Daily Archives: 22 juni 2019

Hoofdstuk 2 – De doven gaan horen en de lammen lopen

Welk effect heeft electriciteit op het leven? In de achttiende eeuw werd deze vraag gesteld en mogelijke antwoorden werden uitgewerkt door wetenschappers. Maar moderne wetenschap stelt deze vraag niet meer volgens Firstenberg (2017: 15). Dit is een van de belangrijkste punten in zijn boek.

“Science’s only concern today is to keep human exposure below a level that will cook your cells. The effect of nonlethal electricity is something mainstream science no longer wants to know. But in the eighteenth century, scientists not only asked the question, but began to supply answers.” (Firstenberg 2017: 15-16).

Patiënten met allerlei verschillende aandoeningen werden behandeld met electriciteit met een laag voltage. De schokken waren ver onder de grens voor wat dodelijk is. Toch hadden ze duidelijke effecten op de gezondheid.

Patiënten met artritis werden bijvoorbeeld “gebaad” in een electrisch bad, en/of behandeld met “electrische wind”. In het geval van ernstige aandoeningen (bijvoorbeeld een verlamd been) kregen ze een opeenvolging van heftige schokken met een Leidse fles. Achterliggende gedachte was de electrische balans in het lichaam te herstellen. Overigens een gedachte die in de Oosterse acupunctuur al veel langer en subtieler was ontwikkeld. (vergeleken met de dunne naaldjes gebruikte de electrotherapie in ons deel van de wereld sloophamers, zegt Firstenberg met weer een mooie metafoor) .

In het begin van de negentiende eeuw werd electrotherapie even een tijdje minder populair. Dat kwam omdat een paar “sectes”, zoals Firstenberg ze noemt, een slechte naam kregen en in het verlengde daarvan electrotherapie een slechte naam bezorgden. Bijvoorbeeld de kring rond Mesmer. Na die korte inzinking steeg de populariteit weer, totdat in het begin van de twintigste eeuw electrotherapie definitief in onbruik raakte.

Electriciteit genas soms ziekten, zowel milde als ernstige aandoeningen. De bekende neuroloog Guillaume Benjamin Duchenne de Bologne genas in Parijs doven door een zenuw in het middenoor heel kort te stimuleren met een zwakke stroom. De resultaten waren frappant. Soortgelijke methoden werden al eerder door een paar anderen toegepast, bijvoorbeeld apotheker Johann Sprenger in Duitsland en de Zweedse arts Johann Lindhult. Hun aanpak verschilde wat, maar alledrie stonden erop hun behandelingen kort, eenvoudig en pijnloos te houden, met zwakke schokjes.

Electriciteit kon gezien en geproefd worden. Alexander von Humboldt experimenteerde met een hond en ook met zichzelf. De arme hond reageerde sterk als hij een stukje zink op zijn tong kreeg dat in contact werd gebracht met een stukje zilver. Zelf voelde hij verschillende sensaties afhankelijk van de plaats waar het stukje zink op zijn tong zat. Een sterke bittere smaak, verbranding, sensaties van koude en misselijkheid.

En electriciteit had duidelijk merkbare werkingen op het hart, werd gevonden door veel onderzoekers. Ook hier deed Humbolt experimenten mee, met verschillende dieren, levend en dood. Volgens hem versnelt electriciteit de hartslag, iets wat vele andere dokters ook rapporteerden over het electrische bad, tenminste zolang er “positieve” (glas-) electriciteit werd gebruikt. Negatieve (hars-) energie had het tegengestelde effect. De Nederlandse apotheker Willem van Barneveld rapporteerde hier genuanceerd over na 169 experimenten op 43 patiënten. Gemiddeld ging de polsslag met 5% omhoog als een persoon werd gebaad in positieve electriciteit en 3% omlaag als een persoon werd gebaad in negatieve electriciteit. Maar op sommige patiënten had de electriticiteit een veel sterker of juist veel zwakker effect, terwijl bij nog weer anderen een omgekeerd patroon werd waargenomen. Die mensen kregen een snellere polsslag bij negatieve electriciteit en een langzamere polsslag bij positieve electriciteit. (Van Barneveld 1787, in Firstenberg 2017: 24).

Aan het eind van de achttiende eeuw was er veel bekend over zowel heilzame/neutrale als schadelijke effecten van electriciteit, vooral de positieve variant. Positieve electriciteit kon leiden tot een sterkere en snellere hartslag en uitscheiding van diverse lichaamsvochten – bloed, speeksel, zweet, maagsappen, urine. Maar het leidde ook bijna altijd tot duizeligheid en soms een mentale verwarring (“istupidimento”), hoofdpijn, misselijkheid. Velen kregen een bloedneus.

Abbé Nollet (die van de eerder besproken kermisattractie) toonde aan dat zowel dieren als mensen gingen zweten alleen al door in het electrische veld te zijn. Dus ook zonder direct contact met de wrijvingsmachine. Hij woog zijn onderzoeksobjecten (allerlei soorten dieren, waaronder kooien vol met vliegen, uiteindelijk ook een jonge vrouw) voor en na blootstelling. Het gewichtsverlies na blootstelling verklaarde hij door transpiratie vanwege de stimulerende invloed van electriciteit op de zweetproductie. Het gewichtsverlies was zelfs groter als ze alleen maar in het electrische veld waren, vergeleken met als ze daadwerkelijk schokken kregen. In 1753 rapporteerde Nollet daarmee als eerste significante biologische effecten van blootstelling aan een electrisch veld – het soort veld dat volgens de gangbare wetenschap van vandaag geen enkel effect heeft. (Firstenberg 2017: 27).

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.