Monthly Archives: januari 2013

Verkeersdicht (2) – Gunstein Bakke

Stel je voor, een plaats waar een dodelijk verkeersongeluk heeft plaatsgevonden. Eerst liggen er een paar bloemen en kaarsjes. In de loop der jaren wordt het gedenkteken almaar groter. Zelfgebreide wanten en zelfgewonnen medailles, flesjes tinctuur, bloed en brandewijn, allemaal worden ze er neergelegd door andere verkeersdeelnemers. Langzaam groeit het uit tot een altaar. De omgekomene wordt beschermheilige van alle reizigers op dat traject. Lokale variaties zijn mogelijk. Op de zogenaamde Bloedweg in Noord-Noorwegen zou je dan voetbalsjaaltjes van Bodø-Glimt kunnen aantreffen, net als rendiergeweien, prentjes van priester-dichter Petter Dass, Samische naehpie (kleine houten melkkommetjes) en tjåervie-buste (hoornen lepel). CD’s van Bodø-bard Halvdan Sivertsen.

De verteller in Gunstein Bakke Maud og Aud fantaseert er op los. Om vervolgens te concluderen dat je naar andere landen moet om zulke weg-rituelen te vinden, want in Noorwegen krijgt het asfalt toch altijd het laatste woord, en het schijnsel van een witte maan op een natte rijbaan, dichter kom je niet bij een licht dat nooit uitdooft.

Omslag Maud og Aud. Foto: Forlaget Oktober.

Gunstein Bakkes roman bevat veel van zulke reflecterende, essay-achtige passages. Ze kunnen gaan over de verhouding tussen mens en auto. Of hoe verwonderlijk het is dat zulke totaal verschillende dingen als wortels en kabeljauw, die elkaar in de natuur nooit tegen zullen komen, toch met elkaar vermengd worden als een mens gekookte vis met wortelsalade eet. Hoe kan het dat de mens een instinctieve angst heeft voor beren, terwijl de kans dat je een beer tegenkomt bijna nihil is, en niet bang is voor auto’s, die per jaar toch heel wat mensenlevens eisen.

Tegelijk wordt er een boeiend verhaal verteld. Het echtpaar Ruth Bore en Jon Berre (wat moeten we met die namen?) werken als respectievelijk oliegeoloog en wegingenieur. Ze hebben een tweeling, de meisjes Aud en Maud. In 1982 veroorzaakt de vader een ongeluk, nota bene op een weg die hij zelf heeft ontworpen. De moeder komt hierbij om. We volgen Jon en Aud vele jaren verder in de tijd. Jon met zo veel protheses en implantaten dat je je afvraagt of hij mens of machine is, of is dat een zinloze vraag? Aud volgt het verkeer vanuit een helicopter en rapporteert daarover aan een nogal vreemd radiostation. En dan is er het 17-jarige vriendje van Aud, dat langzamerhand een en ander begint te vermoeden over hoe diverse vorken in diverse stelen zitten. Tegen het eind wordt het heel spannend. Wie zit er bijvoorbeeld in die zwarte Mercedes die dodelijke ongelukken ‘naspeelt’ – wie doet nou toch zoiets?

In dit werk klinken veel andere werken door, vertelt Audun Bakke in zijn uitstekende recensie van Maud og Aud in Morgenbladet (Noors)
Hij noemt onder anderen Filippo Tommasso Marinetti (Nederlands) met zijn Futuristisch Manifest uit 1909, J.G. Ballard (Engels)en zijn roman Crash (1973), in 1996 verfilmd door David Cronenburg. De film Koyaanisqatsi. En Thure Erik Lund.

Weer die Thure Erik Lund. Onvermijdelijk. De bovengenoemde passage over fictieve ongeluks-monumenten doet denken aan de zoektocht naar cultuurmonumenten door de hoofdpersoon in Grøftetildragelsesmysteriet. Die bezoekt trouwens ook die zelfde Bloedweg. Maar in tegenstelling tot in Grøftetildragelsesmysteriet zijn de ongeluksaltaren bij verkeerswegen helemaal niet volledig vercommercialiseerd en een poging om een dode cultuur tot leven te wekken. Integendeel zijn ze een teken van een superlevende volks-automobilisten-cultuur. Het zou maar zo kunnen gebeuren.

