Monthly Archives: juni 2019

Hoofdstuk 3: Electrosensitiviteit

Al vroeg ondervonden sommige onderzoekers van electriciteit schadelijke gevolgen aan hun eigen lichaam. Dat gold bijvoorbeeld voor Thomas-François Dalibard, Benjamin Wilson en Johann Doppelmayer. In die tijd was kennis dat electriciteit bijeffecten had gemeengoed. Men wist ook dat sommigen er ongelooflijk meer gevoelig voor waren dan anderen. Sommige mensen ondervonden ernstige en langdurige gevolgen van een heel klein schokje. Anderen reageerden helemaal niet op grote electriche schokken. Veel individuen zaten ergens tussen die twee uitersten.
 
Sommige geleerden waren electrosensitief. De correspondentie tussen de electrosensitieve Morin en de niet-electrosensitieve Nollet is bewaard gebleven. Ze verschilden van mening over wat electriciteit voor iets was, een atmosfeer of een vloeiende substantie, en over hoe het getransporteerd wordt. Maar over de feiten hadden ze geen onenigheid. Iedereen was bekend met de bijwerkingen. Dat bleef zo tot het begin van de twintigste eeuw. Er werden bijvoorbeeld tien pagina’s aan gewijd in een toonaangevend leerboek van George Beard en Alphonso Rockwell uit 1881.

Belangrijke conclusies waren: er zijn grote individuele verschillen. En er lijkt geen relatie met iemands algehele gezondheidstoestand. Het is dus niet zo dat zwakke mensen gevoeliger zijn voor electriciteit dan sterkere.

Weergevoeligheid is nauw verbonden met electrosensitiviteit. Dus bijvoorbeeld dat sommige mensen al fyiologisch reageren op een storm die pas dagen later komt. Biometeorologie was een wetenschap die het verband tussen weersverschijnselen en biologische veranderingen onderzocht. Later raakte deze wetenschap in onbruik.

De Nederlandse geofysicus Solco Tromp richtte in 1956 de International Society for Biometereology op. Passend genoeg in Leiden, waar iets meer dan twee eeuwen geleden het electriciteitstijdperk was begonnen (toen Pieter van Musschenbroek er in slaagde lading te bewaren in een fles).

Weersensitieve patiënten zijn gevoelig voor de electriciteit in de lucht, twaalf tot achtenveertig uur voorafgaand aan een weeromslag. Dat onderzocht Felix Gad Sulman met vijftien collega’s. Patiënten begonnen serotonine uit te scheiden in reactie op ionen en atmosferische verschijnselen lang voor het daadwerkelijke weer kwam.

Beroemde weergevoelige (en dus electrosensitieve) mensen waren Charles Darwin, Leonardo da Vinci, Napoleon. Om er maar een paar uit de lijst te noemen.

In 1972 was het Internationaal Symposium in Nederland. Thema was de biologische effecten van natuurlijke electrische, magnetische en electromagnetische velden.

Maar het onderzoeksveld raakte in de vergetelheid. Misschien omdat de bevindingen te confronterend waren voor een wereld waar electriciteit alomtegenwoordig begon te worden?

“For if a third of the earth’s population is that sensitive to the gentle flow of ions and the subtle electromagnetic whims of the atmosphere, what must the incessant rivers of ions from our computer screens, and the turbulent storms of emissions from our cell phones, radio towers, and power lines be doing to us all? Our society is refusing to make the connection.” (Firstenberg 2017: 41-41).

Maar in de achttiende eeuw legden behandelaars van electrotherapie het verband tussen weersverschijnselen en electriciteit. Pierre Mauduyt de la Varenne zag overeenkomsten tussen hoe mensen reageren op wrijvingsmachines en hoe mensen en dieren zich voelen bij storm en regen. Plotseling begreep men dat ook storm te maken heeft met electriciteit. Het stroomcircuit van een machine was een verkleinde versie van het grote stroomcircuit van hemel en aarde.

Electriciteit in het weer was al door de oude Chinezen beschreven in de vierde eeuw voor onze jaartelling, in termen van Qi en Yin en Yang.

