Urd: 59

Het is weer de tijd voor ons jaarlijkse herdicht-project. Dit jaar ontrafelden Geri de Boer en ik een paar gedichten uit Urd, waarmee Ruth Lillegraven in 2013 de prestigieuze Brageprijs won.
Ontrafelden? Nee, natuurlijk niet. We bekeken dit kleurige, ingewikkelde tapijt van gedichten, probeerden zachtjes de draden te volgen, gebruikten een vergrootglas en een verrekijker. Vervolgens broddelden we schaamteloos een soort Nederlandse remake.
Broddelden? Nee. We legden elkaar onze versies voor, discussieerden, we konden ook met de schrijfster overleggen. Dank, Ruth! Natuurlijk werden onze weeropnieuwweefsels niet zo mooi als de oorspronkelijke. Toch zijn we ook dit jaar weer trots op het resultaat. En we hopen dat Nederlandse lezers nu ook kunnen ervaren hoe goed Urd is.

Urd (Urðr) was in de oudnoordse mythologie een van de drie schikgodinnen die bij de bron Urdarbronn bij de wereldboom Yggdrasil zaten. Urd (verleden), Skuld (toekomst) en Verdande (heden) spinnen de lotsdraden van alle mensen en goden. Ze zijn altijd aanwezig als er een kind wordt geboren en ze bepalen wat voor leven dat kind zal krijgen.

Urd was ook de naam van een van de eerste weekbladen voor vrouwen in Noorwegen. In dit blad werd onder andere geschreven over algemene educatieve onderwerpen, kunst en cultuur. Het bestond van 1897 tot ergens in 1958.

In de bundel ontmoeten we Cecilie in de tegenwoordige tijd. Aangespoord door haar vader en opa knappen Cecilie en haar man een huisje op. Een bijhuisje van de boerderij waar haar opa nog woont, ergens aan de westkust van Noorwegen. Eerder woonde Seselja in het huisje, een soort oudtante naar wie Cecilie is vernoemd. Ze naaide voor het hele dorp, tot ze stierf in Cecilies geboortejaar 1978. Maar wie was ze eigenlijk?

Ondertussen, zo begrijpen we na een tijd, verwacht Cecilie een tweeling. Vanwege complicaties in de zwangerschap moet ze een tijd in het ziekenhuis verblijven “ter observatie”. Onnodig te zeggen dat ze daar niet alleen geobserveerd wordt, maar ook zelf het een en ander observeert.

De levens van de beide vrouwen, hoe verschillend verder ook, raken met elkaar verweven. Liever gezegd, Cecilie (of schrijfster Ruth, ik weet niet goed wie) verweeft de beide levens met elkaar. Het proces van reconstrueren is een belangrijk thema. Hoe je dingen tot leven kunt naaien, weven, of dichten, en dat ze dan waar worden.

Van de flaptekst: “Urd vertelt over de tijd die door het landschap en de mensen vloeit, over kinderen die worden geboren en over de dood die op bezoek komt. ”

Het volgende gedicht, 59, staat bijna aan het einde van de bundel. Cecilie en haar man zijn inmiddels in het blijde en vermoeiende bezit van een gezonde tweeling.
Al deze tegenstrijdige gevoelens zijn denk ik herkenbaar voor iedereen die zelf kleine kinderen heeft. Ik heb in elk geval zelf wel wat zulke leuke dekentjes op mijn geweten.

Eerst komt de Noorse versie en dan onze herdichting.

eg vev meg
eit tjukt trevlete
teppe av kranglar
og klager og krav
smular og støv

vev inn
listene mine
husarbeidslister
handlelister og
helgelister

slår inn
sarkasmane
ironien, alt
det tause

knyter
trådane
stramt

før eg med
hard og kjærleg
hand breier teppet
over far dykkar

kviskrar
god natt

ik weef me
een dikke dradige
deken van eisen
verwijten en strijd
scherven en stof

weef er
mijn lijsten in
werklijsten
wenslijsten
waslijsten

sla in
sarcasmen

ironie, al
het ongezegde

knoop
de draden
strak

voor ik met
harde en zachte
hand de deken spreid
over jullie vader

fluister
goede nacht

Ruth Lillegraven: Urd. Tiden norsk forlag, Oslo, 2013.

Herdichting uit het Noors: Geri de Boer en Karin Swart-Donders. Gepubliceerd met toestemming van de dichter.