Gunstein Bakke won in 2012 de European Union Prize for Literature (Engels) met dit boek, als een van twaalf schrijvers uit Europa. Schrijverspresentatie van de European Union Prize for Literature (Engels, met spoiler! Moest dat nou?)
Hij won ook de Melsomprisen (voor schrijvers die het nynorsk bevorderen) en werd in 2011 genomineerd voor de pretentieuze Brageprijs.

Eerder schreef Bakke Kontoret (“Het kantoor”, 2000) en Den indre olding (“Oude man van binnen”, 2005). In 2012 kwam zijn eerste poëziebundel, Murskaueteknikkane. Hij was mederedacteur van Respons 22/7, een verzameling teksten van bekende schrijvers na de aanslagen van 22 juli. Bakke vertaalt ook poëzie.

De rechten van Maud og Aud zijn nu verkocht aan Servië, Denemarken, Tsjechië, Bulgarije en Macedonie, staat op de website van schrijver Gunstein Bakke.  Mooi, want dit prachtige verhaal in poëtische taal verdient een groot publiek. Nederlandse uitgevers, ik zou zeggen: hapt u toe. U krijgt ook nog financiële steun voor de vertaling.

Gunstein Bakke: Maud og Aud. Ein roman om trafikk. Oslo, Forlaget Oktober, 2011.

Zon

Zon op bergen in Bardu. Foto: Karin Swart-Donders.
Hij zelf is nog niet te zien, maar wel zijn licht op de bergen. Officieel is de mørketid voorbij, maar als er bergen om je heen staan zie je toch nog geen zon. Hij wordt verwacht op ongeveer 6 februari.

Overwinningspoes (2) – Kutdefensie

In mijn vorige blogpost besprak ik het boek Fittekvote. Hier komt mijn vertaling van hoofdstuk 17.

Het is uit met Christian. Victoria gaat op stap met ex-aspirant onderofficier Julia Eriksen en confronteert haar moeder met de mishandelingen door haar vader. Ze ziet de onderofficiersschool niet meer zitten en blijft weg als ze zich weer moet melden in de kazerne, wat strafbaar is. In dit hoofdstuk neemt ze de beslissing toch terug te gaan naar de opleiding. Ze ondergaat haar straf. Christian gaat zich steeds raarder gedragen en het gedenkteken voor de gevallenen wordt beklad.