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.

Zomer in Istindanland

Ik rijd naar buurgemeente Målselv. Seizoen 5 moet terug ingeleverd bij de grote Istindportalen-bibliotheek. Seizoen 6 moet geleend worden.

Maar met een ding had ik geen rekening gehouden. De vakantie-openingstijden van de bibliotheek. Personeel moet op vakantie. Gemeentegeld moet gespaard. We mogen blij zijn dat we nog steeds op dinsdag, woensdag en donderdag kunnen komen.

Dus seizoen 5 in het inlevergat in de muur gegooid. Moeilijker is het niet.

Op de terugweg bewonder ik verse sneeuw op de Istindan, het bergmassief op de grens van Bardu en Målselv. Vier toppen heeft-ie. De hoogste is 1489 meter.

De Istindan op 28 juni 2019

Remember my name. Nieuwe poging dinsdag. Benieuwd hoe de Istindan er dan bij staan.

Hoofdstuk 2 – De doven gaan horen en de lammen lopen

Welk effect heeft electriciteit op het leven? In de achttiende eeuw werd deze vraag gesteld en mogelijke antwoorden werden uitgewerkt door wetenschappers. Maar moderne wetenschap stelt deze vraag niet meer volgens Firstenberg (2017: 15). Dit is een van de belangrijkste punten in zijn boek.

“Science’s only concern today is to keep human exposure below a level that will cook your cells. The effect of nonlethal electricity is something mainstream science no longer wants to know. But in the eighteenth century, scientists not only asked the question, but began to supply answers.” (Firstenberg 2017: 15-16).

Patiënten met allerlei verschillende aandoeningen werden behandeld met electriciteit met een laag voltage. De schokken waren ver onder de grens voor wat dodelijk is. Toch hadden ze duidelijke effecten op de gezondheid.

Patiënten met artritis werden bijvoorbeeld “gebaad” in een electrisch bad, en/of behandeld met “electrische wind”. In het geval van ernstige aandoeningen (bijvoorbeeld een verlamd been) kregen ze een opeenvolging van heftige schokken met een Leidse fles. Achterliggende gedachte was de electrische balans in het lichaam te herstellen. Overigens een gedachte die in de Oosterse acupunctuur al veel langer en subtieler was ontwikkeld. (vergeleken met de dunne naaldjes gebruikte de electrotherapie in ons deel van de wereld sloophamers, zegt Firstenberg met weer een mooie metafoor) .

In het begin van de negentiende eeuw werd electrotherapie even een tijdje minder populair. Dat kwam omdat een paar “sectes”, zoals Firstenberg ze noemt, een slechte naam kregen en in het verlengde daarvan electrotherapie een slechte naam bezorgden. Bijvoorbeeld de kring rond Mesmer. Na die korte inzinking steeg de populariteit weer, totdat in het begin van de twintigste eeuw electrotherapie definitief in onbruik raakte.

Electriciteit genas soms ziekten, zowel milde als ernstige aandoeningen. De bekende neuroloog Guillaume Benjamin Duchenne de Bologne genas in Parijs doven door een zenuw in het middenoor heel kort te stimuleren met een zwakke stroom. De resultaten waren frappant. Soortgelijke methoden werden al eerder door een paar anderen toegepast, bijvoorbeeld apotheker Johann Sprenger in Duitsland en de Zweedse arts Johann Lindhult. Hun aanpak verschilde wat, maar alledrie stonden erop hun behandelingen kort, eenvoudig en pijnloos te houden, met zwakke schokjes.

Electriciteit kon gezien en geproefd worden. Alexander von Humboldt experimenteerde met een hond en ook met zichzelf. De arme hond reageerde sterk als hij een stukje zink op zijn tong kreeg dat in contact werd gebracht met een stukje zilver. Zelf voelde hij verschillende sensaties afhankelijk van de plaats waar het stukje zink op zijn tong zat. Een sterke bittere smaak, verbranding, sensaties van koude en misselijkheid.

