007 naar Tromsø en begint aan een studie literatuur. Ze schrijft in haar weblog Ihpil in het Samisch openhartig over zowel haar dagelijks leven als haar grote plannen. Ihpil betekent geest, een wezen tussen leven en dood. Periodes van verlegenheid en eenzaamheid, hoe ze troost vindt bij de muziek van The Smiths, fantasieën over meisjes, dromen, dood, geluk. Eerlijk, hoewel? In elk geval heel goed geschreven, met veel zelfironie- en raadselachtig. Ze ontdekt J.D. Salingers ‘The Catcher In The Rye’ en voelt veel verwantschap met de hoofdfiguur. Zoals Holden Caulfield kinderen die in het koren spelen wil vangen voordat ze in een kloof vallen, zo wil Ihpil kinderen in het water dreigen te vallen redden.

Op 17 december schrijft Ihpil haar laatste blogpost. Ze zal met de boot naar huis om kerst te vieren bij haar familie en lijkt heel gelukkig. ‘Last night I dreamt that somebody loved me. En het was geen droom.’ Eindelijk heeft ze een relatie met het meisje van haar dromen.
‘Ik heb het eigenlijk een beetje druk, maar moest gewoon wat schrijven voor ik vertrek. Om te vertellen. Vertellen dat de wereld een plek om te blijven is geworden. Vertellen dat het eerste kind is gered.’
Diezelfde dag wordt ‘Ihpil’ gevonden in de haven van Tromsø, verdronken.
In 2008 wordt haar weblog in boekvorm uitgegeven in het oorspronkelijke Samisch en dit jaar volgde de Noorse vertaling. Volgens uitgever Skániid girjie is dat volgens de wens van Ihpils ouders.
Ik hoef misschien niet te zeggen dat je als lezer met veel vragen achterblijft.

Een inkijk in een hazenhartje- Oddmund Hagen

Gek op kleine Klumpen

Gek op kleine Klumpen


– Deze ‘pushen’ we, vertelt bibliothecaresse Renate Løkse in Tromsø, terwijl ze Over jordet uit de kast haalt.
– Boeken over Thomas de trein en Disneyverhalen vinden ze zo wel, die zijn populair door de tv. Maar over dit boek moeten wij ouders vertellen.
En dat doen de medewerkers op de kinder- en jeugdafdeling graag. Al haar collega’s zijn ook enthousiast over deze klassieker, vertelt Løkse. De tekst en de platen laten veel ruimte voor eigen invulling en nodigen uit tot gesprekken tussen ouder en kind.

Het kleine hazenjongetje Klumpen (Klumper in het Nederlands) is aan de rand van het bos terechtgekomen. Om thuis in het veilige hazenleger te komen moet hij een pasgemaaid korenveld oversteken. Maar ja, dan pakt de vos hem misschien. Gewoon maar wachten tot het helemaal donker is en dan heel snel rennen lijkt het beste. Ondertussen denkt hij aan mamma, pappa en zijn broertje en maakt zich steeds meer zorgen. Zou pappa nog komen?

Oddmund Hagen (tekst) en Akin Düzakim (illustraties): Over jordet. Det Norske Samlaget, 1998.
Unni Sands Prentenboekprijs in 1998, genomineerd voor de Brageprijs in 1998.

Vervolgboeken zijn Rundt jordet (2000) en Bort fra jordet (2003).

Over jordet werd vertaald in het Nederlands als Gewoon maar wachten, Uitgeverij Watervis, 2009.
Rundt jordet wordt ook vertaald, als het aan vertaler en uitgever Willem Watervis Ouwerkerk ligt. Wanneer? Weet niet. Gewoon maar wachten. Moet gewoon maar wachten.

Afspraak is afspraak?

Feitelijke onjuistheden, daar maak ik me volgens schrijfster Karin Anema schuldig aan als ik me afvraag “Is het niet raar om te gast te zijn bij een familie en hen vervolgens in een boek ‘uit te leveren’.” Zie mijn recensie van haar boek ‘De laatste grens’ op 8 september.
Ze wijst erop dat er van tevoren schriftelijke afspraken zijn gemaakt tussen het Noors Verkeersbureau, de manager van het museum in Karasjok en ook de Somby’s, over waarom ze meeging en wat ze voor dat bedrag zouden leveren. Bovendien heeft ze ter plekke afspraken gemaakt en haar eerdere boek ‘De Noorse liefde van Hermans’ achtergelaten als voorbeeld. Haar schrijfplannen waren van meet af aan duidelijk voor de betrokkenen.