Kutdefensie

Toen mijn mobiel me de volgende ochtend vroeg wakker maakte, was ik nat van het zweet na alweer een enge droom. De sms van Julia was met hoofdletters geschreven: “AAN 2010 BAKKE. MELDING VOLGT: DOE NIET ALS IK. PROMISE? ERIKSEN.” Was het telepathie? Geen idee. Het maakte ook niet uit. Na de confrontatie met mama de vorige avond was ik recht naar mijn kamer gerend en had me op mijn bed laten vallen. De kracht die ik eerder had gevoeld was weg. Alles leek om het even. Of ik doorging op de officiersopleiding of weer begon als kapster. Misschien had mama gelijk? Dat ik het leger gebruikte om mijn agressie af te reageren. Mijn kindertijd was vast niet erger dan die van anderen. Velen hadden toch veel ergere dingen meegemaakt dan ik en dat geaccepteerd als een deel van het leven. De sms van Julia kwam toen ik die het allerhardst nodig had. Zonder mama te wekken of iets tegen haar te zeggen slingerde ik de plunje over mijn schouder en sleepte me naar de bus. Pas op het station van Hamar belde ik naar de kazerne.
“Mag ik spreken met kapitein Fjellberg in de schoolcompagnie? Dit is aspirant onderofficier twintig tien Bakke. Dank u.”
Kort daarna hoorde ik een bekende stem aan de andere kant van de lijn.
“Fjellberg.”
Ik bracht mijn mobiel over naar mijn andere oor.
“Kapitein. Ik ben het. Twintig tien Bakke.”
“Je bent niet teruggekomen bij je afdeling na je verlof, Bakke. Dat is ongeoorloofde afwezigheid.”
“Ik ben nu op weg terug naar Rena. En ik kan het uitleggen.”
“Dat kan je vast. Maar niet nu”, zei Fjellberg en hing op.
Zijn stem was koud en scherp onder dit korte gesprek, maar daar onder meende ik zowel irritatie als een vleugje teleurstelling te merken.
Er was veel plaats in de trein van Hamar naar Rena. Buiten maakte de mist het landschap grauw. Ik had een tijdschrift gekocht, maar dat bleef op de stoel naast me liggen. Mijn hoofd was zwaar van gedachten en mijn lijf vol gevoelens.
Ik verwachtte niet bepaald dat iemand me op zou wachten toen ik aankwam in de kazerne. Bij de wacht kreeg ik de opdracht om vlak bij de poort te wachten. Een paar minuten later dook luitenant Teie op. Ze wenkte mij naar zich toe.
“Dus je bent thuis geweest om wat troost van mama te krijgen?”
“Niet echt”, antwoordde ik.
“Je spreekt tegen een officier!”
Ik liet de plunjezak recht naar beneden vallen en ging snel in de houding staan.
“Luitenant. Twintig tien Bakke!”
“Klaar om iets in te halen van de dienst die je verloren hebt, Bakke?”
“Luitenant. Twintig tien Bakke! Als ik moet, ja.”
“Je moet. Opstellen in gevechtstenue met bepakking buiten het kantoor over vijf minuten.”
Ik stormde het legeringsgebouw in. In de gang was niemand te zien, op mijn kamer ook niet, dus de anderen hadden waarschijnlijk nog dienst. Ik kleedde me bliksemsnel om en stond bij de deur van het compagnieskantoor na vier minuten en veertig seconden. Daar bleef ik tien minuten staan voordat Teie de moeite nam naar buiten te komen. Ze gooide een geweer naar me, en zo ging het in speedmars de kazerne uit. Teie zette het voor me op een moordend tempo. Ik had geen idee wat er zou komen, wist alleen dat het hoe dan ook ontzettend hard zou zijn.
In het oefenterrein was er gelukkig niemand anders te zien. Teie koos een open plek uit en gaf mij meteen bevelen tot geweergymnastiek. Ik hield het wapen met gestrekte armen recht voor me en moest het op en neer bewegen met mijn polsen. De eerste minuut ging het wel goed, maar toen werd het waanzinnig zwaar. Ik moest het gewoon laten zakken.
“Waar ben je mee bezig, Bakke?”
“Excuus”, mompelde ik en probeerde door te gaan, hoewel mijn beide armen er bijna afvielen. Zo voelde het in elk geval.
“Excuses helpen hier niet. Hoger met dat wapen! Veel hoger.”
Ik klemde mijn tanden op elkaar en probeerde door te gaan, maar dat was nutteloos.
“Naar beneden en opdrukken. Tien keer. Ik tel.”
Ik wierp me neer in de modder en bereidde me voor. Mijn armen deden pijn en ik had geen idee hoe ik er ook maar één zou kunnen doen.
“Wat lig je daar te lapzwansen?”, riep ze. “Waar wacht je op? Kom op!”
Ongelooflijk genoeg gehoorzaamden mijn bovenarmen, dus ik kon opdrukken. Teie begon te tellen.
“Eén. Eén. Eén. Eén. Nee, nee! Helemaal naar beneden met die borstkas! Zo ja. Twee. Twee. Je waffel is groot genoeg, Bakke. Maar je hebt niet genoeg in huis om officier te worden. Je bent niet gemotiveerd genoeg. Doe dit grondig! Je hebt nog steeds niet meer dan twee goede push-ups gedaan.”
Ik zonk ineen in de modder.
“Geef je op?”
“Luitenant. Twintig tien Bakke. Nee!”riep ik en ging door.
Teie ging door met haar belachelijke tellen.
“Twee. Twee. Twee. Nee, dat is niet goed genoeg.”
Ik zonk ineen.
“Kom omhoog, Bakke.”
Mijn armen deden pijn toen ik me eindelijk langzaam omhoog kon bewegen.
