Rendierongeluk? (zie aanvullingen 17 september)

Journaliste Karin Anema ging mee met Samen in Finnmark op rendiertrek, samen met de dieren van het binnenland naar de kust.
Ze doet verslag van bijna drie weken met kou, slaapgebrek en vooral ongastvrijheid. Op haar meeste vragen aan de Somby’s krijgt ze geen antwoord, fatsoenlijk eten wordt haar geweigerd. En dat terwijl ze moest betalen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij haar bezoek aan een indianenstam in Mexico.
Ze geeft een goede beschrijving van bijvoorbeeld het Alta-conflict en de oorlog in Finnmark. Op andere momenten lijkt ze echter
feiten niet te hebben gecheckt. Of mis ik de ironie? Een rendierhouder vertelt haar over een ‘bakkersfamilie in Afghanistan’ die degene een boek over hen schreef heeft aangeklaagd. De man doelt op Åsne Seierstads De boekhandelaar van Kaboel (Nederlands).
Ja, wat reflecties over zulke projecten waren interessant geweest. Is het niet raar om te gast te zijn bij een familie en vervolgens hen in een boek ‘uit te leveren’? Anema schrijft alleen het gesprek met de rendierhouder op.
Ik had ook graag wat meer humor en zelfkritiek gezien. Terwijl ik aan het eind nu van alles weet over Somby-oude-vrijgezellen-gedrag, weet ik nog steeds irritant weinig over de schrijfster. Wat trekt haar zo in sneeuwlandschappen en Samen? Heeft ze haar eigen etnische (Friese?) achtergrond geprobeerd uit te buiten in het contact? Waarom kent ze wel allemaal Samische woorden voor sneeuwgesteldheden, maar niet de beleefde begroeting ‘Bures’?

Meer weten over het leven als rendierhouder: kijk naar Reinlykke (Noors en Samisch).
Meer over de boekhandelaar van Kaboel (Nederlands).
(11 september wat aangepast.)

Aanvullingen 17 september:
Karin Anema merkt op dat ik met ronduit foute argumenten haar boek neerhaal.
– Het Noors Verkeersbureau heeft van te voren afspraken gemaakt met zowel de manager van het museum van Karasjok als de Somby’s over waarom de schrijfster meeging en wat zij voor het bedrag zouden leveren. Die afspraken staan zwart op wit. Ook ter plekke heeft de schrijfster dit duidelijk gemaakt en ze heeft een exemplaar van haar eerdere boek ‘De Noorse liefde van Hermans’ achtergelaten als voorbeeld. Daarom is het volgens de schrijfster onjuist wat ik zeg, ‘Is het niet raar om te gast te zijn bij een familie en hen vervolgens in een boek ‘uit te leveren.’
– Over de vraag ‘Waarom kent ze wel allemaal Samische woorden voor sneeuwgesteldheden, maar niet de beleefde begroeting ‘Bures’?’: Volgens Anema begroetten deze rendierhouders elkaar ook niet, laat staan met ‘Bures’.
– Over haar beweegredenen staat meer dan voldoende in het boek.
Ze benadrukt dat ze integer te werk is gegaan, zoals altijd.

Aanvulling 19 september

Hier staat mijn recensie voor Ávvir.
(Mijn versie in het Noors, kwam 15 september vertaald in het Samisch in de krant)
Sommige dingen zou ik achteraf niet zo zeggen. Samen hadden en hebben het veel moeilijker dan Friezen en het kan vals zijn om dan je Friese achtergrond bewust uit te buiten. En goed groeten in het Samisch is een stuk gecompliceerder dan maar wat ‘Bures’ roepen. Mijn indruk blijft dat de schrijfster te weinig van zichzelf prijsgeeft aan zowel de Somby’s als de lezers,en meer moeite had moeten doen om Samische beleefdheidsvormen te leren.
Belangrijker is Nils Mikkel Sombys indruk van de schrijfster:
Hongerde bij de etenspan. Astrid Helander in Ávvir, 19 september 2009, vertaald.