Monthly Archives: februari 2013

Geplaagd door de wind

Grappige schetenhumor met een diepere laag. Maar slordig over lactose-intolerantie.
Omslag van Geir Moen: Laila er laktoseintolerant
– Als je dit jaar slechts een boek over een lactose-intolerante koe gaat lezen, kan het maar beter dit boek zijn. Zo zegt de uitgever het melig in de presentatie.

Laila valt tot haar spijt buiten het groepje van de “coole” koeien. Het helpt niet dat ze verlegen is, en dat ze bovendien stinkwinden laat maakt het nog moeilijker. Maar boer Ragnar is dol op al zijn koeien, ook als ze scheten laten. Hij troost Laila met een pakje chocolademelk. Dat had hij nou niet moeten doen, nou loopt het pas echt grondig uit de hand met de scheten. Maar, dan blijkt ook wat voor ongelooflijke dingen je als darmgaslijder kan doen!

Heerlijke schetenhumor voor de kleinsten, en natuurlijk voor hun ouders. Onder de grappen gaat het over serieuze zaken als groepsprocessen, gepest worden en uiteindelijk je eigen weg vinden. De verlegen Laila is prachtig getekend, vooral wanneer ze zich schaamt in de groep. En bij het afbeelden van de schetenkracht heeft de tekenaar zich echt niet ingehouden, prima!

Als ik toch niet zo superenthousiast ben over het boek, komt dat het begrip lactose-intolerant niet past op onze Laila. Prima met spetterende scheten, maar het moet wel kloppen. Ook plot-technisch.

Het begint al op de eerste bladzij, waar wordt uitgelegd: Laila is lactose-intolerant. Dat betekent dat ze geen melk kan verdragen. Fout, of in elk geval: niet helemaal goed. Ten onrechte worden vaak (koe)melkallergie en lactose-intolerantie met elkaar verward. Wie lactose-intolerant is, kan de melksuiker in melk niet goed verteren, maar kan wel lactosevrije melk gebruiken. Bovendien verdragen de meeste mensen met lactose-intolerantie een beetje melk, dit in tegenstelling tot bij een allergie waar de kleinste hoeveelheden al tot heftige reacties kunnen leiden. Hier staat wat uitleg over lactose-intolerantie en meer uitleg

Onze sympathieke koe Laila is al lange tijd winderig, afgaand op het feit dat boer Ragnar in haar stalbox een grote methaan-afzuiginstallatie heeft gebouwd. Ze laat ook scheten als ze gewoon graast en geen melk krijgt. Lactose-intolerantie kan dus niet het enige zijn wat er aan de hand is. Als Laila vervolgens een pakje chocolademelk krijgt, komt er letterlijk en figuurlijk vaart in alles. Plastisch wordt beschreven hoe het vocht door de eerste, tweede, derde en vierde maag gaat, en wat voor enorme gevolgen dat heeft. Een pakje van twee deciliter dus, door een koe van – tja, hoe ontzettend veel weegt een koebeest eigenlijk?

Maar ja: als ik koe was, zou ik ook extreem reageren op een pakje chocolademelk. Is toch net zoiets als je eigen moedermelk drinken. Of die van je buurvrouw.

De vraag komt ook op: waarom krijgen de “coole” koeien niet zin om ook eens chocolademelk te drinken, als ze zien welke supereigenschappen je dan te wachten staan? Dat is misschien geen zwakheid van het plot, maar juist een sterkte. Want is Laila aan het eind eigenlijk echt een van de coole koeien geworden? Of zit er toch weer een rottig, uitbuiterig randje aan? Valt niet mee, groepsprocessen, vast ook niet bij koeien …

Geir Moen: Laila er laktoseintolerant. Cappelen Damm, 2012.

De wegen naar Utøya

Herostratos legde in 356 voor Christus de Artemis-tempel in Efeze in de as. Die tempel was een van de zeven wereldwonderen. Zijn drijfveer was de wens om gezien en herinnerd te worden. Herostratus werd ter dood gebracht en van de autoriteiten mocht niemand zijn naam nog noemen.
Omslag van het boek van Aage Storm Borchgrevink. Foto: Gyldendal.

Maar hij werd niet vergeten, hij slaagde in zijn opzet, want ook nu wordt het begrip “herostratische beroemdheid” nog gebruikt.