“Ongeloorloofd afwezig, Bakke. Wat denk je eigenlijk?”
Ik antwoordde niet. Staarde maar recht voor me uit. Ze mocht zeggen en doen wat ze wilde. Ik was terug waar ik wilde zijn.
“Speedmars!” riep Teie, en het ging verder het oefengebied in.
Gelukkig was er nog steeds niemand in de gang en in de kamer toen ik een paar uur later het legeringsgebouw binnen kwam strompelen. Ze waren denk ik in de kantine of op de tv-kamer. Ik was zowel modderig, moe als down en ging meteen onder de douche. Daar bleef ik lang staan. Het zweet stroomde van me af, maar de onrust was onmogelijk weg te wassen. Wie onderofficier wilde worden, bleef niet ongeoorloofd afwezig. Van luitenant Teie had ik begrepen dat de schoolleiding onzeker was of ik geschikt was als militair leider, hoewel mijn resultaten steeds beter waren geworden. Wat ik nu had gedaan verminderde die twijfel bepaald niet. Als ik nog een kans zou krijgen, zou het de allerlaatste zijn. Ze zouden me goed in de gaten gaan houden. Concrete bewijzen eisen dat ik in mijn mars had wat nodig was. Zonder een grens over te gaan had luitenant Teie me zowel fysiek als psychisch door de mangel gehaald. De strafoefening in het oefenterrein was een helder signaal dat je hard moet werken om je sergeantstrepen te verdienen. Wat had ik in hemelsnaam lopen doen? Mama bedreigd? Me vol zitten zuipen met Eriksen, alleen maar omdat Christian het uitmaakte? Of was het omdat hij mij de waarheid over mezelf had verteld? Had hij dat echt? Was het de hele waarheid, of was er nog een andere? Ik knipperde een traan weg. Moest geen zelfmedelijden krijgen. Niet meer stomme dingen denken. Alleen me concentreren op wat nodig was om het te halen. Het voelde alsof dat alles was wat ik nu nog over had.
Met alleen mijn onderbroek aan ging ik de slaapkamer binnen en ik schrok toen ik Christian zag die op Eriksens oude bed zat.
“Wat doe jij hier?”
Een plotselinge woede joeg in me omhoog terwijl ik een t-shirt uit de kast rukte en het over mijn hoofd trok. Wilde niet bijna naakt voor hem staan.
“Wegwezen”, zei ik vastbesloten.
Maar hij bleef zitten.
“Je had gelijk”, zei hij.
“Met wat dan?”
“Waarom doe ik dat?”
“Waar heb je het over?”
“Grimassen trekken.”
Zijn stem klonk zacht en kleintjes, zijn ogen waren vochtig en groot.
“Daar moet je zelf een antwoord op vinden”, zei ik en wilde en trainingsbroek aantrekken. Zonder voorwaarschuwing duwde hij me zodat ik op het bed terechtkwam. Toen boorde hij zijn gezicht in mijn buik en begon het een of ander te mompelen. Dit was iets heel nieuws van Christians kant, dus een ogenblik bleef ik radeloos zitten. Het verdriet zag er echt uit, maar het deed me niets meer. Of het nou zijn vaders keiharde eisen waren, het gezeur van zijn moeder, of wat Christians probleem nou ook was. Ik had er schijt aan. Dit moest hij maar lekker zelf uitzoeken.
“Laat me los”, zei ik rustig.
Christian reageerde met een snik tegen mijn buik. Ik aaide hem bijna over zijn haar. We hadden het immers ooit ontzettend goed gehad samen. Dat leek nu een eeuwigheid geleden. Want toen ik zijn achterhoofd zag, besefte ik dat ik geen idee had wat daarbinnen aan de gang was. Wat hij dacht en hoe hij voelde.
Buiten klonken stappen en de stem van Hoff-Olsen.
“Ik ga alleen omkleden, dan zien we elkaar in de tv-kamer.”
Zo stormde ze de kamer binnen, nat van het zweet en in trainingskleren. Ze stopte plotseling toen ze ons in het oog kreeg.
“Wat is hier nou aan de hand?”
“Niets. En Tårnåsen moet nu gaan”, zei ik koud.
Toen Christian uiteindelijk op zijn benen ging staan, had hij niet eens door dat Hoff-Olsen er was, hij staarde alleen maar naar mij met een wanhopige blik.
“Ik kwam Johansen tegen in de trainingsruimte”, zei Hoff-Olsen.
“Hij zei dat jij terug was, maar ik geloofde hem niet.”
“Hoe wist Johansen verdomme dat jij kwam?” vroeg Christian en zijn stem was niet meer onderdanig en zielig.
“Geen idee. Hij zag me zeker. Ga nu weg. Zie je niet dat Hoff-Olsen gaat douchen?”
Christian kon het geen bal schelen, hij staarde mij alleen recht in mijn ogen. De spijt van net was helemaal weg. De wanhoop ook. Nu zag ik alleen agressie en jaloezie.
“Denk maar wat je wilt”, zei ik en keek koppig terug.
“Moet ik de Officier van Dienst halen, of wat?”, zei Hoff-Olsen toen de stellingenoorlog een tijdje aan de gang was. Ik schudde mijn hoofd. Op hetzelfde moment draaide Christian zich plotseling om en stormde de kamer uit. Hoff-Olsen deed de deur achter hem op slot.
“Wat was dat daar? Is hij bezopen ofzo?”
“Het is uit tussen ons”, zei ik zacht.
Hoff-Olsen aarzelde niet, legde slechts haar armen om me heen. Haar koude en natte lijf werd klam tegen het mijne en ik rook een sterke zweetlucht, maar dat gaf niets.