En electriciteit had duidelijk merkbare werkingen op het hart, werd gevonden door veel onderzoekers. Ook hier deed Humbolt experimenten mee, met verschillende dieren, levend en dood. Volgens hem versnelt electriciteit de hartslag, iets wat vele andere dokters ook rapporteerden over het electrische bad, tenminste zolang er “positieve” (glas-) electriciteit werd gebruikt. Negatieve (hars-) energie had het tegengestelde effect. De Nederlandse apotheker Willem van Barneveld rapporteerde hier genuanceerd over na 169 experimenten op 43 patiënten. Gemiddeld ging de polsslag met 5% omhoog als een persoon werd gebaad in positieve electriciteit en 3% omlaag als een persoon werd gebaad in negatieve electriciteit. Maar op sommige patiënten had de electriticiteit een veel sterker of juist veel zwakker effect, terwijl bij nog weer anderen een omgekeerd patroon werd waargenomen. Die mensen kregen een snellere polsslag bij negatieve electriciteit en een langzamere polsslag bij positieve electriciteit. (Van Barneveld 1787, in Firstenberg 2017: 24).

Aan het eind van de achttiende eeuw was er veel bekend over zowel heilzame/neutrale als schadelijke effecten van electriciteit, vooral de positieve variant. Positieve electriciteit kon leiden tot een sterkere en snellere hartslag en uitscheiding van diverse lichaamsvochten – bloed, speeksel, zweet, maagsappen, urine. Maar het leidde ook bijna altijd tot duizeligheid en soms een mentale verwarring (“istupidimento”), hoofdpijn, misselijkheid. Velen kregen een bloedneus.

Abbé Nollet (die van de eerder besproken kermisattractie) toonde aan dat zowel dieren als mensen gingen zweten alleen al door in het electrische veld te zijn. Dus ook zonder direct contact met de wrijvingsmachine. Hij woog zijn onderzoeksobjecten (allerlei soorten dieren, waaronder kooien vol met vliegen, uiteindelijk ook een jonge vrouw) voor en na blootstelling. Het gewichtsverlies na blootstelling verklaarde hij door transpiratie vanwege de stimulerende invloed van electriciteit op de zweetproductie. Het gewichtsverlies was zelfs groter als ze alleen maar in het electrische veld waren, vergeleken met als ze daadwerkelijk schokken kregen. In 1753 rapporteerde Nollet daarmee als eerste significante biologische effecten van blootstelling aan een electrisch veld – het soort veld dat volgens de gangbare wetenschap van vandaag geen enkel effect heeft. (Firstenberg 2017: 27).

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.

Nedernoor laat zich niet kisten door stroomafsluiting

De stroom is afgesloten wegens weigering van een slimme meter. Maar het gezin Honsbeek redt zich wel een paar weken.

Netwerkbeheerder Eidsiva Nett AS heeft er lang mee gedreigd, en sinds een paar weken sluit het bedrijf daadwerkelijk stroom af van klanten die geen AMS-meter («slimme stroommeter») willen accepteren. Deze week was het gezin Honsbeek aan de beurt.

Privacy en gezondheid zijn voor hen de belangrijkste redenen om de slimme meter te weigeren, vertelt Marcel Honsbeek.

Slimme meters kunnen precies registreren wat voor apparaten er in een huis zijn, en wanneer die in- en uitgeschakeld worden. Dat betekent dat ze in feite precies bijhouden wat je in je eigen huis doet.

“Die informatie wordt eerst ingezien door ministeries en bedrijven, en dan verkocht aan dataminingsbedrijven. Ik weet door mijn werk als ICT-er wat Facebook en Google en andere bedrijven met die gegevens doen.”