Zucht naar eeuwige beroemdheid, afgunst door iemand die zelf middelmatige talenten heeft. Zulke motieven zagen klassieke schrijvers achter Herostratos’ wandaad. Bovendien was de vernietiging van de prachtige tempel een soort kunstwerk in zichzelf, de uitdrukking van een gitzwarte en negatieve esthetiek. Het mooiste op aarde vernietigen is gruwelijk, zinloos maar ook fascinerend.

Om te begrijpen waarom Anders Behring werd zoals hij werd en kon doen wat hij deed op 22 juli 2011, onderzocht Aage Storm Borchgrevink een veelheid aan bronnen. Onder andere gebruikt hij voorbeelden uit de klassieke geschiedenis en de wereldliteratuur. Hij ziet bijvoorbeeld overeenkomsten tussen de zelfuitgenoemde ridder justitiarius Andrew Berwick, die in zijn decoreerde uniform de wereld zal redden, en de fictieve, zelfingebeelde ridder uit het werk van Cervantes. Don Quichot. Ook ziet hij overeenkomsten tussen de film Avatar en het verlangen van Breivik om iets als “zijn eigen avatar te worden”.

Borchgrevink maakte ook gebruik van rapporten van een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie, van de kinderbescherming en van een rechtszaak tussen de jonge Anders’ vader en moeder. Het huwelijk tussen diplomaat Jens Breivik en Wenche Behring hield op toen Anders anderhalf jaar oud was, en Wenche verhuisde terug naar Oslo met Anders en zijn oudere halfzus. Buren en later ook het centrum waren zeer bezorgd over de relatie tussen de moeder en haar zoon. Ze zagen een moeder die het ene moment een bijna symbiotische relatie met haar zoon heeft en hem het volgende ogenblik openlijk dood wenst. Ze adviseerden uithuisplaatsing, een advies dat in die tijd niet vaak werd gegeven. De rechter besloot echter toch dat de moeder en niet de vader de zorg kreeg voor de jongen.

De auteur interviewde ook voormalige klasgenoten en vrienden. We volgen in het boek Anders door zijn kinderjaren en als jongere en later volwassene. Daarmee wordt het boek veel meer dan alleen een biografie, maar ook een beschrijving van het land en de hoofdstad in de laatste decennia. De jaren op de prestigieuze school, waar hij uit de toon viel tussen kinderen uit een hogere klasse. Als tagger, graffitispuiter, wist hij respect te verwerven. Bij die grafitti ging het, typisch genoeg, niet om schoonheid, maar vooral om je naam op zo veel mogelijk, liefst moeilijk bereikbare plaatsen, te spuiten. Zijn grafittinaam was Morg, de naam van een sadistische beul uit een beroemde stripserie. De esthetiek van de vernietiging. Anders cv-buildend in de jongerenafdeling van de behoorlijk rechtse Vooruitgangspartij, en aan de gang met bedrijfjes die een voor een mislukken. Behalve het bedrijf dat vervalste diploma’s levert, met steun van zijn moeder. Anders die bijna al zijn tijd gebruikt achter de computer in zijn jongenskamer met het spel World of Warcraft, ondertussen werkend aan zijn ‘compendium’. Een veelheid aan avatarts, e-mailadressen, dekmantels.

We volgen ook een aantal jongeren en volwassenen die zich die vrijdag 22 juli op Utøya bevinden, nog geheel onwetend van wat er die middag gaat gebeuren. Jongeren die zich brak uit hun slaapzak hijsen, of die juist al uren politiek aan het discussieren zijn. De mevrouw van de eerste hulp die die nacht een meisje moest troosten dat gestoken was door een mug. Bano Rashid die graag haar laarzen uitleent als Gro Harlem Brundland aankomt op het drassige eiland. Van een paar weten we dat ze het gaan overleven, en van een paar weten we dat ze dat niet gaan doen. Stuk voor stuk hebben ze een boeiende geschiedenis en beweegredenen om zich aangetrokken te voelen tot het gedachtengoed van de AUF – en elk hun eigen psychische wegen naar het beroemde jaarlijkse zomerkamp op het eiland.