“Ja, ook al heb je het zelf uitgemaakt, toch is het een hel”, zei ze troostend.
“Het was Christian die het uitmaakte.”
“Wat?” zei Hoff-Olsen en duwde me een eindje weg om te zien of ik huilde. Dat deed ik niet.
“Wat is er gebeurd?”
Hoff-Olsen zei haar afspraak in de tv-kamer af om met mij te praten, maar ik kwam slechts toe aan een korte versie van mijn belevenissen de laatste dagen voor het rustsignaal waarschuwde dat we in ons nest moesten kruipen.
“KUTDEFENSIE” (Fitteforsvar) stond er met grote, rode letters. De verf bedekte meerdere namen die waren uitgehakt in de marmeren plaat van het gedenkteken voor gevallenen in internationale operaties. Het was ochtendappèl en iedereen kon zien wat er in de loop van de nacht was gebeurd. Ik stond helemaal vooraan in het gelid. Een MP-sergeant nam foto’s van de plek. Terwijl we wachtten op het signaal om in te rukken, hoorde ik hem zeggen tegen de Officier van Dienst dat de dader waarschijnlijk psychisch niet in evenwicht was. Hij had geknikt in de richting van een plasje smerig overgeefsel op de trap omhoog naar het gedenkteken. Het maakte allemaal een behoorlijk zieke indruk. Zo’n krenking van het gedenkteken was onbegrijpelijk. Teie nam de afmelding van de klassecommandanten in ontvangst, zette ons in de eerste rust en kwam meteen terzake.
“Jullie zien zelf wat er vannacht is gebeurd. Wie inlichtingen heeft die er toe kunnen bijdragen dat dit wordt opgehelderd, moet dat zo snel mogelijk melden aan de schoolleiding. Als zou blijken dat dit door een officiersleerling is gedaan …”, Teie wachtte even, keek naar ons met een doordringende blik die me haast een schuldgevoel bezorgde “…dan wordt de betreffende persoon van school gestuurd en aangegeven bij de politie.”
Iedereen keek recht vooruit. De gedachte dat het een van ons zou kunnen zijn was verlammend.
“Dan hebben we een strafoplegging. Bakke, naar voren!”
Dit had niet als een verrassing moeten komen, maar ik schrok toen ik mijn naam hoorde. Nu zou het dus gebeuren. Mijn benen begonnen te trillen, het koude zweet brak me uit op mijn voorhoofd. Met benen die me maar net bleven dragen ging ik naar voren naar Teie en ging naast haar in de houding staan. Ik durfde de ogen van de anderen niet te ontmoeten. Wilde alleen maar dat het voorbij was.
Teie pakte een formulier met de naam Straffenformulier en begon voor te lezen.
“Voor het overtreden van militaire strafwet paragraaf vierendertig, Ongeloorloofde Afwezigheid, wordt aspirant onderofficier twintig tien Victoria Jeannette Bakke drie dagen wachtarrest opgelegd. Het afdienen van de strafoplegging start onmiddellijk als de berispte niet het klaagrecht gebruikt. Ga je klagen, Bakke?”
Ik schudde mijn hoofd. Teie rekende er duidelijk ook niet op, want ze ging door met hetzelfde tempo en op dezelfde toon.
“Je volgt je gewone dienst overdag. Na het einde van de dienst brengt de militaire politie je naar het arrestlokaal in de hoofdwacht, waar de rest van de dag en de avond wordt doorgebracht. Bakke, intreden.”
Ik stelde me opnieuw op op mijn plaats in het gelid. Voelde de steelse blikken van de anderen in mijn rug.
Niemand noemde de strafoplegging tijdens de dienst die dag. Ik ontweek Christian zo goed als ik kon en hij deed ook geen poging met mij te praten. Na de laatste les liep ik uit oude gewoonte met de anderen mee naar het legeringsgebouw. Daar stond een MP-soldaat op me te wachten. Hij ging met me mee de kamer in. Hoff-Olsen stond meteen op en ging naar buiten toen ze de MP-er zag, maar kneep in mijn arm en glimlachte bemoedigend toen ze me passeerde. Dat maakte mijn gemoed iets lichter terwijl ik mijn uitrusting pakte.
Nieuwsgierige wachtsoldaten keken me aan toen ik het wachtlokaal binnenkwam op weg naar de arrestruimte en het was een opluchting hun blikken niet meer te hoeven zien toen de celdeur achter me dichtsloeg. Het wachtarrest was als een legeringskamer in miniformaat. Kast, bed, stoel, bureau. De muren waren van grauwbruin beton. Een klein, smal raampje was zo hoog in de muur geplaatst dat het onmogelijk was naar buiten te kijken. De Officier van Dienst informeerde mij over de procedures wat betreft maaltijden, toiletbezoek, vijftien minuten luchtpauze en nog heel wat andere regels. Ik kon slechts de halve maaltijd op die een wachtsoldaat op het bureau kwam zetten. Ik was vast en zeker gespreksonderwerp bij de soldaten in de wacht die avond. Niet elke dag dat een aspirant onderofficier in arrest zat. De tl-buis aan het plafond was zonder bekleding, bromde zachtjes en gaf veel te veel licht. Ik ging op het bed liggen, sloot mijn ogen en probeerde alle domme dingen die ik de laatste dagen had gedaan te vergeten. Nog één fout, dan was het definitief vaarwel met het laatste wat nog zin had. Dat moest gewoon niet gebeuren.