Zelf heb ik vraagtekens bij de waarde van dergelijke afspraken.

Een overnachting kostte 200 euro per nacht. Duur volgens Anema, goedkoop volgens rendierhouder Nils Mikkel Somby.
Hoe dan ook snap ik dat je wilt vastleggen wat je terugkrijgt voor dat bedrag aan eten, kleren, vervoer en een slaapplaats. Moeilijker lijkt het mij de rendierhouders te verplichten om de schrijfster van informatie te voorzien.
Het is hard werken tijdens de rendiertrek en mensen hebben niet altijd tijd of zin om een buitenstaander van alles uit te leggen of oude legenden te vertellen. De schrijfster spreekt niet vloeiend Noors, dat doen de rendierhouders ook niet allemaal, een paar ouderen spreken bijna alleen Samisch. In hoeverre kun je de betrokkenen verwijten dat de schrijfster ontevreden is met de informatie die ze kreeg?
De schrijfster is vrij om een boek te schrijven en gaat altijd integer te werk, zegt ze.
Zelf heb ik er moeite mee dat ze van alles schrijft over het privéleven van mensen die ze ontmoet. Hadden de betrokkenen niet de kans moeten krijgen om eventuele feitelijke onjuistheden of nodeloos kwetsende beweringen te weerspreken? Heeft ze anonimisering overwogen?
Het beste zou mijns inziens zijn een vertrouwensband over langere tijd op te bouwen met een Samische rendierhoudersfamilie, als je ze echt wilt begrijpen. De makers van de prachtige serie Reinlykke liepen een jaar mee. Dat is natuurlijk praktisch moeilijk voor een Nederlandse schrijfster.

Ik weet niet, maar het zou kunnen dat schriftelijke afspraken over het geven van informatie zorgen voor irritatie en mogelijke vriendschapsbanden juist in de weg staan.

Ik weet wel dat het mij irriteert als iemand beweert dat ik haar boek niet goed heb gelezen en op hoge toon rectificaties eist.

Bittert møte uten bures , mijn recensie in Ávvir, 15 september 2009 (Noors).

Hongerde bij de etenspan. Astrid Helander in Ávvir, 19 september 2009, vertaald.

Rendierongeluk- Anema-aanvullingen

Op 8 september besprak ik het boek ‘De laatste grens’ van Karin Anema.
Hieronder het commentaar van de schrijfster, die rectificatie eist.

Aanvullingen 17 september:
Karin Anema merkt op dat ik met ronduit foute argumenten haar boek neerhaal.
– Het Noors Verkeersbureau heeft van te voren afspraken gemaakt met zowel de manager van het museum van Karasjok als de Somby’s over waarom de schrijfster meeging en wat zij voor het bedrag zouden leveren. Die afspraken staan zwart op wit. Ook ter plekke heeft de schrijfster dit duidelijk gemaakt en ze heeft een exemplaar van haar eerdere boek ‘De Noorse liefde van Hermans’ achtergelaten als voorbeeld. Daarom is het volgens de schrijfster onjuist wat ik zeg, ‘Is het niet raar om te gast te zijn bij een familie en hen vervolgens in een boek ‘uit te leveren.’
– Over de vraag ‘Waarom kent ze wel allemaal Samische woorden voor sneeuwgesteldheden, maar niet de beleefde begroeting ‘Bures’?’: Volgens Anema begroetten deze rendierhouders elkaar ook niet, laat staan met ‘Bures’.
– Over haar beweegredenen staat meer dan voldoende in het boek.
Ze benadrukt dat ze integer te werk is gegaan, zoals altijd.

Aanvulling 19 september

Hier staat mijn recensie voor Ávvir.
(Mijn versie in het Noors, kwam 15 september vertaald in het Samisch in de krant)
Sommige dingen zou ik achteraf niet zo zeggen. Samen hadden en hebben het veel moeilijker dan Friezen en het kan vals zijn om dan je Friese achtergrond bewust uit te buiten. En goed groeten in het Samisch is een stuk gecompliceerder dan maar wat ‘Bures’ roepen. Mijn indruk blijft dat de schrijfster te weinig van zichzelf prijsgeeft aan zowel de Somby’s als de lezers,en meer moeite had moeten doen om Samische beleefdheidsvormen te leren.
Belangrijker is Nils Mikkel Sombys indruk van de schrijfster:
Hongerde bij de etenspan. Astrid Helander in Ávvir, 19 september 2009, vertaald.