Had 22 juli voorkomen kunnen worden als er beter voor de jonge Anders was gezorgd? Borchgrevink denkt van wel. Hij vertelt dat hij door het werk aan dit boek 22 juli niet langer ziet als een politieke daad. Veel meer zijn de terreurdaden volgens hem het gevolg van gebrek aan zorg in het gezin, het overgaan van slechte gehechtheidspatronen van generatie op generatie – de moeder was in haar jeugd ook mishandeld – en het daar uit voortkomende lijden op individueel niveau. Daaruit verklaart hij het totale gebrek aan empathie en de enorme geldingsdrang.

Aage Storm Borchgrevink (1969) schreef eerder over onder andere de conflicten in de Balkan en de Kaukasus. In 2004 won hij de Ossietsky-prijs van de Noorse afdeling van PEN voor zijn inzet voor de vrijheid van meningsuiting.

Je merkt de hele tijd dat hier een ervaren schrijver en researcher aan het werk is. Ook een die dingen durft te publiceren waar andere media over zwegen. Hij citeert uit vertrouwelijke rapporten van het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie, tegen de wens van Breiviks moeder. Normaliter wil je de persoonlijke levenssfeer van onschuldigen niet aantasten, maar voor Borchgrevink is het belangrijker om beter te begrijpen hoe de moordenaar van 77 mensen tot zijn daden is gekomen. In zijn ogen moet de openbaarheid in dit geval zwaarder wegen dan het recht op privacy van familieleden.

Dit boek werd in 2012 genomineerd voor de prestigieuze Brageprijs, maar won hem om onbegrijpelijke redenen niet. Het is het meest inzichtgevende boek over 22 juli dat ik ken. Zonder meer het beste boek dat ik het afgelopen jaar heb gelezen.

Aage Storm Borchgrevink: En norsk tragedie. Anders Behring Breivik og veiene til Utøya. Gyldendal, 2012.

Gefelicitruit!

.. tja, in het Nederlands wordt deze woordspeling nogal oubollig.
In het Samisch is-ie beter: Lihkku báiddiin, “Gefeliciteerd met je trui”.

Burgemeester Paul Dahlø in de Sørreisa-trui met Noorse en Samische motieven. Foto: Karin Swart-Donders. Een verwijzing naar Lihkku beivviin, “Gefeliciteerd met de dag”. Dat zegt men tegen de Samen op hun grote feestdag, de Dag van het Samische volk op 6 februari.

Deze dag wordt in de gemeente Sørreisa altijd gevierd op de Gamtofta, waar vroeger Samische rendierfamilies woonden. Sinds begin jaren negentig is afstammeling Arvid Oliver Skjellhaug bezig met de restauratie. Er is onder andere een gamme (hut), meerdere lavvu’s, een boothuis en een smederij verrezen. Burgemeester van Sørreisa hield een toespraak. Hij zei dat het goed is dat sommige mensen voorop gaan in het uitdragen van de Samische cultuur. Ook omdat er conflicten zijn geweest en nog steeds zijn tussen Samen en Noren. Hoewel best veel inwoners van Sørreisa afstammen van rendiersamen uit Zweden (beter gezegd: uit wat tegenwoordig Zweden is – op dat moment waren er geen grenzen) , is het lang niet altijd makkelijk geweest daar voor uit te komen.

De burgemeester had ervoor gekozen om zijn pak en ambtsketting thuis te laten. In plaats daarvan had hij de Sørreisa-trui aangetrokken. Een goede keus, en niet alleen omdat de trui mooi en warm is. De trui werd begin jaren negentig ontworpen. Er staan motieven op die verwijzen naar een sieraad uit de Merovingertijd dat in Sørreisa is gevonden, en naar gereedschappen zoals een schaar om schapen mee te scheren. Bovendien is de trui versierd met groene en rode banden die doen denken aan de banden op een Samische kofte. Daarom laat de trui volgens Dahlø zien dat Sørreisa van oudsher zowel Samisch als Noors is.

Meer info op de praaacthige website van Gamtofta(Noors) – wie heeft toch die geweldige tekst en een paar van die superdupermooie foto’s gemaakt?

Lees mijn artikel over sámi álbmotbeaivi in Sørreisa in Ávvir 8 februari 2013

De zon scheen feestelijk op de Dag van het Samische volk. Foto: Karin Swart-Donders.

Aan de overkant

E du nord i landet da
e du gjennom den svartaste tida
Våren har sett dæ og skjøven ifra
du e snart på den andre sia

Kari Bremnes: E du nord. Van: Og så kom resten av livet, 2012.