Overwinningspoes – vechten op alle fronten

Omslag van Fittekvote. Uitgeve Cappelen Damm.
O,o, die kapster Victoria. Die wil eens wat anders. Komt met een roze koffertje aanzetten bij een keuringsdag voor de onderofficierenopleiding van de Landmacht. Schept op over hoe goed ze bier kan drinken. Heeft helemaal geen doordachte visie over waarom ze in het leger wil. Haalt maar net de fysieke eisen. En wordt, je snapt niet goed waarom, toegelaten.

Het blijkt nogal een ander leven dan de kapsalon. Door de modder kruipen, en dat dan zomaar je nagels vuil worden, is een ding. Erger is het seksisme, jongens die wedden wie het eerst haar broek uit krijgt. En de voortdurend aanwezige druk: ga je straks door in Afghanistan, terwijl je weet hoe mis het daar kan gaan?

Victoria blijkt ook een paar trauma’s met geweld in haar verleden te hebben. Elke keer als ze zich aangevallen voelt verlamt ze. Geen handige eigenschap voor een officier.

Toch wordt Victoria gaandeweg een steeds betere militair. Misschien wel beter dan haar irritante alfawolf-achtige vriendje, dat ook de opleiding doet. Vriendje vindt het maar niks dat Victoria niet gewoon lekker permanentjes is blijven zetten.

Dit boek met de provocerende titel Fittekvote (“Kuttenquotum”) werd geschreven door een duo, namelijk een bekende schrijver en een beroepsmilitair. Het resultaat is een goed opgebouwd, enorm spannend boek, waarin waarschijnlijk een realistisch beeld wordt geschetst van de landmachtcultuur.

De term “kuttenquotum” verwijst naar de opvatting dat meisjes minder gekwalificeerd hoeven te zijn dan jongens om het tot onderofficier te schoppen, omdat men meer vrouwen in het leger wenst. Een paar van Victoriaʹs mannelijke collegaʹs vinden dat ze daar alleen zit omdat ze een vrouw is.

Minder ben ik onder de indruk van hoe Victoriaʹs psyche wordt beschreven. Het is wat oppervlakkig, ja karikaturaal af en toe. Dat werkt ook weer humoristisch, zoals bij die roze koffer.