Ook wat betreft de gezondheidsgevolgen weet Honsbeek waar hij het over heeft. Als ICT-er bij Nederlandse ziekenhuizen en universiteiten kreeg hij altijd de nieuwste technische snufjes mee naar huis. Hij had al wifi in zijn huis tien jaar voor dat gemeengoed werd, verder twee DECT-telefoons, en ‘s nachts stond er altijd wel apparatuur aan om iets te downloaden. Ook de klachten kwamen tien jaar voor anderen ze kregen. Het hele gezin sliep slecht. Honsbeek vertelt hoe hij in 2005 liep te googelen op zijn draadloze laptop naar «radiation» en «health», en er een lijst symptomen verscheen die verdacht goed paste op hoe hij en zijn gezinsleden het hadden. >

Hij won advies in en voerde veranderingen door in zijn huis. Na een paar maanden was hij weer op de rit. In 2006 startte het onderzoeks- en adviesbureau ElectroSense. (www.electrosense.nl). Doel is het helpen van bedrijven en particulieren bij het oplossen van verstoringen in electromagnetische velden en electromagnetische compatibiliteit. Zodat mensen die om soortgelijke redenen als hij zelf ziek worden er weer bovenop kunnen komen. (Zie ook de website van Emvion, www.emvion.nl). Ook ging hij NGO’s bijstaan die zich bezighouden met de gevolgen van electromagnetische velden op de gezondheid. Bijvoorbeeld de Stichting Elektrohypersensitiviteit. (https://www.stichtingehs.nl/)

In 2014 emigreerde het gezin naar Noorwegen. Een belangrijke reden was het voorkomen van verdere gezondheidsklachten door electromagnetische straling. Ze settelden zich in Grøndalen in de buurt van Trysil. Dat gebied was bewust uitgekozen vanwege zijn geringe straling – en ook niet onbelangrijk was natuurlijk dat je in Trysil prima kunt alpienskien. Hier zette Marcel zijn bedrijf voort, met opdrachten zowel in Noorwegen als in Nederland.

Toen kwam de dwanginvoering van slimme meters in Noorwegen. Om even met zevenmijlslaarzen door de stof heen te lopen: op dit moment is het zover gekomen dat sommige netwerkbeheerders de stroom afsluiten bij klanten die een slimme meter weigeren. Eidsiva Nett in het gebied Hedmark en Oppland is een van die netwerkbeheerders. Maandag werd dus de stroom afgesloten bij Honsbeek.

Een ramp? Nee. Niet voor hen.

“Wij waren al een jaar of tien bezig zelfvoorzienend te worden. Hebben zonnepanelen, accusystemen. We zaten al op 80-90% zelfvoorzienendheid. We redden het zeker een aantal maanden zonder stroom. Over drie-vier weken zullen we ons de vraag stellen: willen we eigenlijk nog terug. En misschien is het antwoord dan: nee. We willen doorgaan met het ontwikkelen van methoden om verder off-grid te zijn. Misschien kunnen we het uiteindelijk ook commercieel interessant maken.”

Hoofdstuk 1: Gevangen in de fles

Electriciteit opwekken was al langer mogelijk. Electriciteit bewaren nog niet. Daarom waren de uitvindingen van onder andere Pieter van Musschenbroek baanbrekend.

In 1746 slaagde deze Leidse professor erin electriciteit op te slaan. Met een wrijvingsmachine wreef hij een glazen bol, in onze moderne termen, statisch. Volgens de opvattingen van die tijd werd er een “electrische vloeistof” geproduceerd, die vervolgens overgebracht kon worden in een flesje met water. Dit werd bekend als een Leidse fles.

Musschenbroek en andere geleerden waarschuwden voor de nadelige gevolgen. Desondanks werd “electrische schokken ondervinden” in de eeuwen daarna een populaire bezigheid. Zowel voor vermaak als voor medische doeleinden.

Bijvoorbeeld Abbé Jean Nollet (een voormalige monnik en kloosterhoofd, vandaar zijn bijnaam) nam de Leidse fles mee naar Frankrijk en voorzag daar in een grote behoefte aan amusement op kermissen en dergelijke. Mensen gingen met tientallen of honderden tegelijk in een kring staan en gaven elkaar een hand. Een persoon aan een van de einden nam de fles in zijn hand. Nollet ging naast hem staan en raakte plotseling de metalen draad in de fles aan. Daardoor werd het stroomcircuit gesloten. De schok werd door iedereen in de kring gevoeld.