Fittekvote won in 2010 de U-prisen – jeugdboek van het jaar. De jury van deze literaire prijs bestaat geheel uit jongeren van 14-15 jaar. Terwijl de professionele cricici niet overenthousiast waren, weten jongeren dit “rauwe” boek (niet lezen als je allergisch bent voor een vloekwoord of twee) dus te waarderen.

70 jaar Áillohaš – de oude maan en de elandspieder

Zeventig jaar zou hij zijn geworden op 23 maart. Nils-Aslak Valkeapää (1943 – 2001) is een van de meest invloedrijke Samische kunstenaars ooit.

Valkeapää (ook bekend onder de naam Áillohaš) was dichter, componist, uitvoerend artiest en schilder. En je kunt zijn werk het best in zijn heelheid begrijpen, betoogt Harald Gaski in een heel goed artikel op de site van de Stiftelsen Lásságámmi, de stichting die het geestelijk erfgoed van de kunstenaar beheert.

Tot zijn bekendste werken horen de boeken Beaivi, áhčažan (waarvoor hij in 1991 de hoogstaande Nordisk Råds Litteraturpris kreeg) en de zogenaamde vogelsymfonie Goasse dušše (waarvoor hij een prijs kreeg bij de internationale radiowedstrijd Prix Italia in 1993). Hij vernieuwde de Samische muziek en wist nieuwe interesse voor de joik te wekken in een tijd dat de joik bijna verdwenen was.

Hij schreef ook het toneelstuk Ritnoaivi ja nieguid oaidni (“De met rijm behaarde en de droomziener”). Dit toneelstuk is sterk geïnspireerd op traditionele Japanse Noh-stukken. Een versie van dit toneelstuk werd eerst in Japan opgevoerd, al in 1995, voordat het Samische theater Beaivváš het begon op te voeren in 2007.

Ter gelegenheid van het jubileum geeft de Stiftelsen Lásságámmi een kunstkalender en een cd met de theatermuziek van Ritnoaivi ja nieguid oaidniuit. Slim genoeg deden ze dat al in november, zodat de kerstman ze ook in kon slaan. Zowel de kalender als de cd lagen onder onze kerstboom.

Naar de wc gaan is nog nooit zo leuk geweest nu daar een kalender hangt met zowel een tekening als een gedicht als een maandaanduiding in maar liefst 5 Samische talen (en, lekker pesterig, niet in het Noors), en plaatjes om aan te geven in welk maankwartier we leven. En de cd in de auto, op weg naar mijn werk kan ik hem precies een keer helemaal horen.

“Inspired by the classical Noh theatre, Valkeapää chose the form of a dream play – wherein a young rendeer herder is visited in a dream by a sage from ancient times. The sage imparts forgotten wisdom to the young man, and paints a vision of chaos and destruction lest Man forgets that he is but a tiny part of the Universe and that he is subordinate to Nature.” Zo staat het ronkend op de hoes.

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik nu eindelijk zelf Sápmi’s grote bard zou horen. Er staan wel een paar recitaties uit zijn boeken op YouTube, maar daar naar luisteren breng ik slecht op. Die hoop was naïef. Natuurlijk zijn het acteurs van Beaivváš die Valkeapääs teksten ten gehore brengen. Het klinkt allemaal technisch goed, soms wat overdreven mysterieus naar mijn smaak, en wat veel van hetzelfde. Jammer vind ik dat er zo weinig tekst te horen is. Dat past misschien goed in de totale opleving van een theatervoorstelling, maar minder als je alleen de cd hebt om naar te luisteren.

Vandaag is trouwens de “elandgevaarlijkste” dag van het jaar. Op 9 januari zijn in Noorwegen gemiddeld de meeste botsingen van overstekende elanden met rijdende auto’s. Dan loopt het vaak slecht af met zowel eland als autobestuurder.

En ik ben dankbaar dat ik ook vandaag weer veilig thuis ben gekomen. Luisterend naar rijmbehaarden en spiedend naar grote donkere gevaarten in de berm. En af en toe schrikkend van plotselinge dynamiek op de cd.

Een deskundige vertelde in Nordlys dat zachte sneeuw en volle maan de beesten naar de weg lokken. Door de zachte sneeuw kunnen ze beter bij de weg komen. Door de volle maan kunnen ze simpelweg beter zien waar eten is en zijn ze een groter gedeelte van de dag actief.

Maar hoezo, het is toch helemaal geen volle maan? De kunstkalender weet het beter: het is juist boares mánnu, “oude maan”, Last Quarter.

Als je moet kiezen, zou ik zeggen: ga voor de kunstkalender.

Onze herdichting van Eanan uit Beaivi, áhčažan .

Hjerterått- vete en vriendschap op de vidda

Vandaag startte de serie “Hjerterått”. Gekeken met het hele gezin, de zaterdagse pannenkoeken op een bordje op schoot. Maar ik vergat ze bijna op te eten, zo spannend is deze jeugdserie, waarvan je de titel zou kunnen vertalen als “hartverscheurend”.

Het tienermeisje Anneli heeft het erg naar haar zin in Oslo. Dan moet haar vader op stel en sprong de overleden dierenarts in Kautokeino vervangen en verhuist het gezin naar de binnenlanden van Finnmark. Anneli heeft natuurlijk helemaal geen zin om in zo’n godverlaten oord tussen de Samen te gaan wonen. Maar ze heeft weinig tijd om er over na te denken. Voor ze weet wat er gebeurt zit ze tot over haar oren in de conflicten in haar nieuwe woonplaats.

Conflicten tussen mensen die de weinige wolven in dit land willen beschermen en rendierhouders die wolven het liefste dood zien, omdat wolven veel rendieren zouden doodbijten.
Een conflict tussen Anneli en haar vader de veearts. Conflicten tussen families, en conflicten tussen kinderen. God, wat kunnen die Samenmeisjes geraffineerd pesten.

De nieuwe buurvrouw van Anneli wordt gearresteerd. De politie denkt dat ze zelf haar rendieren doodt, terwijl ze het doet lijken of een wolf dat heeft gedaan, in een poging schadevergoeding op te strijken. Wij als kijkers vermoeden al snel dat juist iemand anders de buurvrouw zwart probeert te maken. Wie en waarom, dat weten we nog niet. Maar het wordt superspannend, terwijl we waarschijnlijk ook wel op een portie romantiek met buurjongen Issat kunnen rekenen. En ik sluit niet uit dat er nog ergens een sjamaan gaat opduiken.

Tussen al die actie door zien we prachtige beelden van de winterse vlakten. En mijn grote held Niko Valkeapää is de muziekleraar op school! En de makers zien kans om op een pedagogische manier er toch flink wat informatie over Samen in te proppen.

Een brug slaan tussen de Samische en de Noorse cultuur is ook een uitdrukkelijk doel van de serie. Het slaan van zo’n brug is broodnodig. De vrouwelijke hoofdpersoon, die uit Fredrikstad in Zuid-Noorwegen komt, zegt dat ze eerst niets anders van Samen wist dan dat ze Samisch spreken en iets met rendieren doen. Dat geldt waarschijnlijk voor heel veel kinderen, jongeren en ook volwassenen in Noorwegen. Tegelijkertijd zijn er hier in het noorden veel spanningen en irritaties tussen Samen en Noren – Samen en Noren, beter kan ik het even niet zeggen, maar eigenlijk klinkt zo’n onderscheid heel raar – zijn we eigenlijk niet allemaal Noordkalotbewoners?- Er wordt gegnuifd over Samen die altijd maar schadevergoeding voor van alles en nog wat zouden willen. En er laaide een geweldige haat op toen er sprake van leek dat het voor Samen in Tromsø iets makkelijker zou worden om hun taal te leren.
De serie is voor kinderen van 7 jaar en ouder, volgens de omroep NRK. Volgens de facebookpagina van de serie is hij voor kinderen van 9 tot 12 jaar. Dat lijkt mij een juistere aanduiding. Voor onze zevenjarige was het allemaal veel te eng en te snel.

Regisseurs zijn Grethe Bøe-Waal en Nils Gaup – die laatste van de bekende films over het Kautokeino-opprøret (2008) en Veiviseren (1987). En de vader van Anneli wordt gespeeld door de eveneens gevierde Mikkel Gaup, die ooit de hoofdrol speelde in Veiviseren.

Serie via Internet bekijken. Tot een maand lang na uitzending van de aflevering. Alleen mogelijk voor wie in Noorwegen woont.

Promotiefilmpje van Hjerterått voor de pers