De “electrische kus” werd een populair gezelschapsspel in de betere kringen. Twee personen staan op een ondergrond van was. Een van hen heeft een geladen flesje in haar hand en de ander een kabel. Als hun lippen elkaar ontmoeten volgt er een schok. (Zal later proberen de prachtige gravure die in Firstenbergs boek staat hier weer te geven, van een man die smachtend zijn lippen richt naar een vrouw die iets hoger staat, net voor de kus).

Al snel werden electrische machines verkocht in elke prijsklasse, voor iedereen die thuis ook wel met electriciteit wilden spelen.

Daarnaast werd electriciteit gebruikt voor medische doeleinden. De geleerden Franklin en Wesley deden dit. Maar ook veel niet-medici begonnen winkels met electrische machines voor allerlei soorten behandelingen. Onder andere werd een behandeling met electriciteit, vanwege de baarmoedersamentrekkende werking, stilzwijgend een methode om abortus op te roepen.

Er kwam veel en gedetailleerde documentatie over de werking van electriciteit op levende wezens. Brieven, medische boeken en tijdschriften, voordrachten, proefschriften. Er waren zowel therapeutische als schadelijke werkingen.

Er waren mensen die waarschuwden voor die schadelijke werkingen, maar naar hen werd nauwelijks geluisterd. Daar was het allemaal veel te leuk voor. Zo beschrijft Firstenberg het met een van zijn metaforen:

“But the floodgates were wide open, and the torrent of enthusiasm about electricity rushed on unhindered, and would continue to do so during the coming centuries, sweeping caution against the rocks, crushing hints of danger like so many bits of driftwood, obliterating whole tracts of knowledge and reducing them to mere footnotes in the history of invention.” (Firstenberg 2017:13).

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.

De onzichtbare regenboog – Voorwoord

Een intrigerende titel. Wat is er kleurrijker dan een regenboog? Wat voor regenboog is onzichtbaar? Hoe weet je dat hij er is, als je hem niet kan zien? Is het goed of niet?

Ooit liet een regenboog in de lucht na een storm alle kleuren zien die er waren, stelt Arthur Firstenberg in het voorwoord van The Invisible Rainbow. Dat was voor er allerlei andere kleuren, zoals hij ze noemt, kwamen. De radiogolven in onze tv’s, de electrische stroom in huizen, de ultrasone freqenties in onze computers, de microgolven in onze mobiele telefoons.

Omslag van Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow.

Al die golven beinvloeden de gezondheid van ons mensen en onze “buren”, dieren en planten. Zonder dat we ze kunnen zien. Maar ons lichaam weet dat ze er zijn. Ze interfereren met de electrische golven die betrokken zijn bij alle processen in ons lichaam.

In het voorwoord zet hij tegenstellingen op tussen zien en niet-zien. Weten en niet-weten, of willen weten en negeren. Gezondheid en ziekte.

Mensen zijn niet geprogrammeerd om andere golven dan kleuren te zien, Daarom zijn we letterlijk blind voor de gevolgen die electrische golven hebben. Tegenwoordig zijn er vele ziekten die eerder nagenoeg onbekend waren volgens Firstenberg, zoals angststoornis, griep, diabetes, hartziekten en kanker.

“We live today with a number of devastating diseases that do not belong here, whose origin we do not know, whose presence we take for granted and no longer question. What it feels like to be without them is a state of vitality that we have completely forgotten.” (Firstenberg 2017:2).

We leven met deze “ziekten van de civilisatie” omdat we weigeren te erkennen wat het is dat ze veroorzaakt.

“The 60-cycle current in our house wiring, the ultrasonic frequencies in our computers, the radio waves in our televisions, the microwaves in our cell phones, these are only distortions of the invisible rainbow that runs through our veins and makes us alive. But we have forgotten.
It is time that we remember.”
(Firstenberg 2017: 2).

Arthur Firstenberg: The Invisible Rainbow. A History of Electricity and Life. AGB Press, Santa Fe, New Mexico, Sucre, Bolivia, 2017.